'Grote banken hebben kostenvoordeel door overheidssteun'

Het loont om een grote bank te zijn in Europa. Zij hebben een kostenvoordeel ten opzichte van kleinere banken, aangezien zij het voordeel van overheidssteun genieten.

Dat blijkt uit het promotieonderzoek van econoom Mark Dijkstra, dat hij 25 april zal verdedigen aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). De 35-jarige promovendus deed hiervoor een analyse van een kleine tweeduizend banken tussen 2002 en 2011.

Dijkstra ontdekte dat zo'n tachtig tot honderd grote banken in Europa kunnen verwachten dat zij in geval van nood gered worden door de overheid, waardoor hun positie versterkte. 

ICT-ontwikkelingen

Voor de eeuwwisseling loonde het voor banken niet om te groeien tot boven een plafond van omgerekend 100 tot 150 miljoen euro in activa, concludeerde Dijkstra uit een honderdtal eerdere studies. Na de eeuwwisseling werd dit voor banken wel steeds voordeliger. 

Voor een deel schrijft hij deze ontwikkeling toe aan ICT-ontwikkelingen in het bankwezen. "Zaken zijn veel efficiënter geworden, waardoor per eenheid product de kosten afnemen", zegt Dijkstra. "Stel bijvoorbeeld dat je je creditcardbestand handmatig moest bijhouden, dus zelf je enveloppen schrijven en in de pc invoeren wie welke kaart heeft. Dat kost veel tijd. Door dergelijke processen te automatiseren, bespaar je hierop."

Overheidssteun

Maar ook de overheid blijkt, al dan niet onbedoeld, het opschalen van banken te stimuleren. "Overheden sprongen bij wanneer grote banken als de ING dreigden om te vallen tijdens de crisis", zegt Dijkstra. "Bij een kleine bank als DSB deed de overheid dit echter niet."

Groeien bleek voor banken ook andere voordelen met zich mee te dragen, zo ontdekte Dijkstra. "Veel grote banken konden niet failliet gaan, aangezien ze too big to fail waren. Aangezien deze banken hierdoor minder risico liepen, konden ze lagere rentes aanbieden aan spaarders. Hierdoor genoten ze dus een kostenvoordeel." Dijkstra denkt dat consumenten grote banken tijdens crises dan ook meer vertrouwen, omdat dergelijke banken niet om kunnen vallen.

Gemeenschap betaalt

De huidige situatie heeft volgens Dijkstra nadelen voor de maatschappij. "Bij kleinere banken zoals Triodos en Van Lanschot wordt het risico waarschijnlijk geheel door aandeelhouders en schuldeisers gedragen. Bij grotere banken springt de overheid bij, waardoor de gemeenschap betaalt."

Dijkstra pleit ervoor dat de overheid manieren zoekt waarop overheidssteun voor noodlijdende grote banken niet meer nodig is. Overheden zouden volgens Dijkstra nu hun beleid moeten herzien, omdat het tijdens een crisisperiode te laat is. "Kies je er dan voor om grote, in problemen geraakte banken niet te financieren, dan is de kans groot dat ze omvallen."

Hogere kapitaalbuffers

Geredde banken na de crisistijd sterk belasten om zo overheidsgeld weer terug te krijgen, noemt hij vooral een "symbolische maatregel" van de overheid, die weinig aan het gedrag van banken zal veranderen. Hij wijst erop dat grote banken ook opgesplitst kunnen worden, al geeft hij ook toe dat grotere banken efficiënter zijn en hierdoor de kostenvoordelen met zich meebrengen. 

Een beter idee om het risico toch te verlagen, noemt hij het instellen van hogere kapitaalbuffers voor banken. "Doe je de kapitaaleisen omhoog, dan worden verliezen niet meer gedragen door de overheid, maar door aandeelhouders. Op dit moment moeten Nederlandse banken 4 procent van hun activa van aandelen aanhouden, wat al een procentpunt hoger is dan in de rest van Europa. Of dit genoeg is, is de vraag. Diverse studies pleiten voor 20 tot 30 procent."

Lees meer over:
Tip de redactie