Een derde uitgaven voor herstel aardbevingsschade naar proceskosten

Een steeds groter gedeelte van de kosten voor de schadeafhandeling van de door aardbevingen aangetaste huizen in Groningen gaat naar de proceskosten.

Het aandeel van de uitgaven die voor schadecompensatie of schadeherstel bestemd zijn, daalt, zo blijkt woensdag uit een Kamerbrief van minister van Economische Zaken Henk Kamp.

Volgens de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) komt dit onder meer door een toename van het aantal meldingen van kleine schades.

De NAM heeft van augustus 2012 tot en met augustus 2016 in totaal 431,6 miljoen euro besteed aan schade als gevolg van bevingen. Hiervan is 294,6 miljoen euro uitgegeven aan directe kosten voor schadecompensatie of -herstel en 137 miljoen euro aan het proces van schadeafhandeling, zoals kosten voor inspecties, experts en rapportages.

Dat betekent dat 68 procent van de uitgaven besteed is aan schadecompensatie en -afhandeling. Dit percentage loopt wel terug. Tot en met 2014 ging nog 73 procent naar de directe kosten, in 2015 en 2016 nam dit af naar respectievelijk 66 procent en 64 procent.

Dezelfde procedure

Kamp heeft gegevens opgevraagd bij de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM). Die heeft laten weten dat de veranderende verhouding tussen de kosten voor schadeherstel en overige kosten deels toe te schrijven is aan het toegenomen aantal meldingen van relatief kleine schades. Deze doorlopen dezelfde procedure als meldingen van grotere schades, waardoor de proceskosten in verhouding toenemen.  

"Daarnaast is het denkbaar dat de recente toename van het aandeel C-schades hierin een rol speelt", schrijft Kamp. C-schades zijn schades die niet direct in verband kunnen worden gebracht met aardbevingen.

De NAM heeft van augustus 2012 tot en met augustus 2016 in totaal 431,6 miljoen euro besteed aan schade als gevolg van bevingen. Hiervan is 294,6 miljoen euro uitgegeven aan directe kosten voor schadecompensatie- of herstel en 137 miljoen euro aan het proces van schadeafhandeling, zoals kosten voor inspecties en rapportages.

Dat betekent dat 68 procent van de uitgaven besteed is aan schadecompensatie en -afhandeling. Dit percentage loopt wel terug.  Tot en met 2014 ging nog 73 procent naar de directe kosten, in 2015 en 2016 nam dit af naar respectievelijk 66 procent en 64 procent.

De Volkskrant schreef in oktober op basis van een kwartaalrapportage van Nationaal Coördinator Groningen Hans Alders dat slechts 10 procent van het geld dat beschikbaar is voor het afhandelen van de aardbevingsschade wordt besteed aan het daadwerkelijk herstellen van die schade. De rest zou worden uitgegeven aan inspecties, experts en rapportages.

Ruimte voor verbetering

"Dit neemt niet weg dat er ruimte kan zijn voor verbetering van de procedure, met name bij de afhandeling van relatief kleine schades", stelt Kamp. "Indien daarover een geschil ontstaat, leidt de inschakeling van contra-expertise en Arbiter er snel toe dat de kosten van de procedure het bedrag overschrijden dat gemoeid zou zijn met schadeherstel."

De Nationaal Coördinator Groningen (NCG) zal eind dit jaar voorstellen doen om het proces voor het afhandelen van relatief kleine schades te vereenvoudigen.

Lees meer over:
Tip de redactie