Nieuwe aflevering rubriek Hakketak over wethouder Robert Strijk

Francine: "Nadat een vriendelijke mijnheer achter de informatiebalie mij verzoekt zichtbaar een bezoekerskaartje te dragen mag ik door glazen deuren en via een lift naar de tweede verdieping van ons mooie stadhuis." 

Iedereen kent het gebouw aan de buitenkant, veel mensen weten dat het een ontwerp is van Lieven de Key, die verantwoordelijk is voor de al in de 16e eeuw ontworpen, veel besproken en nog meer gefotografeerde Renaissance voorgevel aan de Breestraat. Lang niet elke Leidenaar heeft het stadhuis verder dan de openbare gedeelten zoals entree, het atrium en de trouwzaal met bijbehorende ruimten gezien. Dat besef ik als de lift zachtjes stopt op de tweede verdieping en ik door gangen loop waar het marmer als het ware van links naar rechts tegen de plinten klotst. “Poeh hee, wat mooi hier”, denk ik, terwijl ik constateer dat ik voorzichtiger ben gaan lopen, alsof mijn hakken het fraaie, waarschijnlijk keiharde marmer zouden kunnen beschadigen.

Robert
‘Heeee, ben je er al?’ Met uitgestoken hand loopt Robert Strijk op me af. Het maakt ook geen fluit uit of je deze man op zaterdag op de markt tegenkomt in zijn casual jeans, of hier in zijn ‘wethouder van D66 kostuum’, Robert is gewoon Robert. Deze man veinst niets, is altijd aardig en attent, vaak zelfs vrolijk. Als onderneemster leerde ik hem kennen in zijn periode als centrummanager, als Leidse is hij voor mij een van onze wethouders vran B&W maar absoluut ook gewoon een stadsgenoot die ik soms sportief hardlopend tegenkom in Cronesteyn. En hij zou niets anders willen, weet ik. Zijn werkkamer is groot, dat is niet opmerkelijk want ons hele stadhuis is fors aan de maat. Veel hout aan de wanden en meubelen die al een paar decennia meegaan en altijd stijlvol blijven. Het ziet er klassiek maar ook gezellig uit, mede door de uitnodigende kan met thee op tafel waaruit Robert al gastvrij voor me staat in te schenken.

Leids tot in zijn tenen
“Geborúhh en getooghú hoorr”, antwoord hij in geinig plat Leids als ik hem vraag of zijn roots 100% in Leiden liggen. Ja dus. De familie Strijk is door en door Leids van vaders kant. Moeder Strijk komt uit Roelofarendsveen. Robert werd geboren in zuidwest, op de Brahmslaan. Zijn hele jeugd speelde zich hoofdzakelijk af aan die kant van de stad. Na de basisschool zat hij op de Vlietschans aan de Apollolaan waar hij later weer als docent terugkeerde. Zijn middelbare schooltijd was belangrijk en vormend voor hem, van de derde tot en met de zesde klas was hij lid van de school toneelvereniging. Terwijl hij dat vertelt zie ik zijn herinneringen aan die, waarschijnlijk gave tijd voor hem, over zijn gezicht glijden.

Drie mannen
Na ‘de Vlietschans’ zat Robert in militaire dienst en ging daarna economie studeren in Amsterdam. Hij bleef wel in Leiden wonen waar hij tot zijn veertigste toneel is blijven spelen naast zijn studie en later zijn werk. Dat toneel was zijn liefde en afleiding. Groot was dan ook zijn plezier en dat van zijn twee vaste medespelers dat een van de door hen gespeelde stukken, zo succesvol werd dat ze overal gevraagd werden om het op te voeren en daar een nota achteraan konden sturen. De drie, Menno Bentveld… https://nl.wikipedia.org/wiki/Menno_Bentveld, Nick van Leeuwen en Robert kregen het zelfs enorm druk met Het Leidens Rondtheater, zoals het trio zichzelf gedoopt had. Zij voerden een realistische voorstelling genaamd: -Kunst- op, wat over drie oudere vrienden ging waarvan een (Robert) een heel duur en volkomen egaal wit schilderij kocht. De andere twee waren het niet eens met die aanschaf en dan gaat het hele stuk over de spanning wat door een afwijkende mening van een van de drie de hele vriendschap begint de bedreigen. Zinnen als: ‘Waarom geloof je niet dat ik dit schilderij mooi vind? Ik zeg toch ook niet dat jouw vriendin lelijk is?’ vlogen over het toneel. In 1999 wonnen Robert en zijn twee vrienden de Top Theaterprijs met deze in toneelvorm gegoten wijze les. Omdat zij inmiddels alle drie zichzelf hadden doorontwikkeld in de maatschappij, de andere twee hadden in de tussentijd ook gezinnen gevormd, besloten ze deze bekroning van hun gezamenlijke hobby direct als de stop van het kleine, toneelgezelschap te zien. Zo kennen we Robert in het Leidse ook wel een beetje, denk ik, als ik toch een heel klein vleugje spijt daarover uit zijn optrekkende wenkbrauw mag concluderen. Want laten we eerlijk zijn, Robert heeft stijl. Hoe dan ook. Kom je de man bezweet van het fietsen vanaf de Wassenaarse Slag tegen, zijn shorts zitten dan nog steeds perfect en zijn blonde beachboy kuifje heeft altijd wind mee, lijkt het wel. Dus een beslissing om te stoppen op een moment dat alles supertop en reuzeleuk gaat vind ik echt wel bij hem passen.

