Geld ontvángen voor afval, het kan in Leiden

In het kader van de Architectuurweek Leiden werd woensdagavond in Scheltema gesproken over ‘urban mining’. Door: Jan van der Sluis.

Twee sprekers, Alexander Koutamanis en Reinhardt Smit, leidden de aanwezigen rond in de wereld van afvalstoffen, hun hergebruik én hun waarde. Koutamanis deed dat met name met betrekking tot bouwafval, Smit met betrekking tot elektronisch afval. Beide komen tot de conclusie dat dat afval een waarde vertegenwoordigt, geld waard is. Kortom, waarom betalen om afval weg te laten halen, als je weet dat de sloper of de verwerker er geld aan gaat verdíenen? Jammer genoeg bleek tijdens het nagesprek dat het nog wel jaren kan duren voordat dat gemeengoed is voor particulieren.

Stadsmijnbouw

Koutamanis, van de TU Delft, signaleerde een vreemd verschijnsel: “we halen materialen uit de grond waarmee we bovengronds grotten bouwen”, maar die bouwwerken bekijken we naderhand niet meer als verzamelingen grondstoffen. IJzererts, kopererts, zink: je kunt het ver onder de grond delven, maar ook herwinnen uit gebouwen die worden gesloopt, gerenoveerd of gerestaureerd. “Slopers zijn slim. Zij verdienen aan die materialen” (en laten zich ook betalen om te slopen en af te voeren). Hij werkt met andere partijen aan PUMA, een project om de in een pand aanwezige materialen in kaart te brengen. Op basis daarvan kun je de materiaalwaarde van een pand bepalen. Dat die materialen waarde hébben, bewijzen de koperdieven die de afgelopen jaren Prorail beroofden van koperleidingen langs, aan en boven het spoor. Met het besef en een beeld van de waarde van de materialen kunnen betere afwegingen worden gemaakt over sloop of verbouwing van een pand. Zeker voor grote projecten is dat een zinnige aanpak. Voor een particuliere eigenaar/bewoner is het nog een stap te ver. Want hoe en door wie laat je bepalen wat die materiaalwaarde is? De kaart is er immers nog niet.

Het waardevolle mobieltje

Dat neemt niet weg dat het goed blijkt te zijn stil te staan bij de waarde van afval. Misschien nog niet ons huisafval – alhoewel – maar zeker wel alle afval met waardevolle materialen er in. We zijn gewend af te wegen wat herstel kost tegenover nieuwkoop. Het batterijtje voor de fietslamp is dan duurder dan een nieuwe. De printerinkt is al bijna net zo duur als een nieuwe printer; waarom dus laten repareren? Uit het verhaal van Smit, van Closing the loop, blijkt net zo glashelder als uit Koutamanis’ verhaal dat het terugwinnen van materialen zinvol en (financieel) interessant is. Waar in Afrika mobiele telefoons op grove manier werden uiteengelegd in verkoopbare onderdelen of werden verbrand in de hoop snippertjes kostbare metalen terug te vinden, koopt Closing the loop kapotte telefoons op en verwerkt ze in Europa. De reden daarvoor is dat die aanpak alleen rendabel is met grote aantallen. “Maar in Afrika werken overheden ook niet samen en er is te weinig elektriciteit voor fabrieken van deze omvang”. Over heel de wereld zijn er vijf van dergelijke gespecialiseerde verwerkingsfabrieken te vinden, waarvan drie in Europa.

Meer bóven dan ónder de grond

Dat beide aanpakken zinvol zijn, blijkt uit de gepresenteerde cijfers. Volgens Koutamanis is nu al 90% van het sloopafval na verwerking geschikt voor hergebruik. In de VS hebben we het dan over 24 megaton bouwafval versus 15 megaton industrie-afval, bijna twee keer zoveel. “Afval hoeft ook niet per sé gedowngraded te worden naar een minderwaardig product. Van hergebruikt gietijzer kan tegenwoordig hoogwaardig staal worden gemaakt. (…) In de VS is zo’n 40% van het staal en 50% van het koper afkomstig uit secundaire bronnen”. Wie de keuken of de douche gaat verbouwen, kan zich dus best afvragen wat de waarde is van het sloopafval. En een gemeente als Leiden kan, daarnaar gevraagd, beter eerst ook de rekensom maken wat de kosten zijn van nieuwe ambtenarenhuisvesting, rekening houdend met de materiaalwaarde in de bestaande gebouwen.

Afvalstoffenbijdrage

Het is jammer dat ‘de kaart van Koutamanis’ niet beschikbaar is over en voor Leiden. In een stad met heel veel oude panden – met waarschijnlijk onbekende hoeveelheden waardevolle materialen – en met een rijksoverheid die particulier woningbezit toejuicht, is het beschikken over dergelijke informatie voor heel veel eigenaren interessant. Dat geldt ook voor Smits aanpak. Het zou mooi zijn als de afvalstoffenheffing vervangen zou worden door een afvalstoffenbijdrage (bij inlevering bij inzamelpunten). Tot die tijd is het de vraag of ‘afval is geld waard’ niet vooral waar is voor grote projecten.

Tip de redactie