Techbedrijven hoeven China toch geen inzicht in versleuteling te geven

China heeft een controversiële antiterreurwet aangenomen, die techbedrijven verplicht om mee te werken aan onderzoeken naar terroristen. Maar de uiteindelijke wet gaat daarin minder ver dan een eerdere conceptversie.

De wet, die eerder al hevig werd bekritiseerd door Westerse techbedrijven, is zondag unaniem aangenomen door het Chinese parlement, dat doorgaans geen weerstand biedt tegen de plannen van de regering. Dat meldt de Wall Street Journal.

In de uiteindelijke versie staat dat telecomproviders en internetbedrijven de overheid moeten helpen met het ontsleutelen van gegevens, en op andere manieren moeten bijdragen aan onderzoeken naar terrorisme.

Ze hoeven gegevens echter niet binnen de Chinese landsgrenzen op te slaan, zoals eerder wel in een conceptversie van de wet stond, en ze hoeven hun versleutelingssystemen ook niet open te stellen voor de Chinese overheid. China krijgt dus geen 'achterdeurtjes' in de software van buitenlandse bedrijven.

Xinjiang

De Chinese autoriteiten zeggen dat de wet niet verder gaat dan vergelijkbare intiatieven in andere landen, waaronder de VS. Daarbij verwees een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken naar een Amerikaanse aftapwet uit 1994, die telecombedrijven verplicht om medewerking te verlenen aan afluisterverzoeken van de overheid.

Volgens de Chinese overheid is de nieuwe wet onder meer nodig om terrorisme in de noordwestelijke staat Xinjiang te bestrijden. Daar zijn in de afgelopen jaren honderden mensen overleden als gevolg van aanslagen door separatisten.

President Obama deelde eerder zijn zorgen over de conceptversie van de antiterreurwet met zijn Chinese ambtgenoot Xi Jinping, omdat techbedrijven hier niet mee in wilden stemmen.

Lees meer over:
Tip de redactie