Koning ervoer publieke aandacht niet als last na overlijden Friso

Koning Willem-Alexander heeft het niet als last ervaren dat hij het overlijden van zijn broer voor het oog van de media en het volk heeft moeten verwerken. Daar putte hij juist steun uit, zei hij tijdens een interview met Wilfried de Jong.

Het interview met de koning aan de vooravond van zijn vijftigste verjaardag werd gelijktijdig uitgezonden bij RTL en NOS.

Willem-Alexander was zichtbaar geëmotioneerd toen zijn jongere broer ter sprake kwam. Prins Friso kwam te overlijden aan de gevolgen van de complicaties die optraden door de hersenbeschadiging die hij opliep bij het ski-ongeluk begin 2012. Na het ongeluk lag hij anderhalf jaar lang in coma. Friso overleed op 12 augustus 2013.

"Je beseft eigenlijk pas wat je verliest als je elkaar niet meer hebt. Hij leefde in Londen met Mabel en de kinderen en was ontzettend druk met zijn werk", stelt Willem-Alexander. "Hij wilde zo min mogelijk met het openbare leven in Nederland te maken hebben."

Ondanks het drukke schema van zijn broer, kon Willem-Alexander altijd op goede raad rekenen. Op de achtergrond was Friso volgens hem een goede adviseur. "Hij kon ook een onbehouwen adviseur zijn, maar hij was altijd goudeerlijk."

In het vraaggesprek, dat veel positieve reacties kreeg op sociale media, stelt Willem-Alexander dat het ongeluk van zijn broer leidde tot zelfreflectie, nadat hij zag hoe zwaar het voor zijn moeder was. "Dan besef je pas hoe vaak je zelf onverantwoord bent geweest met te hard rijden of andere dingen die je hebt gedaan in het leven."

Vlucht MH17

Zijn ervaringen tijdens het ziekbed en overlijden van zijn broer hielpen Willem-Alexander later om contact te maken met de nabestaanden van de slachtoffers van de ramp met vlucht MH17, een jaar na het overlijden van Friso.

Ook dit was een onderwerp dat leidde tot zichtbare emotie bij de koning. De "rauwe pijn van de nabestaanden" staat hem met name nog duidelijk voor ogen. Door zijn eigen recente familietragedie kon hij hun verdriet - het instorten van hun wereld - goed begrijpen.

Zijn eigen verdriet zorgde dat hij door de nabestaanden werd vertrouwd en hen een schouder kon bieden. "Je kunt het niet scheiden."

"Ik heb mijn eigen emoties proberen uit te schakelen op dat moment. Het gaat om hun. Maar zij zeiden: u weet tenminste waar we het over hebben", aldus een aangeslagen Willem-Alexander.

Jeugd

Koning Willem-Alexander keek tijdens het interview met plezier terug op zijn onbezorgde kindertijd. Hij herinnert die zich als een periode met veel vrijheid, veel buiten zijn en veel tijd doorbrengen met zijn ouders en zijn twee broers.

Wel begon de koning al vroeg te begrijpen dat hij uit een bijzondere familie kwam. "Ergens tussen drie en vijf jaar oud begin je het je te beseffen," zei hij. Zijn schoolgenoten besteedden niet veel aandacht aan zijn status, hoewel dat bij hun ouders soms wel anders was.

Televisie

De televisie kwam er niet in op Kasteel Drakensteyn in Lage Vuursche, waar Willem-Alexander opgroeide. Dat betekende dat hij soms de kinderen op school moest uithoren over wat er de avond daarvoor op televisie was geweest, zodat hij net kon doen alsof hij het zelf had gezien. Daar leerde hij "veel creativiteit" van, aldus de koning.

Willem-Alexander omschreef zichzelf in het openhartige gesprek als emotioneel, vasthoudend en veeleisend. Tegenwoordig zit hij veel beter in zijn vel dan vroeger, zei hij.

Duitser

Wat ook een rol speelde tijdens de jeugd van Willem-Alexander was het schuldgevoel dat zijn vader, prins Claus von Amsberg, had over de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust. Claus was zich altijd bewust van zijn verantwoordelijkheid als Duitser, aldus Willem-Alexander. "Hij kon het bijvoorbeeld niet toestaan dat iemand de Holocaust vergeleek met iemand als Pol Pot."

