Onderzoekers bouwen 'harde schijf' met magneten van één atoom

Wetenschappers hebben een 'harde schijf' gebouwd met magneten die slechts één individuele atoom groot zijn. Als de techniek grootschaliger kan worden ingezet, zou dat de opslagcapaciteit van harde schijven kunnen verveelvoudigen.

Normale harde schijven bestaan al uit kleine magneetjes die een positieve of negatieve lading kunnen krijgen. Zo slaan zij de nullen en enen van computerdata op.

Doorgaans is één zo'n 'bit' nu nog een miljoen atomen groot. Door bits kleiner te maken, kan de opslagdichtheid juist groter worden. Onderzoekers van IBM en verschillende Europese en Aziatische universiteiten hebben de grootte van een bit teruggebracht naar het absolute minimum: hun nieuwe harde schijf heeft twee bits van elk één atoom groot, schrijven ze in het wetenschappelijke tijdschrift Nature.

Op de harde schijf kunnen dus ook maar twee bits aan data worden opgeslagen. Maar het is vooral een grote vooruitgang dat zulke kleine magneetjes überhaupt stabiel blijven en niet spontaan van negatief naar positief springen of andersom. Het voormalige 'record' voor een stabiele magneet had een formaat van twaalf atomen.

Voor de nieuwe harde schijf gebruikten de onderzoekers atomen van holmium, een bijzonder metaal. De harde schijf moest op een temperatuur vlakbij het absolute nulpunt worden bewaard. Het valt dan ook niet te verwachten dat de techniek in de voorzienbare toekomst praktische toepassingen krijgt.

Vorig jaar maakten onderzoekers van de TU Delft ook al een harde schijf met bits van één atoom. Daarbij ging het echter niet om magnetische atomen. De Delftse onderzoekers gebruikten chlooratomen die als nul of één konden worden uitgelezen afhankelijk van hun positie op een koperplaat.

Tip de redactie