Bestrijding armoede gaat te langzaam

WASHINGTON - Voor veel arme mensen in een groot aantal landen is er nog weinig hoop dat ze in de nabije toekomst een beter bestaan zullen krijgen. De bestrijding van de wereldwijde armoede vordert te langzaam. Zowel rijke als arme landen, maar ook internationale financiële instellingen moeten hier samen verandering in brengen.

Dat staat in een rapport dat het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank hebben opgesteld. Het rapport werd donderdag in Washington gepresenteerd. Zondag zal de inhoud door ministers uit de hele wereld worden besproken op de voorjaarsvergadering van IMF en Wereldbank.

Het zogeheten Global Monitoring Report bevat een opsomming van wat zowel rijke als arme landen tot nu toe hebben gedaan om de zogeheten Millenniumdoelen te realiseren. De Millenniumdoelen vormen een reeks internationale afspraken die er op zijn gericht de armoede te bestrijden. Naast armoede staan het verbeteren van de gezondheidszorg en onderwijs hoog op de prioriteitenlijst.

Een aantal bevindingen in het rapport is niet nieuw. Dat lang niet alle westerse landen 0,7 procent van hun bruto nationaal product aan ontwikkelingshulp uitgeven, was bekend. Dat mensen in ontwikkelingslanden stuiten op een stuwmeer van bureaucratische regels voordat ze een bedrijfje kunnen beginnen, ook.

Bijzonder is dat het rapport het werk is van IMF en Wereldbank samen. Bij de presentatie donderdag in Washington werd er fijntjes aan herinnerd dat beide instellingen (die dit jaar zestig jaar bestaan) in het verleden nogal eens hun eigen plan trokken: waar de Wereldbank zich vooral richtte op de lange termijn, ging het IMF meer voor het kortebaanwerk. Het is de bedoeling dat er voortaan elk jaar een voortgangsrapportage komt om de Millenniumdoelen te realiseren.

Zorgwekkend

Hoewel sommige conclusies dus niet nieuw zijn, noemen de opstellers de uitkomst op verschillende fronten zorgwekkend, met name op het gebied van kindersterfte. De meeste regio's (Afrika voorop) lopen in dat opzicht achter. De opstellers van het Global Monitoring Report maken zich dan ook sterk voor het verbeteren van gezondheidszorg en sanitaire voorzieningen omdat op die manier een hoop sterfgevallen kunnen worden voorkomen. Daarnaast moeten er verbeteringen komen op het vlak van infrastructuur, wat ook weer goed is voor de economische groei.

De president van de Wereldbank, James Wolfensohn, verklaarde donderdag dat er een 'redelijke kans' is dat de armoede in 2015 met de helft zal zijn teruggebracht, zoals de bedoeling is. Maar, zo zei hij, dat komt vooral door landen als China en India, die economisch een enorme groei doormaken. Veel arme landen zijn echter nog steeds aangewezen op hulp van buitenaf. Zonder die hulp redden ze het eenvoudigweg niet. "Hulp is een belangrijk element om groei op gang te brengen. Hulp is niet alles, maar wel handig", aldus S. Zhang, een van de opstellers.

Het rapport pleit ervoor dat arme landen meer gaan doen om hun regels te vereenvoudigen. Daarnaast kan een vrijere handel het leven van veel mensen verbeteren. Dat advies geldt zeker ook voor de rijke landen, die nog steeds allerlei obstakels opwerpen voor handelsliberalisatie. Veel rijke landen meten volgens de opstellers met twee maten: aan de ene kant geven ze hulp, aan de andere kant houden ze er strikte handelsregels op na, waardoor arme landen in het westen geen poot aan de grond krijgen.

Tot slot geven IMF en Wereldbank ook nog een advies aan zichzelf. Ze moeten hun inspanningen in arme landen beter op elkaar afstemmen, in samenwerking met de landen waarin ze actief zijn.

Tip de redactie