Staat in beroep over vakantiedagen

De Nederlandse staat legt zich niet neer bij een uitspraak van het gerechtshof over de opbouw van vakantiedagen tijdens ziekte.

Woensdag meldde een woordvoerster van het ministerie van Sociale Zaken dat de staat bij de Hoge Raad in cassatie gaat.

Het gerechtshof besloot dinsdag dat de staat aansprakelijk was voor de geleden schade van twee werknemers, omdat zij door hun arbeidsongeschiktheid beperkt vakantiedagen hebben opgebouwd.

De destijds geldende Nederlandse wet beperkte de opbouw van vakantiedagen bij ziekte, maar dat was in strijd met een Europese richtlijn. Daardoor werden bij het einde van het dienstverband te weinig vakantiedagen afgerekend.

Richtlijn

De werknemers spraken de Staat aan voor schade omdat de richtlijn niet tijdig in nationale wetgeving was doorgevoerd.

Op grond van die richtlijn hebben alle werknemers recht op 4 weken vakantie per jaar. Dit geldt ook voor werknemers die arbeidsongeschikt zijn.

Bij het einde van de arbeidsovereenkomst heeft de werknemer recht op uitbetaling van de nog openstaande vakantiedagen. Volgens de geldende Nederlandse wet had een werknemer die wegens ziekte geen arbeid verrichtte een beperkt recht op opbouw van vakantiedagen.

Vakantiedagen

Per 1 januari 2012 is de wet aangepast aan de richtlijn. De opbouw van vakantiedagen is toen voor arbeidsongeschikte werknemers gelijkgetrokken met die van arbeidsgeschikte werknemers.

De uitspraak kan precedentwerking hebben voor andere werknemers in een gelijke situatie als deze stand houdt bij de Hoge Raad. Het ministerie van Sociale Zaken heeft 1200 claims ontvangen van mensen die het niet eens zijn met de afrekening van hun vakantiedagen.

Lees meer over:
Tip de redactie