'Weinig animo voor proef no cure, no pay bij letselschadezaken'

Een experiment met een vorm van no cure, no pay voor letselschadeadvocaten lijkt niet aan te slaan. Advocaten blijken terughoudend te zijn met het maken van dergelijke vergoedingsafspraken.

Advocaten zouden de no cure, no pay-beloning volgens deskundigen niet zien zitten vanwege financiële risico's, meldt Het Financieele Dagblad (FD) maandag.

Uit een rondgang van de krant bij elf lokale ordes van advocaten blijkt dat in ruim drie jaar tijd maar in een klein aantal zaken (64) dergelijke afspraken zijn gemaakt. Dit mag alleen bij complexe letselschadezaken waarbij de partijen strijden over wie aansprakelijk is. Dit zijn meestal zaken over beroepsziekten en medische ingrepen.

De advocaten in het experiment mogen een hoger uurtarief (een dubbel uurloon) declareren bij een overwinning. Ze krijgen geen percentage van de schadevergoeding en het loon mag niet uitkomen boven 25 procent van de uitkering. Als de advocaten de zaken verliezen, dan ontvangen ze niets.

Aanvullende kosten

De cliënten moeten bij verlies aanvullende kosten voor bijvoorbeeld het inhuren van schade-experts en arbeidsdeskundigen zelf betalen. Dit kan volgens het FD in een complexe zaak tienduizenden euro's kosten.

Maar als wordt afgesproken dat de advocaat voor deze extra kosten opdraait, dan mag de advocaat het uurtarief bij een overwinning met 150 procent verhogen (maximaal 35 procent van de schadevergoeding). 

Risicovol

In dat geval is het volgens Peter Langstraat, lid van de kwaliteitscommissie van de Vereniging van Letselschade Advocaten "een risicovolle operatie" voor advocaten. Bij complexe procedures zijn de kansen op winst moeilijk in te schatten.

"Niet gek dat er onder advocaten wat koudwatervrees bestaat om op basis van no cure, no pay te werken. Een kantoor moet zo'n verlies wel kunnen dragen", zegt Langstraat tegen de krant. Toch vindt hij niet dat de proef als mislukt beschouwd moet worden. Hij vindt dat middeninkomens de mogelijkheid moeten behouden om eenvoudiger een advocaat te kunnen inschakelen.

Toegang

De proef is in 2014 gestart en duurt in totaal vijf jaar. De pilot moest de toegang tot een advocaat voor mensen met een middeninkomen verbeteren. Deze groep kan geen aanspraak maken op gesubsidieerde rechtsbijstand, maar verdient niet altijd voldoende om de kosten voor een advocaat zelf op te kunnen brengen.

Daarnaast moet no cure, no pay zorgen voor een eerlijkere concurrentie tussen advocatenkantoren en letselschadebureaus. Letselschadebureaus kunnen ongelimiteerd werken volgens de methode no cure, no pay. 

Tussentijdse evaluatie

De Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA), initiatiefnemer van de proef, vindt het moeilijk om te bepalen of de 64 zaken veel of weinig zijn. Er komt ook geen tussentijdse evaluatie. De organisatie benadrukt dat het vaak een aantal jaren duurt voordat een letselschadezaak is afgehandeld.

"Om te beoordelen of er sprake is van een geslaagde pilot is een representatief aantal afgeronde zaken noodzakelijk", zegt een woordvoerder van de NOvA tegen het FD.

Tip de redactie