Directeuren positiever over allochtonen

AMSTERDAM - De positie van allochtonen op de arbeidsmarkt bij bedrijven met twintig tot vijfhonderd werknemers is nog altijd verre van optimaal. Maar de directeuren van de middelgrote ondernemingen denken steeds positiever over die groep werknemers, waardoor die in de toekomst waarschijnlijk makkelijker aan het werk kunnen.

Dat blijkt uit de Trendmeter van het onderzoeksbureau Motivaction. Het bureau ondervroeg vierhonderd directeuren van bedrijven over de verkleuring van de Nederlandse samenleving en de plaats die allochtonen moeten innemen in het bedrijfsleven.

Bedrijfsleven

Het onderzoek toont aan dat de positie van allochtonen in het bedrijfsleven in vergelijking met de uitkomsten van soortgelijk onderzoek in 2004 niet is verbeterd. Het aantal bedrijven dat allochtone werknemers in dienst heeft, is met 59 procent gelijk gebleven. "De nieuwe Nederlanders die wel een baan hebben, zijn vooral werkzaam in lagere functies en het middenkader. Slechts 14 procent van de bedrijven heeft nieuwe Nederlanders in hogere functies", zo stelt het onderzoek.

Vooroordelen

De belangrijkste oorzaak voor die slechte arbeidsmarktpositie zijn vooroordelen die over allochtonen bestaan, zo stelt 43 procent van de directeuren. Daarnaast haalt 24 procent de cultuurverschillen aan. Het dragen van een hoofddoek blijkt eveneens een drempel te zijn voor de aanname van moslima's. Zo zegt bijna 60 procent van de directeuren liever niet te willen dat hun personeel een hoofddoek draagt.

Toch nemen de onderzoekers een positieve verschuiving waar in de manier waarop directeuren over allochtonen denken, waardoor de arbeidsmarkpositie van deze groep in de toekomst zou verbeteren.

"Directeuren zijn minder huiverig geworden om nieuwe Nederlanders aan te nemen", zo concludeert het onderzoek. "In 2004 was 45 procent van de directeuren terughoudend met de aanname. Dit percentage is teruggelopen naar 29 procent. Ook de taalbeheersing wordt minder als barrière ervaren. In 2004 vond 46 procent van de directeuren de taalbeheersing onvoldoende om goed te functioneren. Dit is in 2006 gedaald naar 34 procent.

Driekwart van de directeuren stelt de arbeidsparticipatie van allochtonen van essentieel belang te vinden voor de Nederlandse economie. Bijna 70 procent zou overwegen meer allochtonen aan te nemen.

Tip de redactie