Review: Enemy Territory: Quake Wars

Iets meer dan twee jaar heeft het geduurd, maar eindelijk is hij er dan: Enemy Territory: Quake Wars. Deze langverwachte opvolger van de immens populaire shooter Wolfenstein: Enemy Territory is weliswaar geen aanvulling die je voor nop binnen kunt halen, het plezier is er niet minder om!

Meer dan een Battlefield-kloon

Iets meer dan twee jaar heeft het geduurd, maar eindelijk is hij er dan: Enemy Territory: Quake Wars. Deze langverwachte opvolger van de immens populaire shooter Wolfenstein: Enemy Territory is weliswaar geen aanvulling die je voor nop binnen kunt halen, het plezier is er niet minder om!

Op het eerste gezicht lijkt Enemy Territory: Quake Wars (vanaf nu ET:QW) een een-op-een kopie van de Battlefield-reeks van uitgevergigant EA. Je hebt namelijk ook in dit spel de beschikking over twee verschillende teams (zometeen meer over te lezen), verschillende klassen, allerlei toffe voertuigen en grote levels vol met doelen die je dient te behalen. Toch doe je het spel daarmee tekort. ET:QW is meer dan een kloon, als dat het al is. Het is een op zich zelf staande shooter, gesitueerd in het Quake-universum, dat zich prima onderscheidt tussen de rest van de op teamplay gerichte shooters die er op de PC te vinden is.

Zeker omdat het gewoon toch een echte Quake-titel is. Boze tongen beweren dat het naampje erachter geplakt is om zodoende meer exemplaren te verkopen, maar feit blijft wel dat het spel prima tussen de rest van de Quake-spellen gezet kan worden. Net als Quake III: Arena ligt de focus weliswaar nu op multiplayer, maar qua inhoud (het zelfde science-fiction universum) betreft is het een en al Quake. Nou ja, Quake II en Quake 4 dan.

GDF! GDF! GDF!

Niet dat je van een enorm episch verhaal kan spreken, want dat hadden de hierboven genoemde spellen ook niet. In het kort komt het er op neer dat ET:QW zich afspeelt vlak voor de gebeurtenissen van het tweede deel uit de Quake-serie. De vijandelijke Strogg, een buitenaards ras dat zijn zinnen heeft gezet op onze aardkloot, is bezig met een gigantische invasie. Vastberaden om niet te eindigen als slaaf voor de Strogg (of erger: een smakelijk hapje in de buik van diezelfde Strogg), sluiten diverse landen de handen in een en vormen zij de Global Defense Force (niet te verwarren met EDF uit een niet nader te benoemen spel a.u.b.) om zo de tegenaanval in te gaan.

Besneeuwde vlaktes of bebosde omgevingen, het kan allemaal

De gevechten blijven niet beperkt tot Noord-Amerika, maar omhelsen geheel moedertje Aarde. Kijk dus niet vreemd op als je eerst in de brandende zon in Afrika flink aan het knokken bent, om vervolgens later in het regenachtige Engeland weer heel andere taken moet vervullen. Elk (vaak a-symmetrisch) level is voorzien van een aantal doelen. Waar spiritueel voorloper Wolfenstein: Enemy Territory vaak een of twee doelen per level had, zul je in ET:QW een stuk meer moeten doen om de missie succesvol te beindigen.


Denk bijvoorbeeld aan een opdracht waar je als Strogg een GDF-basis dient te infiltreren. Een van de eerste objectives zal zijn het maken van een zogeheten mining laser op een bepaalde plek in het level. Heb je deze eenmaal gebouwd, dan is het tijd voor stap numero twee: het binnendringen van de basis, om vervolgens verstevigde muren en deuren op te blazen. Is dat eenmaal gelukt, dan doe je er goed aan om als team met zijn allen de basis te bestormen, het liefst van alle kanten, om uiteindelijk datgene op te blazen wat cruciaal is voor de tegenpartij.

There's no I in Global Defense Force

En dan hebben we het nog niet eens gehad over de spawnpoints (bepaalde plekken in het level waar je opnieuw kunt starten als je dood bent gegaan) die je in moet nemen, of het uitschakelen van vijandelijk afweergeschut of het repareren van bruggen. Iets wat je niet zomaar doet (er van uitgaande dat je geen complete nitwits als tegenpartij hebt natuurlijk), want de tegenstand zal vaak pittig zijn. Teamwork is dus vereist, en niet een beetje ook.


Zoals gebruikelijk heeft elke squadbased shooter een aantal klassen die zo hun eigen taken hebben op het strijdveld en ET:QW is hier dan ook geen uitzondering op. Voor elke zijde zijn er vijf klassen, en hoewel deze in feite hetzelfde zijn aan beide kanten, zitten er kleine variaties in op de manier hoe ze werken. De GDF is voorzien van de Soldier, de Medic, de Engineer, de Field Ops en de Covert Ops. Lekker makkelijk te behappen namen dus.