Economie en kansen
Nog tijdens zijn studie economie in Amsterdam werd Robert gebeld om zijn kennis en vaardigheden in de praktijk te komen brengen op zijn eigen oude middelbare school. Hij stond uiteindelijk vier jaren voor de klas. Een top baan. Werken met jonge mensen is heel leuk, geeft energie. Toch zag Robert sommige leraren op latere leeftijd om hem heen afknappen op bekende onderwerpen zoals werkdruk, onwillige leerlingen, beknot zijn door gebrek aan onderwijsgeld, trage communicatie met ministeries enz. Dus toen Robert een oproepje zag om het bedrijfsleven in te gaan, greep hij die kans met beide handen aan om het economische leven ook van die kant te bekijken. Economie in de praktijk brengen, de financiële kanten van een onderneming leren kennen en met ondernemers mee vóóruit kijken vond hij gewéldig! Deze ervaringen stak hij op bij het grote Deloitte en later bij onze Merenwijkse Sjartec. In zijn Sjartec jaren werd ‘het Leids Centrummanagement’ opgericht. Robert zat er met zijn neus bovenop en dacht: ‘Wow, dit is een once-in-a-lifetime’ kans toen hij merkte dat voor die club een kartrekker werd gezocht met verstand van ondernemen en een Leids hart. Vanuit zijn woning boven de Kijkshop aan de Boommarkt voelde hij zich al heel verknocht met de Leidse ondernemers die hij in die omgeving al allemaal kende, dus Robert schreef een sollicitatiebrief.

Aldus…
Toch vond Robert de enorm leuke functie van Centrummanager een baan die je niet al te lang moet doen en nam daarom na vijf jaar ontslag. Eens verder kijken. Juist in die tijd verscheen onze ex Leidse D66 wethouder Alexander Pechtold in de Haagse politiek en daar kwam na een tijdje een functie als directeur van de partij vrij. Robert solliciteerde en regelde vanaf dat moment bijvoorbeeld selecties en trainingen van kandidaten en politieke campagnes voor een landelijke partij die het toen overigens even niet best deed. Nul in de peiling zeg. Bedroevender kon niet! Toch klom D66 door Alexander weer op en daardoor kwamen er twee stoelen voor wethouders in Leiden voor dezelfde partij vrij. Robert klom weer in de pen en solliciteerde. De rest van Robert’s levensloop is nog láng geen history maar al meer dan bekend bij de meesten en ook royaal te googlen. Tik ‘Robert Strijk” in als je eens een uurtje over hebt https://www.google.nl/search?q=robert+strijk&ie=utf-8&oe=utf-8&gws_rd=cr&ei=bV8TV4jHIMmzsQHz9p6wAg en je kunt zijn carrière, met veel leuke foto’s zelf volgen. ‘Ja ongelooflijk hé’ zegt hij daar zelf bescheiden over terwijl hij nog een thee’tje voor me inschenkt. ‘Maar wat er niet bij staat is dat ondanks dat het een grote eer is om nu in het stadsbestuur te zitten, ook ik in het kader van het langdurig zelfbehoud en onthaasten af en toe eventjes Leiden verlaat’. Robert rent, fietst en poest af en toe zijn oude liefde, toneel nog op door naar de Oeral op Terschelling te gaan. Daar knapt hij enorm van op want werken voor de Gemeente is leuk maar lange dagen maken ook erg vermoeiend.

Leiden
Als Leiden zou verdwijnen, zomaar plots, waar gaat Robert dan naar toe? Hij is zichtbaar van slag als ik hem die vraag stel. Na ampele overwegingen en een aantal malen uit het raam naar de Nieuwe Rijn gekeken te hebben zegt hij tactisch: “Dat kán en wil ik me niet voorstellen maar om jou toch een passend antwoord te geven, het zou een stad moeten worden zoals Leiden, iets wat erop lijkt, alhoewel dat eigenlijk ook al niet kan. Sjee, door jou vraag besef ik eens te meer hoe mijn hart hier ligt zeg!’

