Nederlandse bankensector krimpt fors

AMSTERDAM - De Nederlandse bankensector is sinds de kredietcrisis in omvang gekrompen van 5,5 naar 4,7 keer de Nederlandse economie, een daling van bijna 15 procent. Dat bericht De Nederlandsche Bank (DNB) donderdag.

Sinds 2007 is het bankwezen met name door de opsplitsing van ABN Amro kleiner geworden en veel sterker nationaal georiënteerd dan vijf jaar geleden, rapporteert DNB.

Eind 2011 was de omvang van de bankensector geslonken tot 4,7 keer de economie. Deze daling komt volledig voor rekening van het afstoten van buitenlandse activiteiten van onder meer ABN Amro en ING.

Zo verdwenen bij ABN Amro activiteiten in de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Italië en Brazilië. Al met al kromp het aandeel van het buitenland van 40 naar 15 procent eind 2011, "het laagste niveau in de recente geschiedenis", zo merkt DNB op.

Ook de winstgevendheid kreeg een knauw; In de jaren voor de crisis lag het rendement per aandeel (return on equity) rond de 15 procent. In 2011 was dit gedaald tot 6 procent.

Minder verdienen

Tweederde van deze daling komt doordat banken bijna de helft minder verdienen op elke uitgeleende euro (return on assets). "De inkomsten uit provisies en handelsactiviteiten zijn teruggelopen en de kosten voor slechte leningen en het aantrekken van financiering zijn gestegen", schrijft de centrale bank.

"Positief" noemt DNB dat banken tegelijkertijd de bedrijfskosten hebben verlaagd. Dat gebeurde onder andere door het verkleinen van het Nederlandse kantorennetwerk met 700 bankfilialen, een daling van 20 procent op het totaal.

Opvallend in de berekeningen van DNB is verder de groei van het spaargeld op bankrekeningen: tussen 2006 en 2011 bedroeg de toename 113 miljard euro, met name dankzij spaargeld van huishoudens.

Lees meer over:
Tip de redactie