'Derde van Europese spionagetechnologie geëxporteerd naar onvrije landen'

Surveillancetechnologie geëxporteerd door Europese bedrijven, ging in een derde van de gevallen naar landen die als 'onvrij' worden gezien. Het exporteren van de software zou zijn goedgekeurd door Europese lidstaten.

Dat blijkt uit onderzoek van Security for Sale, een onderzoeksplatform van onder andere De Correspondent en Tegenlicht

EU-lidstaten hebben in de afgelopen twee jaar 317 keer het exporteren van software voor cybersurveillance goedgekeurd. In totaal zijn 14 exportverzoeken geweigerd. 

Van deze geëxporteerde software ging ongeveer een derde naar landen die door denktank Freedom House als 'onvrij' worden gezien. Meer dan de helft van de software ging naar 'deels vrije' landen. Zo’n 17 procent van de software werd verkocht aan landen die als vrij worden gezien.

Bedrijven in Denemarken en het Verenigd Koninkrijk exporteerden technologie naar de Verenigde Arabische Emiraten. Apparatuur van een Fins dochterbedrijf van het Canadese EXFO ging ook naar de Emiraten toe. Het als 'onvrij' bestempelde Egypte en Vietnam ontvingen vanuit het Verenigd Koninkrijk ook surveillancetechnologie. 

Nederlandse beveiligingsbedrijven zouden relatief weinig spionagetechnologie exporteren. Er zou door het ministerie van Buitenlandse Zaken enkel een vergunning zijn verleend aan software voor Montenegro, dat gezien wordt als 'deels vrij'. Een Nederlands bedrijf probeerde software te verkopen aan de Emiraten, maar dit is geweigerd. 

Lees meer over:
Tip de redactie