De toenmalige prins dacht niet dat zijn ouders zouden instemmen met zijn jarenlange lidmaatschap van het Internationaal Olympisch Comité (IOC). Die verwachting was gebaseerd op de afkeer die met name prins Claus had van de Olympische Spelen. Die was ontstaan toen Duitsland in 1972 bij de Spelen in München niet in staat bleek de Israëlische ploeg te beschermen tegen een Palestijnse terroristische aanval.

''Die Spelen waren voor mijn vader heel dramatisch", aldus Willem-Alexander. ''Hij wilde nooit iets meer te maken hebben met de Olympische Spelen. Als prins werd hij door zijn ouders dan ook niet meer meegenomen naar de Spelen. De eerste keer dat hij zich daar vertoonde was in 1988 bij de Winterspelen in Calgary. 

Toen het IOC hem enkele jaren later vroeg om lid van het bestuur te worden, dacht hij dat ''zijn ouders nee zouden zeggen." Maar het was juist prins Claus die zei: ''Dat moet je doen."

Claus vond niet dat zijn eigen bezwaren en verleden de ontplooiing van Willem-Alexander in de weg moest staan. ''Het is een goede kans je internationaal te positioneren." Pas bij de troonswisseling gaf Willem-Alexander het lidmaatschap op.

Grote mond

De koning noemde zichzelf "een hele normale puber" - "brutaal en vervelend". Veel kans om te rebelleren tegen zijn ouders kreeg hij niet, omdat prins Claus in die tijd leed aan een zware depressie, waar later ook nog de ziekte van Parkinson bijkwam. Het is moeilijk om je als tiener af te zetten als er niemand is die tegengas geeft. Willem-Alexander: "Dat heb ik heel moeilijk gevonden."

Als puber had hij wel regelmatig een grote mond. De koning was "ad rem", vindt hij zelf, mede dankzij de kleine leeftijdsverschillen tussen hem en zijn broers. "Het verschil tussen mij en mijn jongste broertje is minder dan 2,5 jaar. Als je dan niet snel in je antwoorden bent, dan ben je soms te laat."

Na de verhuizing van het gezin naar Den Haag in 1981 werd Willem-Alexander regelmatig gepest met zijn Baarnse accent. "We werden gezien als provinciaal." Door sketches van Hagenezen Van Kooten en De Bie uit zijn hoofd te leren vond hij aansluiting bij zijn klasgenoten. "Dat was echt een overlevingstactiek."

In 1985 ging de koning in dienst bij de marine. Zonder de dingen die hij daar leerde, was het wellicht heel anders met hem afgelopen, zei hij. "Dan had ik toch misschien wel minder structuur in mijn leven gehad en minder discipline om mijn studie te volbrengen."

De koning probeert zijn dochters ook te leren dat ze vooral veel fouten moeten maken, omdat ze daarvan kunnen leren. "Anders kunnen ze zich niet goed ontwikkelen."

'Moeilijke tijd'

Willem-Alexander noemde de spanningen die tegenwoordig in de samenleving heersen een "ontegenzeggelijk moeilijke tijd" voor zowel het land als het koningsschap. Allerlei problemen die in Nederland nooit besproken hoefden te worden, "zoals klimaatverandering, integratie, immigratie", worden nu wel benoemd.

Hij merkt dat er steeds vaker boosheid te zien is in maatschappelijke debatten. Daar moet de samenleving voor waken, vindt hij. "Het is goed als tussenstation, maar het kan nooit een eindstation zijn."

Willem-Alexander ziet een rol voor zichzelf weggelegd om te helpen die spanningen in goede banen te leiden, bijvoorbeeld door bij belangrijke ontwikkelingen stil te staan in zijn Kersttoespraken. Hij kan nog wel een paar decennia mee, zegt de koning. "Ik ben iemand die zeer goed in zijn vel zit en zeer blij is dat hij dit ambt mag beoefenen. Ondanks het feit dat hij vijftig wordt."

Tip de redactie