'Meer schaliewinning zorgt voor veel hogere olieprijs'

"Een hogere schalieproductie leidt uiteindelijk tot een veel hogere olieprijs." Dat is de opmerkelijke voorspelling van Patrick Kaser, managing director van Brandywine Global, dochter van Legg Mason.

Het zwarte goud bezorgde investeerders in het afgelopen decennium de nodige hoofdpijn, net zoals het edelmetaal waarvan het zijn bijnaam leent.

Maar terwijl het edelmetaal de wereldeconomie niet meer beïnvloedt, hebben olieprijzen nog altijd een enorme impact op het consumentengedrag, de werkgelegenheid, budgetten en vermogens van vele landen, aldus Patrick Kaser, managing director van Brandywine Global, dochter van Legg Mason. "De olieprijs beïnvloedt sectoren tot ver buiten de energiesector: van de automobielindustrie tot luchtvaartmaatschappijen en van de chemische industrie tot nutsbedrijven."

Maar weinig experts voorspelden dat de olieprijzen van 100 dollar tot onder de 30 dollar zouden zakken, en velen voorzagen niet dat de prijs opnieuw naar 50 dollar zou stijgen. Op het moment van schrijven staat Brent olie op 49 dollar.

"De markten voelen meer angst dan zelfzekerheid bij het nemen van volgende stappen. Een deel van deze angst is te wijten aan de groei van de Amerikaanse productie. De toename van schalieolie heeft het onderonsje van de olieproducenten verstoord en de positie van de VS opnieuw relatief versterkt."

Heersend scenario

En toch wordt de industrie wereldwijd nog steeds geplaagd door problemen om een juist evenwicht te vinden tussen vraag en aanbod. Hoewel hogere prijzen het beste middel lijken om de problemen op te lossen, is dat niet noodzakelijk het geval. Laten we even kijken naar het heersende scenario: de schalieproductie stijgt boven de verwachtingen en de olieprijzen neigen eerder naar de 40 dollar per vat dan naar de 60 dollar, gaat Kaser verder.

"Op het eerste gezicht lijkt een stijging van de schalieolieproductie een goede zaak voor de Verenigde Staten. Meer productie betekent immers meer dienstenjobs, meer infrastructuur, minder import en lagere consumentenprijzen. Een probleem is dat bepaalde elementen van de toeleveringsketen, zoals zand en vrachtwagenchauffeurs, al op het huidige productieniveau schaars worden."

"Er is onvoldoende spoorweg- en pijpleidinginfrastructuur om de opbrengst uit bepaalde bekkens, zoals de Permian, gevoelig te verhogen. Dit tekort suggereert dat de kosten zullen stijgen, tegen een achtergrond waarbij oliemaatschappijen weinig geld verdienen, geen extra cashflow genereren en de prijzen schommelen tussen 40 dollar en 45 dollar. In sommige gevallen zullen bedrijven opnieuw kasgelden gaan aanspreken."

Verhoging schalieproductie beperkt

Een tweede probleem is dat beschikbare gegevens een massale onderinvestering buiten de VS suggereren. Dit betekent dat er de komende jaren een aanbodtekort kan ontstaan, als de vraag voldoende blijft stijgen. Kaser: "Wij weten dat olieproducerende landen bij een olieprijs van 50 dollar enorme tekorten oplopen. De kans is klein dat de schalieproductie in de VS de komende jaren met drie tot vijf miljoen vaten per dag zal stijgen. Als de onderinvesteringsthesis echter juist blijkt, is mogelijk net deze hoeveelheid nodig."

Hoewel het in een handvol landen buiten de VS technisch mogelijk is om schalieolie en -gas te winnen, blijft een succesvolle productie toekomstmuziek. "Onlangs zagen we Polen een poging doen tot schalieproductie en falen. Hoewel de geologische situatie op vele plaatsen gunstig is, ontbreekt de infrastructuur, zoals pijpleidingen, dienstverlening en afhaalvoorzieningen. Daarnaast ontbreekt in vele landen de mix van omvangrijke en liquide kapitaalmarkten, wettelijke minerale rechten en overvloedige waterbronnen waarop de VS kunnen rekenen."

"Tot slot maken we ons zorgen over de houding van de Opec. Welke leden zullen hun productiebeperking naleven? Na de productieverminderingen die de Opec in mei aankondigde, zijn de voorraden in de VS minder gezakt dan verhoopt en bleef een stijging van de olieprijzen uit. De plechtige beloften van de organisatie hadden helaas niet het bedoelde effect."

Nieuwe piek olieprijs

"Iedereen wil hogere prijzen, in het bijzonder Saoedi-Arabië, dat meer dan 55 dollar per nat nodig heeft voor een succesvolle beursgang van staatsoliebedrijf Aramco, maar tegelijkertijd hebben alle Opec-landen cashflow nodig. Als de Opec-leden geloven dat de prijzen niet langer zullen stijgen, stimuleert dit hen om hun cashflow te maximaliseren."

"Dit leidt volgens ons tot de tegenstrijdigheid van schalie: een hogere schalieproductie betekent een hoger aanbod en lagere olieprijzen, maar verhoogt de productiekosten van schalie. Lagere olieprijzen leiden wereldwijd tot een grotere economische groei en bijgevolg tot een hogere vraag naar olie."

"Lagere prijzen houden de inflatie onder controle en de interestvoeten laag. Lagere olieprijzen leiden tot een verdere onderinvestering buiten schalie. Bij een groeiende vraag ontstaat hierdoor binnen twee tot vier jaar een productietekort. En wat gebeurt er dan?"

Het lijkt erop dat de groei van goedkope schalieproductie de wereld uiteindelijk klaarmaakt voor een piek in de olieprijzen, mogelijk tot 100 dollar of meer per vat, wat het einde van de economische groei zou betekenen. Lage olieprijzen kunnen geopolitieke crises en onrust veroorzaken in renteniersstaten, wat ook tot piekende olieprijzen kan leiden, aldus Kaser. 

Dunne lijn

"Het is onwaarschijnlijk dat alternatieve energie de komende vijf jaar de leemte kan opvullen. De gevolgen van dit staartrisico beïnvloeden opbrengsten, valuta's, wereldwijde groei, geopolitiek, kortom alles! Het beste en meest stabiele resultaat lijkt een dunne lijn, waarbij de schalieproductie ietwat stijgt, maar niet overdreven, en de olieprijzen net boven de dollar blijven schommelen, zodat er buiten de VS voldoende kan worden geïnvesteerd om een toekomstig aanbod te ontwikkelen."

"Wij denken dat de markten een voorkeur hebben voor een prijs net boven 50 dollar, althans op dit moment, maar betwijfelen of deze prijs kan worden gehandhaafd. Het probleem is dat deze dunne lijn, waarop ogenschijnlijk al een lange weg is afgelegd, niet beschikt over een aanvoerder die de weg uitstippelt. Daarom moeten de beleggers rekening houden met een onverwachte uitslag, bij minimale kansen."

Hoewel de energiebedrijven zich beter lijken te voelen dan zes maanden geleden, heerst de angst dat de voorraden niet lager zullen zakken, een gevoel dat de energieaandelen op korte termijn heeft aangetast, maar dat op langere termijn kansen kan bieden, besluit Kaser zijn betoog.

Tip de redactie