En lieverd is hij ook nog, denk ik terwijl ik dit noteer. ‘Oja Robert, je staat nogal eens ergens vooraan. Ik kan daar geen duidelijke lijn in ontdekken. Het lijkt wel alsof je voor iedereen klaarstaat, ik zag je bij de Slag om Leiden, je knipt lintjes door voor openingen van kleine en grote winkels, pak je soms élke uitnodiging aan?’
‘Als ik kan wel, is zijn antwoord, ik maak daar geen onderscheid in. Elke Leidenaar is uniek en elke startende ondernemer in deze tijden een held. Als het op prijs gesteld wordt dat ik een opening verricht en het past in mijn agenda, dan ga ik, al was het alleen maar om meer over die onderneming te leren en weer even echte Leidenaren te spreken. Het fascineert mij enorm dat ondernemers zo vanuit het hart denken en werken’. Alert, stadsgek, sociaal, workaholic, betrokken….deze woorden tik ik onder zijn uitspraak op dat moment.

Oplossingen
Leiden heeft soms wel een probleempje maar geen echte nadelen volgens Robert. Hij is dol op de stad. Als hij op zijn fiets in de zomer zijn appartement aan de Boommarkt nadert en hij hoort uit de verte al het zachte geroesemoes van mensen op de terrassen van de horeca in de gracht dan voelt dat als echt ‘thuiskomen’. Robert fietst veel, dat ‘flink-fietsen’ wat je hier en daar op de grond kunt lezen is ook een van zijn ideeën.

Naast zijn liefde voor de stad is er ook trots, op de huidige dynamiek in de stad. Het bruist. Er gebeurt echt veel momenteel. Zo is hij blij dat de Meelfabriek nu na jaren kan gaan bouwen, (en zo leuk voor Sleutelstad dat nieuws NU.nl haalde http://www.nu.nl/leiden/4241294/hakketak-francine-sprak-ab-van-wiel-en-margot-simons-van-meelfabriek.html) met de nieuwe parkeergarage, het Singelpark, de Lammermarkt die er volgend jaar geheel anders bij ligt, de ontwikkeling van het stationsgebied, de Aalmarkt die over klein jaar af is en nu nog volkomen op de schop ligt, de plannen voor de herinrichtingen van de Haarlemmerstraat en Hooigracht, het kán maar niet op. Leiden werkt ook snoeihard aan mogelijke verkeersproblemen door ook daar op in te haken door de invalswegen van Leiden aan te pakken. Je ziet het nu bij de Plesmanlaan, waar we een tunnel bouwen. Naar Leiden toe rijdend gaan we in de toekomst meer rijstroken zien en ook ongelijkvloerse kruisingen tegenkomen. Waar de Leidenaren even aan zullen moeten wennen is het feit dat betonmolens de komende 5-7 jaar het straatbeeld zullen domineren. Maar dan krijgen we er wel iets moois voor terug, een goed onderhouden stad met gekoesterde historie en hedendaagse allure. Want voor de enorme domper van het teloor gegane V&D komt vast weer een goede oplossing, daar gelooft Robert heilig in, V&D is dan helaas wel weg maar het prachtige gebouw staat er toch nog?

Gezond, stijl, gelukkig en vereerd
Robert heeft zichzelf het motto van zijn inmiddels tachtigjarige vader eigen gemaakt. “Wees respectvol naar anderen en blijf onafhankelijk” Hij leeft daarnaar en koestert elke dag die hij gezond is. ‘Nog even over Leiden hé, besluit hij ons gesprek, ik voel me zo vereerd dat ik hier nu als wethouder zit, moet je eens kijken wat een stad!’ Robert kijkt op dat moment naar buiten alsof hij de Nieuwe Rijn voor het eerst ziet, zijn ogen stralen en zijn arm maakt theatrale gebaren om mij iets aan te wijzen wat voor mij (en dat wéét hij) allang zó bekend is. Zijn secretaresse Cindy, die ik ook al langer ken, had deze afspraak voor mij met Robert zes weken vooruit gepland en vroeg mij uit grapje: “Ben je wel aardig voor hem?” Je kunt niet anders moet ik na ons gesprekje concluderen. Natuurlijk wordt Robert door de Leidenaren door zijn functie van wethouder vaak geroemd en helaas soms ook verguisd maar hij is als persoon een heel fijne vent. Ook in zijn privéleven draagt hij anderen een warm hart toe en is zijn drive: ‘het mensen naar de zin maken’ Robert is namelijk al meer dan dertig jaar, vijftig kampen lang, begeleider bij onze lokaal overbekende LCKV-Jeugdvakanties. Leiden staat natuurlijk al lang op de kaart maar met mensen zoals Robert op het pluche bij B&W kan er een extra vlaggetje bij geprikt worden!

Als ik wat langzamer dan gebruikelijk, genietend van al het moois wat ik zie op deze tweede verdieping van onze ‘town-hall’ over het marmer weer naar de uitgang loop, hoor ik gezellig gelach uit de kamer van zijn secretaresses. Ja, dat begrijp ik zeg. Voor zover het al geen straf is om zo’n mooie werkplek te hebben moet het een feestje zijn om voor Robert te mogen werken! Ik zal Cindy voor de afspraak bedanken en haar laten weten dat ik met veel plezier aan dit leuke, informele, want de man heeft totaal geen kapsones, gesprek met hem terugdenk.

Tip de redactie