Opnieuw minder telecomgegevens opgevraagd door politie

De Nederlandse politie- en opsporingsdiensten hebben in 2016 opnieuw minder vaak gegevens opgevraagd bij telecomproviders om plegers van strafbaren feiten op te sporen.

Dat blijkt uit het jaarverslag van het ministerie van Veiligheid en Justitie, dat woensdag vrij werd gegeven. 

In 2016 werden in totaal 1.687.938 verzoeken gedaan. Dat is minder dan het jaar ervoor, toen kwam het totaal uit op 1.724.414 verzoeken. Het aantal aanvragen daalt al sinds 2012. In dat jaar werd nog ruim 2,75 miljoen keer informatie opgevraagd bij het Centraal Informatiepunt Onderzoek en Telecommunicatie (CIOT)

De telecomgegevens van klanten van alle Nederlandse providers worden opgeslagen door het CIOT. Politie- en opsporingsdiensten kunnen bij het CIOT een gegevensverzoek indienen en zo bijvoorbeeld achterhalen welke naam en adresgegevens bij een bepaald telefoonnummer of ip-adres hoort.

Het CIOT spreekt van een zogeheten 'hitrate' van 87 procent afgelopen jaar, wat wil zeggen dat van alle ruim 1,68 miljoen verzoeken om informatie 87 procent daadwerkelijk een resultaat opleverde.

In het jaarverslag is ook te zien hoeveel aanvragen afzonderlijke politie- en opsporingsdiensten hebben gedaan. Politiekorps Den Haag voert de lijst aan met ruim 260.000 verzoeken, de afdeling die het minst vaak om gegevens heeft gevraagd bij het CIOT is de Inspectie voor de Gezondheidszorg met tien verzoeken.

Lees meer over:
Tip de redactie