Eerste onderzoek naar economisch effect Groningse aardbevingen

Het eerste onderzoek naar de risico's van aardbevingen voor de Groningse industrie is begonnen. 

Het gaat om een onderzoek dat advies- en ingenieursbureau Grontmij uitvoert bij chemiebedrijf Refining & Trading Holland in Delfzijl, meldt het ingenieursbureau donderdag. De overheid heeft geld beschikbaar gesteld voor dit onderzoek. 

Door gaswinning kampt een deel van Groningen regelmatig met aardbevingen. De kans bestaat dat die in kracht toenemen. 

Het onderzoek moet duidelijk maken welke effecten een sterkere beving kan hebben op de veiligheid en het milieu. Ook moet duidelijk worden wat de economische gevolgen kunnen zijn. Waar nodig geeft Grontmij advies om het bedrijf ' aardbevingsbestendiger' te maken. 

Het ministerie van Economische Zaken en de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) hebben vorig jaar toegezegd om bij de bedrijven in Delfzijl en de Eemshaven aardbevingsonderzoeken uit te voeren. Ook andere organisaties willen weten wat de risico's zijn. 

Zo heeft Grontmij tien plannen liggen voor onderzoeken bij onder meer zorgcentra, scholen en waterzuiveringen in het aardbevingsgebied in Groningen. Deze plannen moeten nog door de NAM worden goedgekeurd. 

Kabul

Eerder onderzocht Grontmij welke aardbevingsrisico's er zijn voor de Duitse ambassade in de Afghaanse hoofdstad Kabul. Ook werd een 'aardbevingsbestendig' energiecentrum in de Chinese miljoenenstad Wuhan gebouwd. Grontmij zegt deze internationale kennis te combineren met de lokale kennis in Groningen. 

Naast de industrie willen ook andere organisaties weten wat de aardbevingsrisico´s zijn. Grontmij heeft momenteel meer dan tien plannen opgesteld voor aardbevingsonderzoek voor onder meer zorgcentra, scholen en waterzuiveringen die gevestigd zijn in het aardbevingsrisicogebied in Groningen. Deze plannen liggen momenteel ter goedkeuring bij de NAM.

Dit moet u weten over gaswinning | Groningen-gasveld bijna grootste ter wereld | Dossier gaswinning

De gegevens zijn afkomstig van het KNMI. - (c)NU.nl/Jerry Vermanen

Tip de redactie