Dag 4 in Cannes: Geen spetterende opening

Een spetterende openingsfilm kan een journalist in Cannes een adrenalinekick bezorgen waar hij nog lang, heel lang op kan teren.

Enerzijds was het jammer dat geen enkele andere titel de kwaliteit van de animatiefilm UP die vorige jaar het festival opende nog wist te evenaren. Maar na de zoveelste matige Palmkandidaat in de dagen daarna, kon je in elk geval even terugdenken aan de wolkjes waarop je de zaal verliet na het zien van dat juweeltje.

Helaas werkt het principe ook andersom. Alle uitzinnige fans ten spijt die woensdagavond rijendik de regen trotseerden om Crowe & Co in het echt te kunnen zien, was Robin Hood in geen enkel opzicht de spetterende opening die het festival wel kon gebruiken.

En ook donderdag heeft zich nog geen broodnodige rush aangediend. De urgentie ontbreekt voorlopig: ik had bij geen van de films het gevoel dat ik de zaal intellectueel of emotioneel veel rijker verliet dan dat ik hem betrad.

Tournee

Tournee - een Franse tragikomedie over drie rondreizende burlesque-dames en hun manager in een midlifecrisis - was aandoenlijk, maar stuurloos. Chongking Blues - een Chinees drama over een vader die zich pas na de gewelddadige dood van zijn zoon in zijn leven gaat verdiepen - was mooi gemaakt, maar uiteindelijk minder origineel dan de vorm deed vermoeden.

En The Housemaid - een erotisch Koreaans drama over de driehoeksverhouding tussen een rijke man, zijn vrouw en hun huismeid - zag er prachtig uit, maar werd geen moment écht spannend of zinderend.

Meest memorabel

De meest memorabele titel tot nu toe draaide buiten de competitie: het door de Italiaanse regering geboycotte Draquila van standup-comedian Sabina Guzzanti. De documentaire toont op zijn Michael Moores hoe Silvio Berlusconi de gruwelijke aardbeving die de Italiaanse stad L’Aquila in april 2009 trof - 300 doden, 120.000 mensen dakloos – schaamteloos heeft gebruikt om de wetten naar zijn hand te zetten en vriendjes belachelijk dure bouwcontracten te bezorgen.

Hoewel overdaad bij Guzzanti - net als Moore - schaadt, zet ze wel zeer adequaat het beeld neer van Berlusconi als een opportunistische dictator, die alleen maar aan zijn eigenbelang denkt en geen moment aan zijn volk.

Haar journalistieke zoektocht naar hóe Berlusconi precies de wet op slinkse wijze heeft aangepast, is indrukwekkend. En de interviews met fans van de Italiaanse premier zijn ronduit schokkend: “ach, hij is geen homo en best charmant, wat zouden we nog meer van onze leider verwachten?”

Tip de redactie