'Onvoldoende bescherming tegen pesten op het werk'

AMSTERDAM - De huidige wet en regelgeving biedt onvoldoende bescherming tegen seksuele intimidatie, agressie en geweld op het werk. Dat blijkt uit schriftelijke Kamervragen die Pvda'er Jet Bussemaker donderdag stelde aan minister Aart Jan de Geus van Sociale Zaken.

Aanleiding voor de vragen zijn de uitkomsten van een onderzoek van de landelijke ontslaglijn. In dat onderzoek bleek dat 'mobbing' of wel pesten op het werk sinds twee jaar met 50 procent is gestegen. Bussemaker is van mening dat naar aanleiding van deze uitkomsten het recht van een individuele werknemer om een klacht over zijn arbeidssituatie in te dienen, in de wet moet worden vast gelegd. In de huidige wet is dit niet het geval.

Verder stelt Bussemaker voor dat ontslagvergunningen niet meer op valse gronden, zoals pesten op het werk, worden afgegeven. Ze stelt dat het beter is dat de betrokken werkgever aan moet geven dat hij voldoende heeft gedaan om het pesten te voorkomen. Zo'n soort regeling is vergelijkbaar met de Wet Poortwachter. Hierin wordt geregeld dat bij onvoldoende reïntegratie-inspanningen van zowel de werkgever als de werknemer de WAO-aanvraag wordt teruggestuurd.

Tip de redactie