Partij voor de Dieren vreest sjoemelwoningen door warmterotonde

Als de stadsverwarming in Leiden in de toekomst wordt aangesloten op de Warmterotonde Zuid-Holland dan moeten er allerlei (duurzaamheids)waarborgen worden ingebouwd.

Dat wil de Leidse fractie van de Partij voor de dieren die daarover bij het stadsbestuur aan de bel trekt. Fractievoorzitter Dick de Vos vreest bijvoorbeeld voor sjoemelwoningen.

Sjoemelwoningen

Sjoemelwoningen zijn in zijn ogen huizen die bewust minder goed worden geïsoleerd, omdat ze via de aansluiting op de stadswarmte toch al aan de criteria voor duurzaamheid voldoen. Minder isolatie scheelt in de investering bij de bouw van de huizen.

Ook Heineken wordt aangesloten op de Warmterotonde.

Niet duurzaam

De warmte komt voor een flink deel van afvalverwerker AVR dat om voldoende restwarmte te kunnen produceren ook afval importeert. "Niet echt duurzaam", concludeert De Vos die ook wijst op andere leveranciers van niet-duurzame warmte, zoals Shell.

Fossielvrij

De PvdD wil dat, als Leiden wordt aangesloten op de warmterotonde, er ook ruimte komt voor fossielvrije lokale producenten die via warmtenet hun restwarmte kunnen aanbieden. Petrochemische bedrijven zouden dan op termijn kunnen worden uitgefaseerd als leverancier van restwarmte uit fossiele brandstoffen.

Financiële risico’s

De Vos dringt aan op een discussie in de Leidse raad om alle voor- en nadelen van aansluiting op de warmterotonde goed op een rij te krijgen. De warmterotonde is een netwerk van leidingen waarmee restwarmte vanuit de Rotterdamse haven wordt getransporteerd. 

Ook wil hij garanties voor zowel de gemeente als voor de Leidse huishoudens over de kosten van deze vorm van stadswarmte.

De kosten voor de consument blijken op verschillende plekken hoger te zijn dan die van andere soorten verwarming. Ook Warmtenet zelf levert financiële risico’s op. Zo dreigt de gemeente Rotterdam op te draaien voor extra exploitatiekosten van maar liefst 26 miljoen euro.

Tip de redactie