De totale voetbaloorlog

In 1972 ontsnapte Nederland aan een heuse voetbalburgeroorlog tussen Ajax en Feyenoord. Dit jaar valt er helaas niet aan te ontkomen: we moeten kiezen tussen Marco van Basten en Foppe de Haan met Johan Cruijff als inzet. We staan aan het begin van het spannendste voetbalseizoen ooit.

Of AZ of Feyenoord komend seizoen kampioen wordt, al dan niet met één of honderd doelpunten verschil, is volkomen onbelangrijk. Het gaat erom wat er na de competitie zal gebeuren. Dan zijn namelijk én het EK Voetbal én de Olympische Spelen: de ultieme strijd tussen twee Nederlandse voetbalvisies én twee Nederlandse voetbalmachten.

Geen flauwe grappen!

We kunnen wel flauwe grappen maken dat die Olympische Spelen niets meer zijn dan een orgie, maar Foppe de Haan weet als geen ander dat winnen belangrijker is dan meedoen.

Om de woorden van wijlen Faas Wilkes aan te halen, die in 1948 meedeed aan de Olympische Spelen: “Deelnemen belangrijker dan winnen? Ben je gek zeg. Winnen. Dáár gaat het om. Zo is het nu eenmaal in de sport. Zo is het trouwens in het hele leven: Winnen! De sport ontdaan van al zijn franje is toch niets anders dan: we moeten winnen! Winnen! Winnen!”

Na 56 jaar - minstens vijf voetbalgeneraties na Wilkes - mogen de Nederlandse voetballers eindelijk weer eens meespelen op het olympische voetbaltoernooi. Daarmee krijgen deze topsporters de kans om zich te onderscheiden van zowel de rest van de wereld als van alle andere Nederlandse voetballers: met olympisch goud.

Als ze dat lukt, worden ze ook nog eens voor eeuwig met naam en toenaam in de Wall of Fame in het Olympisch Stadion gebeiteld – een voorrecht voor slechts Nederlandse sporters met olympisch goud.

Los van die sportieve eer hebben de voetballers echt geen aanmoediging nodig om voor het hoogste te gaan. Als ze in Beijing zijn, weten ze zich vast nog wel te herinneren dat een zekere Royston Drenthe het jaar ervoor een paar leuke potjes speelde op een jeugd-EK en meteen daarna voor heel veel miljoen naar Real Madrid mocht. De hogere voetbalwiskunde heerst nu in de kleedkamers: als goed spelen op een jeugdtoernooi al zo lucratief is, moet olympisch goud meer opleveren dan er geld in de wereld is. De geselecteerde voetballers staan dus op scherp. Heel erg op scherp, zelfs.

Kortom: het Olympisch Elftal heeft een succesvolle coach, weet ook hoe het slechte wedstrijden moet winnen, en kan niet wachten tot volgend jaar.

Het projectje van Van Basten

Naast het Olympisch Elftal hebben we het Nederlands Elftal – dat projectje van Marco van Basten en achter de schermen Johan Cruijff. De gemiddelde leeftijd van die internationals ligt inmiddels op hetzelfde niveau als van Jong Oranje. Dat we onder Van Basten de spelers van Nederland, Luxemburg en Vaticaanstad uit elkaar kunnen houden, is omdat televisie in kleur uitzendt. Oranje draagt tenslotte een ander shirtje dan de tegenstanders en daarmee hebben we meteen het grootste verschil met Luxemburg te pakken. En als er dan eens een speler als Clarence Seedorf rondloopt, wordt die geschoffeerd met vier speelminuten.

Eerlijk is eerlijk: onder Van Basten is wel degelijk geschiedenis geschreven. Met de schoppartij tegen Portugal op het WK van vorig jaar hebben de Nederlandse voetballers meegewerkt aan een nieuw wereldrecord: nooit eerder werden op een WK Voetbal vier spelers van het veld gestuurd in één wedstrijd.

En datzelfde Oranje moet nog steeds vol aan de bak om het volgende EK te behalen, maar voor het gemak gaan we ervan uit dat dit zal lukken. Dan hebben we in de zomer van 2008 dus twee grote voetbaltoernooien waar Nederland kanshebber is voor een ereplaats.

Wie speelt waar?

Niet iedereen mag mee naar de Spelen: volgens de regels moet een voetbalteam bestaan uit spelers die geboren zijn ná 1 januari 1984. Elk land mag echter drie dispensatiespelers meenemen, waarbij de ouderdom niet uitmaakt. Brazilië heeft al gezegd dat ze Robinho, Ronaldinho en Kaká willen meenemen als dispensatiespelers. Daarmee is de olympische wedloop geopend. Waarom Brazilië wel en wij niet?

