Politie vraagt minder vaak telecominformatie Nederlanders op

De Nederlandse politie- en opsporingsdiensten hebben vorig jaar minder vaak telecomgegevens opgevraagd voor hun onderzoeken. Ook zijn er iets minder telefoonnummers afgetapt.

Dat blijkt uit het jaarverslag van het ministerie van Veiligheid en Justitie, dat woensdag is gepubliceerd.

Telecominformatie van alle Nederlandse providers wordt opgeslagen door het Centraal Informatiepunt Onderzoek en Telecommunicatie (CIOT). Politiekorpsen kunnen daar bijvoorbeeld opvragen welk naam en postadres is gekoppeld aan een ip-adres.

In heel 2015 werden bij het CIOT ruim 1,7 miljoen keer gegevens opgevraagd. Een jaar eerder was dat nog ruim 2 miljoen keer, in recordjaar 2012 zelfs 2,7 miljoen keer. Vorig jaar leverde 88 procent van de opvragingen ook een resultaat op, al is onduidelijk hoe vaak deze informatie uiteindelijk nuttig was voor een onderzoek.

Vorig jaar werd bij 24.053 telefoonnummers een tap geplaatst, zo'n duizend minder dan een jaar eerder. Bij de nummers wordt zowel het telefoonverkeer als het internetverkeer afgeluisterd. Per dag werden gemiddeld 1.415 nummers en e-mailadressen afgetapt.

Cybercrime

Er werden in het afgelopen jaar 32 "complexe" onderzoeken uitgevoerd naar cybercriminaliteit, meer dan de doelstelling van 25. Het aantal reguliere onderzoeken naar cybercrime kwam uit op 124, ruim minder dan de doelstelling van 175. Uit het jaarverslag blijkt niet waarom cybercrime minder vaak wordt onderzocht dan vooraf werd gepland.

Het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) handelde in 2015 in totaal 675 cyberincidenten af en gaf meer dan tweeduizend keer een advies over internetbeveiliging.

Lees meer over:
Tip de redactie