Celstraffen geëist tegen hackers

BREDA - Het Openbaar Ministerie heeft dinsdag voor de rechtbank in Breda celstraffen van drie en twee jaar geëist tegen de twee belangrijkste verdachten uit het grootste onderzoek dat ooit in Nederland is uitgevoerd naar computercriminaliteit.

In beide gevallen vroeg de officier van justitie een half jaar van die straffen voorwaardelijk op te leggen.

De 20-jarige hoofdverdachte S.B. uit Loon op Zand en de 28-jarige F.C. uit het Zuid-Hollandse Rijswijk hebben volgens justitie in 2005 twee virussen geschreven en verspreid.

Geplunderd

Met het virus Toxbot bouwden ze een netwerk van geïnfecteerde computers dat werd misbruikt om bedrijven af te persen en op te lichten. Met het andere virus Wayphisher werden creditcardnummers en betaalgegevens gestolen. Rekeningen werden geplunderd om luxe apparatuur te bestellen.

Zestigduizend euro

Justitie schat dat de verdachten met hun activiteiten in een half jaar samen zestigduizend euro hebben verdiend.

Botnetwerk

Het zogenoemde botnetwerk bestond uit zeker tienduizenden maar waarschijnlijk uit miljoenen besmette computers, legde officier van justitie W. Gerretschen uit. Stiekem werd software op de computers van onbewuste thuisgebruikers geïnstalleerd.

Slachtoffers werden geconfronteerd met irritante reclame of werden bij bezoek van de internetpagina van hun bank omgeleid naar een nepsite. Het virus legde toetsaanslagen vast: inloggegevens en wachtwoorden kwamen via mail of chatkanaal bij de verdachten.

Winkeldiefstal

Gerretschen sprak van ernstige feiten en een 'krachtig signaal'. De verspreiding van computervirussen vergeleek hij met woninginbraken, oplichting via internet is volgens hem gelijk aan winkeldiefstal. "Internet is niet meer weg te denken uit onze samenleving. De aantasting van het vertrouwen in internet moet fors worden bestraft."

Telefoontaps

De verdachten hebben consequent geweigerd in te gaan op de beschuldigingen van computercriminaliteit. "Ik hou me niet bezig met het hacken van computers", was het enige dat S.B. dinsdag verklaarde. Justitie heeft de verdenkingen moeten baseren op verklaringen van vrienden van de verdachten, internet- en telefoontaps en uitgelezen harde schijven.

Hard bewijs ontbreekt, stelt de verdediging. "Er is geen een aangifte, geen enkel slachtoffer heeft zich gemeld", merkte advocaat J. van Halderen op namens S.B. Schade is volgens hem niet veroorzaakt. Advocaat R. Kaarls van de oudste verdachte noemde het langdurige onderzoek van justitie nog steeds onvolledig en ondeugdelijk.

De rechtbank doet op 30 januari uitspraak. Vier andere verdachten moeten zich op een later tijdstip verantwoorden.

Tip de redactie