Islamitische Staat verliest op bijna alle vlakken terrein

Terreurorganisatie IS lijkt steeds meer terrein te verliezen. De strijd om belangrijke steden als Mosul en Raqqa is in volle gang. Op welke fronten wordt er gevochten tegen de extremisten?

Een groot deel van Mosul is in Iraakse handen.

Een door Iraakse troepen aangevoerde alliantie strijdt hier tegen IS-strijders die zich verschanst hebben in het westelijk deel van de stad. Het gehele oosten van de stad is inmiddels in Iraakse handen.

De Amerikaanse bevelhebber Stephen Townsend stelde begin februari in een interview met persbureau AP dat het innemen van het westelijk deel van de stad een flinke uitdraging wordt. In de oude, smalle straten kunnen de IS-strijders zich gemakkelijk verstoppen en guerrilla-aanvallen uitvoeren op de Iraakse soldaten.

Aan het offensief in Mosul nemen honderdduizend Iraakse militairen, Koerdische peshmerga’s en sjiitische milities deel. Het is de grootste grondoperatie in Irak sinds de Amerikaanse inval in 2003. De troepen worden vanuit de lucht gesteund door een coalitie onder leiding van de VS. Op de grond zijn ook Amerikaanse adviseurs actief.

Het is de laatste grote stad in Irak waarvan IS een deel in handen heeft. In totaal zijn in Mosul in 2016 meer dan 16.000 burgers omgekomen door de gevechten.

Ook in Raqqa staat een nieuw offensief op stapel.

De door de Amerikanen gesteunde Syrische SDF milities die bij de Syrische stad Raqqa strijden tegen Islamitische Staat (IS), beginnen aan een nieuw offensief.

Sinds december maakt de SDF flinke vorderingen. Het doel van de groepen is om de resterende IS-troepen in de stad volledig te omcirkelen.

In de rebellengroep domineren Koerdische strijders. De SDF, een van de grootste milities, heeft burgers in Raqqa opgeroepen weg te blijven uit zones waar strijders van IS zitten. Raqqa viel in 2013 in handen van IS.

De Turken en de Koerden leveren strijd bij Al-Bab, een ander front in het noorden van Syrië.

Al-Bab, in het district Aleppo, is wekenlang belegerd door Syrische rebellen die door het Turkse leger worden ondersteund. IS-strijders verdedigden zich hier uit alle macht om hun positie te behouden. Bewoners van de stad worden tegengehouden als zij willen vluchten; zij worden regelmaat gebruikt als menselijk schild voor IS-strijders.

Het Turkse leger begon bijna een half jaar geleden een operatie in Syrië om strijders van zowel IS als de Koerdische PKK te verjagen uit het grensgebied. De Koerden vechten in dit gebied echter óók tegen Islamitische Staat.

Nadat de opmars van het Turkse leger in maandenlang werd gestuit in het gebied rond Al-Bab, trokken Turkse troepen en Syrische rebellen te midden van hevige gevechten de stad op 11 februari binnen. Al-Bab is het laatste IS-bolwerk in het district Aleppo.

De stad zou op 14 februari in zijn geheel zijn heroverd op Islamitische Staat, maar dit nieuws is nog niet door objectieve waarnemers bevestigd.

Islamitische Staat heeft de archeologische stad Palmyra weer terug veroverd op de Syrische troepen.

De IS-strijders werden in maart 2016 uit de stad verdreven door Russische en Syrische troepen. Maar begin december heroverde de terreurorganisatie de stad weer. Palmyra is van belang vanwege de nabijgelegen olievelden.

Bovendien heeft IS zich als doel gesteld de archeologische kunstwerken in de stad te vernietigen. Palmyra, tot de burgeroorlog uitbrak de belangrijkste bezienswaardigheid van het land, kreeg in 2013 een UNESCO-status als bedreigd cultureel erfgoed.

Eind januari meldde de Syrische staatstelevisie dat de Islamitische Staat diverse eeuwenoude Romeinse ruïnes zou hebben opgeblazen.

Rond de stad Deir el-Zor in het oosten van Syrië wordt flink gevochten.

Islamitische Staat heeft het grootste deel van Deir al-Zor en omgeving in handen sinds 2015. Maar Syrische troepen controleren de luchthaven van de zevende stad van Syrië en een deel van de voorsteden aan de Eufraat.

De bevolking van de belegerde stad heeft het al twee jaar zeer zwaar te verduren. De Syrische troepen claimen vaak het weinige voedsel dat er nog is voor de ruim 90.000 bewoners. En IS-strijders hebben vaak de gebieden in handen waar de Verenigde Naties veilige voedseldroppings kan uitvoeren.  Vele honderden burgers zijn het afgelopen jaar afgeslacht door IS.

De VS, Rusland en Turkije lijken samen op te willen trekken in de strijd tegen Islamitische Staat in Syrië.

De nieuwe Amerikaanse president Donald Trump heeft met zijn Turkse ambtsgenoot Tayyip Erdogan afgesproken dat de landen samen optrekken om de Syrische steden Raqqa en Al-Bab te bevrijden van Islamitische Staat. 

Erdogan heeft VS gevraagd om de steun aan de Koerdische milities van de YPG te staken. Het is onduidelijk of Trump hier gehoor aan gaat geven.

De Russische president Vladimir Poetin en Erdogan hebben begin februari ook uitgesproken samen op te willen blijven trekken tegen de resterende IS-troepen. Details over hoe de samenwerking de komende tijd vorm moet krijgen, zijn niet gegeven.

Abu Bark al-Baghdadi, de leider van IS, zou in het nauw zitten.

Het is niet duidelijk waar hij zich bevindt; de laatste keer dat hij publiekelijk werd gesignaleerd, was in februari 2016 in een moskee in de Iraakse stad Fallujah. De Iraakse premier Haider al-Abadi stelde begin februari 2017 dat zijn locatie bekend zou zijn bij geheime diensten die hem 24 uur per dag in de gaten houden. Mogelijk zou hij gewond zijn.

Volgens Al-Abadi zijn veel vertrouwelingen van Al-Baghdadi dood of hebben ze hem in de steek gelaten. Volgens geruchten zou de leider van Islamitische Staat zich in de belegerde stad Mosul bevinden, maar op deze speculaties wilde de Iraakse premier niet in gaan. De VS heeft inmiddels een bedrag van 25 miljoen dollar uitgeloofd aan degene die de gouden tip verstrekt die tot zijn dood of aanhouding leidt.

Tip de redactie