SP, D66 en 925 debatteren in Leiden over verdrag met Oekraïne

Dinsdagavond werd het 'studentendebat', zoals het in de volksmond is gaan heten, over het Oekraïnereferendum gehouden. Het werd één van de betere discussies over het associatieverdrag die tot nu in Leiden zijn georganiseerd.

Het debat ging vooral tussen Renske Leijten (SP, tegen), Arno Wellens (925, “neutraal”) en Kees Verhoeven (D66, voor). Voorafgaand aan de discussie werd een minuut stilte gehouden vanwege de aanslagen in Brussel.

Het was niet dat er veel hagelnieuwe argumenten werden aangevoerd. Aan de ene kant zij die tussen de regels – en soms ook haast letterlijk – lazen dat dit verdrag rechttoe rechtaan aanstuurt op deelname van Oekraïne aan de Europese Unie en aan de andere kant zij die dat nergens expliciet vermeld zien en de conclusie trekken dat dat dus ook niet zó vanzelfsprekend is.

Voor hen is het vooral een handelsverdrag, zoals Verhoeven trachtte te verbeelden door het summiere aantal pagina’s niet-handel omhoog te houden. Maar juist in die kleine hoeveelheid staan volgens de tegenstanders zaken die interessant zijn.

Corrupt

Leijten citeerde uit het verdrag een enkele zin uit de overwegingen en intenties “strevend naar vorderingen in de hervormingen en het toenaderingsproces van Oekraïne om zo bij te dragen tot de geleidelijke economische integratie en de verdieping van de politieke associatie” als bewijs voor de route die is gekozen: EU-lidmaatschap van een in haar ogen corrupt land van oligarchen.

Die mening werd gedeeld door Wellens, die zich vooral zorgen bleek te maken over die oligarchie en de gevolgen daarvan, zoals buitensporig grote persoonlijk banktegoeden van machthebbers in het buitenland (Zuidas) of de woekerende corruptie.

Perspectief

Het debat is, net als andere, ook een debat over gekozen perspectief. Verhoeven en voorstanders lijken zich meer te richten op de toekomst en zien mogelijkheden Oekraïne te normaliseren naar meer Europese normen en waarden.

Tegenstanders als Leijten en Wellens zijn in dat opzicht veel sceptischer en wijzen op zowel de huidige toestand van het land als op de weinig vruchtbare vooruitgang tot nu.

Maar misschien nog het meest frappante aan alle discussies over de associatieovereenkomst is dat ze gaan over slechts één van de twee partijen: Oekraïne. Is dat land te vertrouwen? Hoe kunnen we zeker wéten wat ‘het Oekraïense volk’ wil? Het is lastig je aan de indruk te onttrekken dat Oekraïne de maat wordt genomen. En toch stelt Leijten over haar standpunt “Ik ben niet kritisch over Oekraïne. Ik ben kritisch over het verdrag. Ik wil Oekraïne graag helpen. Maar daar hebben we dit verdrag niet voor nodig”.

Ongemakkelijk

Het blijft boven dit referendum zweven: het ongemakkelijk gevoel dat we geen vat krijgen op de werkelijke bedoeling (als die er al is). Ook dinsdagavond zweemde dat door het gesprek, als deelnemers uitlatingen deden die niet helemaal spoorden met eerdere of als plots tegenstellingen tussen debattanten minder scherp bleken.

Oligarchie, zwart geld, criminaliteit, (homo)discriminatie, corruptie: iedereen is het onder de streep eens dat daaraan een eind moet worden gemaakt. Het debat gaat meer over het ‘hoe’. Of, zoals Wellens (geparafraseerd) zei “in het verdrag wordt vaak gesproken over ‘dialoog’, maar eerst geld geven aan corrupte oligarchen en dan een dialoog aangaan?! Nou, dankuwel en tot ziens”.

Leijtens maakte het SP standpunt een stuk duidelijker door te stellen dat zij “Oekraïne niet onder het juk van Rusland noch van de EU wil zien, maar eerst en vooral Oekraïne als zelfstandige staat wil helpen”.

Stem

Gelet op de vragen die uit de zaal werden gesteld, zijn de aanwezigen – niet uitsluitend Léidse studenten – goed op de hoogte. Of dat makkelijker tot een simpele voor/tegen-keuze leidt, is de vraag.

Verhoeven deed nog wel de oproep vooral te gáán stemmen. Die oproep werd zo te horen ook ingegeven door de angst dat de voorstemmers meer zouden kunnen verzaken dan de tegenstemmers. 6 April weten we het.

Tip de redactie