Statushouders tekenen Participatieverklaring

Gewapend met pen en papier trekt Jan van der Sluis regelmatig Leiden in om voor Sleutelstad vast te leggen wat er in de stad gebeurt. Dit keer was hij bij de ondertekening van een participatieverklaring door Leidse statushouders.

In de Raadzaal van het Leidse stadhuis tekenden 28 statushoudersuit Leiden en omgeving een participatieverklaring. Na een periode van 17 weken waarin via de methode Het Gesprek de 'fundamentele waarden' van Nederland zijn besproken. Volgens Joost Bruggeman, projectcoördinator Maatschappelijke Participatie, een aanpak die ervoor zorgt dat men minder in verwarring is dan mensen die het traject niet hebbne doorlopen. 

Voor de statushouder ligt een heel traject klaar, dat moet uitmonden in een situatie waarin iemand "economisch zelfstandig in zijn levensonderhoud kan voorzien". De participatieverklaring markeert de eerste fase en is "geen diploma, maar een verkláring te willen deelnemen aan onze samenleving en onze waarden te respecteren". Aan de Leidse wethouder Van Gelderen (SP) de taak de tong te breken over de 29 niet-westerse namen.

Taal

Communicatie, taal is mogelijk het belangrijkste instrument bij inburgering. De wil om te snappen is er bij deze 29 wel, maar zoals Van Gelderen zei "het zou mooi zijn als er één zelfde wereldtaal is." Een deel van de statushouders sprak Arabisch, een deel Engels, en een deel Nederlands. Een voorbeeld van de moeilijkheden die zich kunnen voordoen, is alleen al het werk van de aanwezige vertaler. Ook wie geen woord Arabisch sprak, kon jargon als 'klantmanager' en 'startgroep' herkennen.

Buiten vertelde stadsgids Jos Hooghuis in rap tempo over de geschiedenis van Leiden. In het stadhuis werd een gezamenlijk van Het Gesprek gedaan, waarbij opviel dat een gesprek in die context een groot woord is: het werd een vraag-antwoord gesprek.

Eerste indruk

De vier jonge mannen reageren voorzichtig op de vraag of Nederland in werkelijkheid er ook zo uitziet als in de cursus werd verteld. Keiharde kritiek hadden ze niet: "Nederland kent een vrijheid die wij niet kenden. Hier staat de wet boven alles en iedereen. Een politie-agent, bijvoorbeeld, kan niet straffeloos doen en laten wat hij wil."

Het zit ‘m in kleine dingen. Je welkom voelen in een grotere stad als Leiden blijkt beter te gaan dan in een dorp. "Daar werd op een vreemde manier naar me gekeken en werd gevraagd m’n tas open te maken." Volgens zag de nieuwe statushouder dat ook bij anderen hun tas werd gecontroleerd. "Hier zijn alle mensen gelijk." Toch merken de nieuwkomers dat er ook vooroordelen zijn. "Iemand die slecht Nederlands spreekt, wordt al snel aangezien voor achterlijk, dom."

Optimisme

In hoeverre de jongens naar elkaar toe trekken, werd niet echt duidelijk. Wél dat ze het leren van Nederlands belangrijk vinden en vooral ook 'iets zinvols doen'. Vrijwilligerswerk staat hoog op de agenda. Een van de nieuwkomers, een voormalige student economie, heeft zich aangemeld als vrijwilliger bij de kinderboerderij in de Merenwijk. Hij wacht nog op antwoord. De aanmelding was in vlekkeloos Nederlands, maar de weg naar economische zelfstandigheid zal, zoals Bruggeman zei, nog een lange weg kunnen zijn.

Eén van de vier komt nog even terug met een belangrijke opmerking: "Als je Nederlands probeert te spreken, word je hier niet uitgelachen!" Ook zo’n kleine moeite.

Tip de redactie