Achtergrond: Erfgoedcafé duikt De Lakenhal in

Gewapend met pen en papier trekt schrijver Jan van der Sluis regelmatig Leiden in om vast te leggen wat er in de stad gebeurt. Dit keer verdiept hij zich in het Erfgoedcafé.

Stedelijk museum De Lakenhal gaat verbouwen, waardoor het er nu enigszins onttakeld bij ligt: lege opslagruimtes, afgesloten zalen en steeds minder geëxposeerde stukken. Een uitgelezen kans voor al die mensen die zich betrokken voelen bij het stedelijk erfgoed om juist daar eens een kijkje áchter de schermen te nemen. Het Erfgoedcafé trok dan ook ruim 150 bezoekers, weer een bewijs dat het driemaandelijks Erfgoedcafé in een behoefte voorziet.

Laecken Halle
De hele namiddag en vroege avond stond in het teken van De Lakenhal. Het museum staat aan de vooravond van een grondige heroriëntatie. Niet alleen komt er extra, nieuwe ruimte bij. Ook de oorspronkelijke Laecken Halle wordt feitelijk museumstuk in het nieuwe museum doordat het wordt teruggebracht in de oorspronkelijke staat. Guido Steenmeijer beschreef die staat met de term ‘bedrijfspand’ in zijn lezing Van bedrijfspand tot museum, want dát was het in de ruim tweehonderd jaar voordat het een museum was. Een gebouw, zo schetste Steenmeijer, “zonder een integraal ontwerp. Functioneel. Zonder een duidelijke relatie tussen binnen en buiten”. Aan het interieur is weinig meer zorg besteed dan een functionele indeling realiseren.

Uniek
De Laecken Halle, als erfstuk uit de Gouden Eeuw van Leiden, is een gebouw met mooie gevel. Die is nu zo goed als onzichtbaar vanwege ‘tijdelijke’ overkapping uit 1992. Die gevel is essentieel. Een lakenhal – een níeuw gebouw voor één textielsoort – was niet eerder vertoond en dus moest kenbaar worden gemaakt wat dit voor gebouw is. Vandaar het “beeldprogramma over het productieproces”, zoals Steenmmeijer de haast stripverhaal-achtige afbeeldingen op de gevel noemde. De overgang naar museum heeft de nodige veranderingen in het oorspronkelijke gebouw teweeg gebracht. Aanpassingen, doorbraken, afsluitingen en herbruikte onderdelen uit andere gebouwen zijn terug te vinden.

Hergebruik
Dat blijkt vandaag de dag. In de voor publiek (nog) ontoegankelijke ruimten bevindt zich een zeventiende-eeuwse trap uit een Leidse kerk. Hergebruik en duurzaamheid, zo blijkt, zijn geen moderne vindingen. Maar wat vooral opvalt in die niet-openbare ruimtes is dat het museum heel hard aan renovatie, herstel en vooral ook uitbreiding toe is. Beperkte werkruimtes, kleine opslagruimtes, zo druk gebruikt dat zelfs een lik verf er niet van is gekomen. Een schril contrast met de elegantie van het exterieur of de allure van de tentoongestelde collectie.

Verbazing
Verbaasd wordt een laatste groep geïnteresseerden rondgeleid ‘achter de schermen’. Vooral verbaasd over wat ze zien en de discussie die in Leiden ontstond over de kosten van de aanpassingsoperatie “dit kán toch niet?”. Verbaasd te horen dat er ook na de verbouwing nog steeds geen sprake is van voldoende opslagruimte. Verbaasd te horen over “objecten die nog nooit zijn tentoongesteld”.

Van alle tijden
Wilbert Hettinga van het Erfgoedcafé kan terug kijken op een succesvolle bijeenkomst. Bijna twee uur lang werden er continue rondleidingen verzorgd door het museum, volledig bezette. Directeur Meta Knol van De Lakenhal citeerde in haar inleiding Willem Pleyte en diens pleidooi voor een fatsoenlijk stedelijk museum. Een pleidooi met opvallend actuele problematiek, zorgen en uitspraken.

Vierkant in Vierkant
Op de zeepkist deed Petra Hoogeveen een oproep vooral het initiatief Vierkant in vierkant, een kunstwerk van Leidenaar en een De Stijl oprichter Theo van Doesburg, te steunen. Door een communicatiemisverstand bleef het Erfgoedcafé verstoken van de twee minuten van Nico Rijsbergen. Hopelijk wordt dat over drie maanden recht gezet, als het Erfgoedcafé naar verluid te gast is bij het Hoogheemraadschap.

Tip de redactie