Wat doet Nederland in Turijn?
Over een dag of tien weten we hoeveel olympische medailles worden gewonnen door de Nederlandse wintersporters. Tenminste, dan komt de voorspelling van Gerard Kuper en Elmer Sterken van Rijksuniversiteit Groningen in het economenvakblad ESB. Ze hebben inmiddels ervaring hiermee met onder meer Athene en Salt Lake City.
Hoe gaat dat nou, zo’n voorspelling? Zijn de medailleprofeten van deze wereld het er eigenlijk wel over eens wat de beste manier is?
In een meel schreef Sterken me vorige week: ‘De discussie over hoe je medaillewinst moet wegen is een oude. Wij doen daar niet aan mee, want het heeft niet zo veel zin als je in je eigen model gelooft. Immers, dat model geeft dan een norm. Wat wij dus zeggen is dat het voor Nederland, gegeven het verleden en de verwachte (economische) ontwikkeling normaal is om een bepaald aantal medailles te winnen. Dat bepaalde aantal hangt dan af van al die informatie die je gebruikt en niet alleen van het nationale inkomen of de bevolkingsomvang, enzovoort.’
Er worden dus heel veel variabelen gebruikt, die moeten leiden tot – zoals ik zelf maar noem – de mate van waarschijnlijkheid van het te verwachten aantal olympische medailles per land. Waarbij er weer een verschil bestaat tussen de Zomer- en Winterspelen, omdat de eerste uit meer teamsporten bestaat dan de tweede. En dat rekent anders.
Hoe leg je de vorm van de dag vast in een formule? Hoe weet een statisticus dat een vermoeide schaatser op een beslissend moment een collega in de rug rijdt? Of dat de sporters verkeerde kleren aantrekken en daar chagrijnig van worden?
Daar gaat het niet zozeer om, omdat dit soort problemen bij elk land kan voorkomen, waardoor dit statistisch gezien tegen elkaar kan worden weggestreept. Het gaat meer om zaken als het budget, de algemene economische ontwikkeling en het aantal deelnemers van een land bij de vorige Winterspelen. Daar laten de voorspellers een groot aantal analyses en rekenmodellen op los, wereldwijd getoetst in de loop der jaren, en als het meezit rolt er wat goeds uit.
En of het klopt, wordt razendsnel bewezen door de actualiteit. Een olympische voorspeller kan na een enorme kleun alsnog zijn gelijk halen door een rechtszaak aan te spannen tegen De Werkelijkheid, maar voor de buitenwereld komt zo iets erg onsportief over. Over geschiedenis valt te twisten, over de toekomst uiteindelijk niet meer.
Eind januari volgt dus de voorspelling van Kuper en Sterken, voorspel ik u.
Update 17.00 uur
Spelen met cijfers is fantastisch. Volgens mijn loglega Remco Janssen zijn er heel serieuze statistici. Die hebben vanaf hun scherm berekend dat Marcel van Basten de één-na-beste bondscoach van 2005 was. Wie? Precies: Marcel van Basten. Ach, hoe moeilijk zijn cijfers en realiteit te scheiden. Met dank aan Remco en zijn lezers.
Startpagina