'Flexibel dienstverband leidt vaker niet tot een vaste baan'

Twee op de vijf mensen in de flexibele schil, vinden binnen vijf jaar een vaste baan. Daarmee is een flexibel dienstverband voor de meerderheid geen opstap naar vast werk.

Dat staat in een woensdag verschenen publicatie van het Amsterdams Instituut voor ArbeidsStudies (AIAS) van de Universiteit van Amsterdam.

Medewerkers zonder vast contract en zelfstandige ondernemers worden tot de zogenoemde flexibele schil gerekend. Het gaat daarbij ook om uitzendkrachten, payrollers en personeel met een contract zonder vaste arbeidsduur, zoals een nulurencontract of oproepcontract.

Onvrijwillig

Van de groep die in 2008 de flexibele schil is ingestroomd, stroomt iets meer dan de helft hier na een jaar weer uit. Van de uitstromers vindt maar één op de drie een vaste aanstelling. En 58 procent van de uitstromers is na een jaar niet meer aan het werk.

Ongeveer de helft van deze niet-werkende uitstromers ontvangt een uitkering. Zij zullen in de meeste gevallen onvrijwillig zijn gestopt. De anderen kunnen vrijwillig zijn gestopt met werken om bijvoorbeeld een opleiding te volgen of voor kinderen te zorgen.

Tussenstap

Na twee jaar zit 30 procent van de instromers nog in de flexibele schil en na vijf jaar nog 8 procent. "Dit betekent echter geenszins dat uiteindelijk de meeste flexwerkers een vaste baan krijgen. Integendeel", stelt hoogleraar voor arbeidsverhoudingen Paul de Beer van de Universiteit van Amsterdam (Uva) in het rapport.

"Na vijf jaar heeft slechts 39 procent van de oorspronkelijke instroom een vaste baan gevonden." Zo'n 46 procent werkt niet meer en van deze groep ontvangt iets meer dan de helft een uitkering. 

"Voor bijna de helft van de instroom in de flexibele schil is een flexibel dienstverband dus geen opstap naar vast werk, maar juist een tussenstap naar niet-werken."

Tijdelijk contract

Voor de instromers met een tijdelijk contract is het beeld gunstiger dan voor de hele flexibele schil. "Hoewel van de personen met een tijdelijk contract na een jaar nog minder dan de helft is uitgestroomd, stroomt uiteindelijk praktisch de helft door naar een vaste baan", aldus De Beer. "Dat duurt overigens wel vrij lang, want na twee jaar heeft nog slechts een derde van hen vast werk gevonden." 

Verder blijven uitzendkrachten relatief kort in de flexibele schil, maar maken zij ook de minste kans op een vaste aanstelling. Na een jaar is 57 procent van deze groep uitgestroomd. Slechts een op de vijf uitstromers heeft dan een vast contract. 

Na vijf jaar heeft maar een kwart van de ingestroomde uitzendkrachten een vaste baan en bijna twee derde is dan niet meer aan het werk.

Opleidingsniveau

Verder blijken hoogopgeleiden vaker door te stromen naar een vast dienstverband dan laagopgeleiden. 

Na vijf jaar is het percentage hoogopgeleide doorstromers 51 procent. Onder laagopgeleiden is dit percentage 28 procent. Van de hoogopgeleiden heeft 31 procent dan geen baan meer, tegenover 60 procent van de laagopgeleiden. 

Het valt de onderzoekers op dat een relatief grote groep hoogopgeleiden, één op de tien, na een jaar een vaste baan krijgt. "Blijkbaar gaat het hier om personen voor wie een tijdelijke aanstelling van een jaar fungeert als een 'verlengde proeftijd' voor een vaste aanstelling."

Groei

De totale flexibele schil is tussen 2003 en 2015 gegroeid van 2,1 miljoen naar bijna 3,3 miljoen mensen. Dit komt neer op 40 procent van alle werkenden.

De groei zat voornamelijk bij contracten zonder vaste arbeidsduur. Dit soort contracten voor bijvoorbeeld oproep- en invalkrachten is sinds 2003 verdubbeld.

Tip de redactie