Een op de vijf WW'ers wil geen 'vuil' werk

DEN HAAG - Een op de vijf mensen die bij het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) aanklopt voor een WW-uitkering, is niet bereid om een onaantrekkelijke baan te accepteren.

Bijstandsgerechtigden gaan vaker akkoord met vuil werk, een laag salaris, een functie onder hun opleidingsniveau of een lange reistijd (meer dan anderhalf uur). Een op de zes in de bijstand heeft daar geen zin in.

Dat blijkt uit een vrijdag gepubliceerd onderzoek van de Inspectie Werk en Inkomen (IWI). Staatssecretaris Henk van Hoof (Sociale Zaken) spreekt van een "aanzienlijk deel'' van de uitkeringsvragers.

Hij wijst erop dat burgers die een uitkering ontvangen, verplicht zijn "passende dan wel algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden'' en moeten meewerken aan bemiddeling en re-integratie.

Onderzoek

De IWI heeft vorig jaar onderzoek gedaan onder een kleine 7000 werkzoekenden over de eerste drie maanden na aanvraag van een uitkering. Een kwart van hen die bij het CWI aanklopte, zet de aanvraag niet door. Bijvoorbeeld omdat ze zelf of via het CWI werk hebben gevonden of een opleiding volgen. Degene die wel een uitkering aanvragen, worden doorgestuurd naar uitkeringsinstituut UWV of de sociale dienst van een gemeente.

Twee derde van de werkzoekenden vinden dat CWI, UWV en gemeenten hen netjes behandelen. De informatie die ze krijgen is voor hen meestal begrijpelijk en eenduidig. De meesten krijgen ook binnen twee maanden te horen of ze wel of niet een uitkering krijgen. Driekwart krijgt ook binnen die periode het eerste geld van de uitkering overgemaakt.

Beperkte rol

Verder is de rol van het CWI bij het vinden van werk volgens de werkzoekenden "beperkt". Binnen drie maanden vindt 24 procent een baan bij een nieuwe werkgever. Van hen heeft 11 procent de baan direct via het voormalige Arbeidsbureau gevonden. Een even grote groep is indirect door hulp van het CWI aan de slag gekomen. Meer mensen vinden (tijdelijk) werk via uitzendbureaus.

Naar eigen zeggen solliciteren de meeste mensen tussen de vijf en tien keer per maand in het eerste kwartaal. Zij besteden vaak minder dan tien uur per week aan zoeken. De IWI constateert hoe meer tijd wordt besteed aan het zoeken, hoe vaker werk wordt gevonden.

Tip de redactie