Willen we daarom Robin van Persie op het EK zien of willen we Robin van Persie op de Olympische Spelen zien? Edwin van der Sar? Dirk Kuijt? Clarence Seedorf? Wat vinden we belangrijker: het EK of de Spelen?

De kans dat de volwassen internationals mee mogen doen aan beide toernooien is in ieder geval te verwaarlozen, omdat dit een te grote druk op de spelers zal leggen. En daarom wordt het interessant! Kiezen we voor de voetbalvisie van De Haan of van Van Basten? Kiezen we voor een coach, die nu prijzen wint of kiezen we voor een voetballer, die vroeger prijzen won?

Grotere belangen

Maar het gaat verder dan die drie voetballers. Op de achtergrond speelt vooral de aanwezigheid van Johan Cruijff mee – de steun en toeverlaat van Van Basten. Hij zette deze zomer de boel op scherp tijdens het EK Onder 21 met kritiek op de speelwijze van Foppe de Haan. De Fries reageerde hierop na de gewonnen finale:

“Ach, Cruijff. Daar wil ik niets over zeggen… Of eigenlijk wil ik er wél iets over zeggen. Je kan alleen maar kritiek hebben op de Nederlandse jeugdopleiding als je er het hele jaar zelf in rondloopt. Als je bij de clubs komt en als je wedstrijden van jeugdteams bezoekt. Het is makkelijk om kritiek te hebben als je alleen naar het eindresultaat kijkt. Natuurlijk mankeert daar wat aan, maar we winnen wel. Dan mankeert er bij de tegenstander dus nog meer aan. Op deze manier heeft het geen zin om daarover te discussiëren. Dan moet je er zelf naar kijken en samen om de tafel gaan zitten.”

Het is kritiek die Cruijff steeds meer krijgt: altijd commentaar, maar wel vanaf de zijlijn. Er is nu echter een enorm verschil met alle voorgaande jaren: er is een alternatief voor de methode-Cruijff: Foppe de Haan. In de zomer van 2008 kan het besef dat het ook anders kan met het Nederlandse voetbal een spektakel worden: het gaat dan om het olympische goud van De Haan tegen het Europese Kampioenschap van Van Basten. Wie het verste komt in zijn toernooi, heeft gewonnen. Wie het EK of de Olympische Spelen zelfs wint, bewijst het gelijk van zijn voetbalvisie. De KNVB moet echter daarvoor al keuzes gaan maken en in de aanloop zal dat vast gaan stuiven.

Het is namelijk niet vanzelfsprekend hoe dit zal gaan aflopen. Cruijff heeft in zijn lange loopbaan te veel vijanden gemaakt, die nu de kans krijgen om zijn legendarische status en enorme invloed op het Nederlandse voetbal te ondermijnen. Vooral rond Eindhoven zullen ze zich dit realiseren. Cruijff kreeg in de jaren zeventig slaande ruzie met vooraanstaande PSV-ers en ook Van Basten heeft de afgelopen tijd weinig vrienden gemaakt na de ruzies met Van Nistelrooij en Van Bommel.

Vergeet ook grote namen als Louis van Gaal, Co Adriaanse en Willem van Hanegem niet, die allemaal behoorlijk last hebben van een eigen mening. Die houden zich echt niet stil als het spannend wordt. Of NOC*NSF, dat vooral een belang heeft bij de beste voetballers in het olympische elftal.

En dan zijn er nog die zestien miljoen andere bondscoaches. Waar sta jij? Ook jij zal komend jaar moeten bepalen welke voetbalvisie jij steunt. Heeft Cruijff gelijk met zijn kritiek op de speelwijze van De Haan of is het juist andersom? Welke variant heeft de meeste toekomst?

Winnen!

Topsport is vooral uitgevonden om te winnen – denk maar weer even aan Wilkes. Voorafgaand aan een wedstrijd en een toernooi is een visie noodzakelijk en daar hebben we er nu dus twee van. Het moment dat het Nederlandse voetbal hierover een mening moet vormen, komt heel snel dichterbij. Cruijff moet zich op zijn oude dag opmaken voor de grootste finale uit zijn voetballeven: het gaat om de geldigheid van zijn visie. Eerst even die competitie afwerken en dan gaat het gebeuren. Het gaat nu niet meer om totaalvoetbal, maar om de totale voetbaloorlog – dat wat in 1972 in Nederland net niet gebeurde.

Tenminste: als het Oranje lukt om zich te plaatsen voor het EK. Anders is deze strijd op voorhand al gewonnen door Foppe de Haan.

Tip de redactie