Amerikaanse aandelen zijn duur, maar wanneer is duur te duur?

Verschillende centrale bankiers vinden dat de aandelenkoersen in de VS inmiddels 'behoorlijk hoog' zijn opgelopen, zo bleek vorige week uit de notulen van de Fed-vergadering.

Bloomberg Business vraagt zich in dat kader af wanneer er preices sprake is van hoge waarderingen. 

Volgens de Fed-beleidsmakers hebben de hoge waarderingen meer te maken met de hoop op lagere belastingen voor bedrijven en de hogere risicobereidheid onder beleggers, dan met groeiverwachtingen.

Jeffrey Kleintop, hoofdstrateeg bij Charles Schwab & Co: "Aandelen zitten wat betreft waarderingen weliswaar wat boven het gemiddelde, maar dat wil niet zeggen dat ze niet nog veel verder kunnen stijgen. Markten stoppen nu eenmaal nooit bij een gemiddelde of iets daarboven. Ze hebben vaak de neiging eerst erg duur te worden, voordat een sterke pullback plaatsvindt als in een recessie of bearmarkt. Ik denk dus niet dat ze te duur zijn."

Dure groei

Kleintop vergelijkt Amerikaanse aandelen met technologieaandelen, die doorgaans ook hogere waarderingen hebben dan aandelen uit andere sectoren. Die vergelijking kunnen we ook maken met landen. "Daar zit de groei, en daar hangt nu een aardig duur prijskaartje aan. Als je de VS met de rest van de wereld vergelijkt, is het normaal dat de koers-winstverhoudingen er in de VS anders uitzien dan in Japan."

Een veelgebruikt meetinstrument voor waarderingen is de CAPE (Cyclically Adjusted Price to Earnings)-ratio, van de Amerikaanse econoom Robert Shiller. Hierbij wordt de gemiddelde winst per aandeel over de afgelopen tien jaar gecorrigeerd voor inflatie. Wanneer wordt gekeken naar deze maatstaf, is het niveau zoals we dat zagen in 2008 doorbroken, maar bevinden we ons nog altijd ver onder de niveaus van de internetbubbel rondom de eeuwwisseling. 

Tip de redactie