Het positieve wij-gevoel

Sportwetenschappers gaan de komende drie jaar onderzoek doen naar ons positieve wij-gevoel. Vorig jaar nog zorgden de Duitse voetballers ervoor dat in hun land zowel de economie als de liefde profiteerde tijdens het WK. Ook Nederland heeft liefde nodig – en heel veel huldigingen.

Met forse tred en geheven hoofd stap ik weer eens in het mijnenveld van de nationale identiteit. Ons Nederlandse gevoel zal het komende jaar met de dag actueler worden naarmate we dichter bij de Olympische Spelen komen. Mogen de Nederlandse olympische voetballers bijvoorbeeld in het openbaar hun vreugde tonen door te zwaaien met de Surinaamse vlag? Als ik er iets over denk of zeg, ontploffen de mijnen tot ver achter de horizon. Het is een gevoelig onderwerp, om het nogal zachtjes uit te drukken – juist in deze politiek woelige tijden. Mijn eerste gemailde doodsbedreigingen heb ik allang te pakken.

De onderzoekers naar ons positieve wij-gevoel moeten zich daarom voelen als weerman Erwin Kroll. Hij weet dat wij als kijkers het liefste horen dat er de komende zestien weken mooi weer op komst is, alhoewel hij zelf vakmatig hoopt op sneeuwstormen in september, orkanen in oktober en andere klimatologische merkwaardigheden.

Zo moet het ook zijn voor de sportwetenschappers: hoe meer rellen er uitbreken rond het nationale gevoel van onze sporters, hoe beter het is. Dat maakt het onderzoeken een stuk makkelijker, maar dat zullen ze natuurlijk nooit hardop zeggen. Stel dat hierover Kamervragen komen of dat – nog erger – de subsidie voor dit onderzoek wordt ingetrokken.

We zijn zo blij

Dat grote sportsuccessen een enorme bijdrage leveren aan ons humeur en positieve wij-gevoel is in ieder geval zeker - niet alleen in Nederland. Toen Fanny Blankers-Koen vier keer goud won op de Olympische Spelen van 1948 werd dat niet alleen gewaardeerd vanwege het sportieve karakter. De meeste mensen verschenen toen hossend op straat, omdat het de eerste keer sinds de Tweede Wereldoorlog was dat Nederland op internationaal niveau iets groots presteerde. Dat fijne gevoel dat door de bezettingsjaren was verdwenen, keerde in één klap terug. Ons positieve wij-gevoel van bijna zestig jaar geleden was enorm.

Hetzelfde gold voor West-Duitsland, dat na die oorlogsjaren weinig had om trots op te zijn. Maar in 1954 wonnen de Duitsers onverwacht het WK Voetbal, waarna het hele land op dezelfde manier feestvierde als Nederland zes jaar ervoor. Er zijn zelfs mensen die zeggen dat bij deze wereldtitel de wederopstanding van West-Duitsland begon. Over een positief gevoel gesproken… Er was in het naoorlogse Nederland en West-Duitsland dus weer iets om trots op te zijn.

Gezonken woonboten

En dat iets was sport. Op een of andere manier zijn het nooit wetenschappers, politici of economen, die uitbundig worden gehuldigd na een grote prestatie – een spoor van gezonken woonboten achter zich latend. Het zijn altijd de sporters, die dit overkomt. Als het om het positieve wij-gevoel gaat, hebben we helemaal niets aan wetenschappers, politici of economen. Die zullen vast ergens anders goed voor zijn, maar dat weet ik niet, want ik schrijf over sport.

Er zijn gelukkig andere mensen, die het wel oneerlijk vinden dat we blij worden van die domme sporters en niet van onze geleerde en beschaafde medemensen. Zo stond het al in 1921 in de krant toen baanrenner Piet Moeskops in Den Haag werd gehuldigd als wereldkampioen: ‘Men juichte een hardfietser toe, maar de Nederlandse geleerden moesten het zonder bijval stellen.’

Midas Dekkers

Maar ja, het gebeurt en wat doe je ertegen? We kunnen Midas Dekkers erop af sturen om zo een einde te maken aan die blinde adoratie van sporters, maar ook dat zal niets helpen. In Nederland – over de hele wereld trouwens – krijgen we een positief wij-gevoel als onze sporters het goed doen.

De onderzoekers zullen daarom tot en met 2010 gaan turven op de tribunes en niet in de universiteiten of bij de spreekbeurten van onze politici. Dáár gaan zij op zoek naar het positieve wij-gevoel, dat hopelijk in alle hevigheid zal uitbarsten. Dat je dat weet: als je nu toch een huldiging organiseert je favoriete natuurkundige zal dat wetenschappelijk niet worden opgemerkt.

En terecht!

Tip de redactie