Voor de Strogg ligt dat iets anders: zij moeten het doen met de Aggressor, de Technician, de Constructor, de Oppressor en de Infiltrator. De klassen mogen dan wel in de basis hetzelfde zijn, de namen spreken daarentegen stukken minder tot de verbeelding. En dat is effe wennen in het begin. Maar ben je eenmaal een beetje in die Strogg-sferen beland, dan weet je niet beter dan dat een Technician gewonde Strogg-soldaten kan helpen, dat een Aggressor de enige klasse is die doelen op kan blazen dankzij hun plasma charges en dat de Constructor er goed aan doet om verdegingstorens te bouwen.

Voertuigen op? Dan vraag je toch even nieuwe bij de baas!

Dat valt overigens wel aan te raden, want naast dat het de strijd enorm vergemakkelijkt, heeft het nog een nut: je verdient er ervaringspunten mee! Heb je genoeg punten gescoord, of heb je aan bepaalde voorwaarden voldaaan, dan stijg je in level en krijg je de mogelijkheid om nieuwe wapens te gebruiken. Speel je op een ranked server, dan worden deze statistieken opgeslagen, waardoor je – mits je eenmaal een hogere rang hebt gekregen – bijvoorbeeld altijd deze speelstatus zal behouden.

Het is niet zo dat een speler die alles vrij heeft gespeeld ineens onoverwinnelijk wordt, maar het kan zeker wel schelen als je een voorkeur hebt voor, om maar even wat te noemen, de grenade launcher die je later als Engineer/Constructor krijgt. Het valt dus een beetje te vergelijken met Call of Duty 4, die andere Activision-shooter van formaat.

Lopen, rijden, vliegen

Aangezien de levels over het algemeen van een behoorlijk grootte zijn (de Doom 3-engine kan uiteindelijk toch grote mappen aan, met gemak zelfs), zit ET:QW gelukkig vol met allerlei voertuigen. Net als met de klassen hebben beide zijdes dezelfde soort voertuigen, alleen zien ze er anders uit. Waar de GDF voertuigen hebben die zo uit het Amerikaanse leger gestapt lijken te komen, zien de Strogg-vehikels er juist vervaarlijk en dreigend uit.


Kersje van de taart is de Strogg Cyclops: een gigantische mech die met zijn net zo gigantische kanon menig GDF-tank in een paar schoten weet te vernietigen. De GDF daarentegen hebben een aantal zeer fijne vliegtuigen die, ondanks dat ze in het begin moeilijk te besturen zijn, heer en meester zijn in de lucht. Stuur een groep soldaten de Bumblebee (een vervoershelicopter) in, gooi er een escorte van wat Anansi’s (enigszins vergelijkbaar met de Orca uit, jawel, Command & Conquer) tegen aan en je hebt een niet te stoppen aanvalskracht. Tenzij de vijand een paar raketten op je smoel weet te raken natuurlijk, maar ach, dat is een risico wat je maar moet nemen.


Ik heb liever een Johnny Walker voor mijn neus!

Je zal het waarschijnlijk al wel denken: tot nu toe alleen maar lovende kritieken. Is er dan niets mis met ET:QW? Tja, wat originaliteit betreft kun je kort over zijn: veel van de bovenstaand genoemde elementen kennen we allang uit de Battlefield-reeks. Verschillende klassen, voertuigen, het kunnen stijgen in rang, het behalen van objecties, het is allemaal al wel eens eerder gedaan. Toch is het die oude vertrouwde smaak van Wolfenstein: Enemy Territory die het hem doet.


Hoewel de stijl en snelheid van pak ‘em beet een Quake III ondanks die typische “honk” wanneer je iemand raakt, een beetje verloren is gegaan (zo kun je bijvoorbeeld niet rocketjumpen, juist een van de trademarks van de serie!), biedt het op gameplay alles wat je had gehoopt van een opvolger van Splash Damage’s eerdere titel. Grafisch mag het dan een tikkeltje tegenvallen, helemaal als je kijkt naar wat het spel allemaal vereist van je hardware ten opzichte van wat er op je scherm getovert wordt. Zeker als je het legt naast een cartooneske Team Fortress 2 (de binnenkort te verschijnen grote concurrent) zal het je opvallen dat het toch allemaal een beetje kaaltjes overkomt. Ook de explosies en dergelijke zijn minder imposant dan je wellicht gehoopt had. Aan de andere kant, zoveel tijd heb je toch niet om te gaan sight-seeing, knallen moet je!
Tip de redactie