'ING en Aegon polsten al vroeg voor steun'
DEN HAAG - Twee financiële instellingen kwamen nog voor de overheid een kapitaalloket openstelde in 2008 bij het ministerie van Financiën om te polsen of zij mogelijk in aanmerking zouden komen voor financiële steun.
Dit zei oud-topambtenaar van Financiën Bernard ter Haar woensdag voor de enquêtecommissie die de kredietcrisis onderzoekt.
Het ging om bank en verzekeraar ING en verzekeraar Aegon. De overheid maakte op 9 oktober bekend een kapitaalfaciliteit van 20 miljard euro beschikbaar te stellen om indien nodig het vermogen van banken en verzekeraars te versterken.
Het was een van de maatregelen om de onrust in de financiële markten weg te nemen. Het kapitaalloket zou openstaan voor financiële instellingen die fundamenteel gezond en levensvatbaar waren, maar door de kredietcrisis tijdelijk een kapitaalinjectie nodig hadden.
ING kreeg uiteindelijk 10 miljard euro en Aegon 3 miljard.
Eigen voorwaarden
Voordat ING staatssteun kreeg, stelde het concern eerst zelf voorwaarden op waaronder dat gebeurde. Dat zei voormalig manager van het concern, Maarten van Eden, woensdag tegen de parlementaire enquêtecommissie die de kredietcrisis onderzoekt.
Van Eden hield van 2005 tot 2009 de kapitaalpositie van ING in de gaten. Kort voordat het bedrijf 10 miljard euro steun kreeg, op 19 oktober, ging Van Eden ''nadenken over de vorm van de kapitaalsteun''.
Waslijst van bezwaren
Binnen ING was er volgens hem ''een hele waslijst van bezwaren'' tegen het scenario dat de Nederlandse Staat een aandelenbelang zou krijgen in ruil voor de steun. Dat de Staat uiteindelijk geen gewoon aandeelhouder werd, maar jaarlijks een rendement van 8,5 procent zou ontvangen als ING dividend uitkeerde, had ING bedacht, zei Van Eden.
Aan een gewoon aandeelhouderschap kleefde onder meer het nadeel dat Nederland bemoeienis kreeg met allerlei activiteiten van ING in het buitenland.


Startpagina