'Plasterkjournalisten niet redding van bestel'
In juni vorig jaar presenteerde de commissie-Brinkman een alarmerend rapport over toekomst van de nieuwsvoorziening in Nederland. Brinkman pleitte voor een internetheffing, die ten goede moest komen aan de krantensector, gezamenlijke distributie en toestaan van samenwerking tussen omroepen en kranten. Een interview met Elco Brinkman, oud-CDA-leider en minister van Cultuur, over de toestand in de media.
Foto: ANP
Hoe kijkt u terug op de reacties op het rapport van de Commissie Brinkman?
Aanvankelijk kregen we ongelofelijk veel reacties van binnen en buiten de media. Maar ik vind het jammer dat het betrekkelijk stil is geworden.
De vraag is nog steeds of een krant alles wel zelf kan in een tijd die zo snel gaat als deze, en waarin de lezer snel geïnformeerd wil worden door meerdere media tegelijk, dus niet alleen door bijvoorbeeld de NRC. Ik ben wel benieuwd hoe dat breder gaat aflopen, ook in de samenwerking met de televisie bijvoorbeeld.
Uw rapport is een jaar geleden uitgekomen. Is uw mening nog aangescherpt door de reacties?
Ja. De reacties zijn in belangrijke mate voorspelbaar geweest. Dat viel me wel wat tegen, omdat ik dat wel heel institutioneel geredeneerd vind. Ze handelen allemaal in hun eigen belang. Dat geldt ook voor ons advies om de drukcapaciteit te hervormen.
Je ziet toch dat er weer bewegingen zijn die alles maar overeind willen houden. Waarom? Het is te veel, dan moet je ook een keer een soort uitkoopregeling of een saneringsregeling hebben.
Dat geldt in andere sectoren van de samenleving toch ook? Als je te veel productiecapaciteit hebt, jammer dan, het is vroeger van belang geweest, nu niet.
Ook op het punt van de gezamenlijke distributie, wat zo voor de hand ligt. In de reacties blijft iedereen nog heel erg in hun eigen straatje.
Heeft u bemoedigende signalen gezien in de verkiezingsprogramma's?
Ik vind het heel klassiek. Als ik nu mijn eigen politieke groepering mag noemen: er is op het partijcongres van het CDA een enorm politiek gevecht geweest om een derde publiek net overeind te houden. Dat is een vorige oorlog die gevoerd wordt. Ik was er destijds als minister al niet voor.
De vraag is niet hoeveel publieke netten we moeten hebben, maar hoe oude en nieuwe media de behoefte van lezers en kijkers om direct on the spot te weten wat er aan de hand is, praktisch vorm gaan geven. Ze moeten niet allemaal alles gaan doen, maar het efficiënt doen door het samen te doen.
Het besef is dus nog niet doorgedrongen in Den Haag.
Ik vind het te matig.
Wat moet een volgend kabinet invoeren?
Als bedrijven - nieuwe media of kranten - willen samenwerken, moeten de juridische belemmeringen worden opgeheven. Niet bang zijn voor kartelvorming of een publieke omroep die in het nauw komt. Gewoon weg, die verboden. En dat geldt dus ook voor samenwerking op het gebied van distributie.
En het tweede wat ik nadrukkelijk zou doen, is niet eens zozeer een kwestie van wetgeving, maar het stimuleren van samenwerking tussen tv, kranten en nieuwe media. Door omroepen voor programma's te laten samenwerken met nieuwe media krijgt het democratische argument voor het bestaan van de omroep ook meer een kans. Niet alleen eenrichtingsverkeer van een uitzendende organisatie of 'ik stuur u de krant', maar tweerichtingsverkeer. Dat komt de kwaliteit ook ten goede.
Heeft u een voorbeeld?
Nou, als je een onderwerp als de energieprestatie van woningen, de ontwikkelingshulp of de wederopbouw van Afghanistan gedurende een week of een maand vanuit verschillende invalshoeken intensiever belicht in onderlinge samenwerking, waarbij ook lezers en gebruikers kunnen deelnemen, dan heb je ook een nuttige democratische functie.
Heeft een voorbeeld van een juridische drempel?
Er zijn nu allerlei verboden van samenwerking tussen bedrijven omdat men vreest dat iemand dan een marktaandeel krijgt van meer dan eenderde. In theorie kan er iemand 100 procent eigenaar worden van alle media. Voorlopig is dat nog niet geval, en ga dus niet vanuit die angst regeren. Laat de VARA, KRO en VPRO maar even piepen.
Zijn Plasterkjournalisten de redding van de journalistiek?
Nou, daar zit een enorm verschuivingsrisico in, dat de jongere uiteindelijke de plek inneemt van de oudere. In tijden van crisis is het mooi om de werkgelegenheid van een aantal mensen te redden, maar de Plasterkjournalisten zijn niet de redding van het bestel.
Wat vindt u van internetmedia als Geenstijl en NU.nl, die hebben bewezen een werkend verdienmodel op internet te hebben.
Het aardige is dat er voortdurend kritiek is geweest op dit soort initiatieven omdat ze geen geld hebben en het technisch onvolkomen zou zijn. Nou, de praktijk leert dat het wel degelijk werkt. Je ziet dat er geen enorme studioparken of krantengebouwen hoeven te zijn met enorme aantallen medewerkers.
Verder zie je dat een informelere setting en toon vaak beter aansluiten bij kijkers en gebruikers. Het kenmerk van deze media is dat ze snelheid hebben, variatie bieden en interactiviteit stimuleren. Ook bieden ze mogelijkheden in commerciele en technische zin.
Wat kan Hilversum daarvan leren?
Er is een enorme concentratie in Hilversum de laatste jaren op de zogenoemde topkwaliteit. Je zult mij er niet over horen dat dat schermpje niet optimaal van kleur is en dat mensen prima werden uitgelicht. Maar de vraag is of het niet te statisch is geworden, letterlijk en figuurlijk.
Dat zoveel mensen gebruikmaken van nieuwe initiatieven op internet is voor mij het beste bewijs dat de rest veel te veel in zijn beschermde omgeving denkt. Het argument dat de omroep grote massa's bedient, is zeer betrekkelijk. Ik ben niet alleen KRO-kijker. Boer Zoekt Vrouw is een prima programma, maar ik kijk ook andere media en programma's. In Hilversum is het multifunctionele element teveel gaan ontbreken.
Hoeveel kranten en omroepen zijn er nog over tien jaar?
Dat zal verder zijn ingedikt. Ik denk niet dat er brede steun blijft om zoveel omroepen - groot en klein - overeind te houden. Ik denk dat mensen zullen zeggen 'een of twee publieke netten, prima'.
En liever daar wat extra voor betalen, maar niet die enorme verwatering. Het gedoe over die zenderindeling met dat gepuzzel 'vijf minuten voor jou, tien minuten voor jou'! Het wordt van binnenuit uitgegraven. De eisen zijn door de jaren heen naar beneden bijgesteld. En dan elke vijf jaar die bijstelling. Het versnippert, het gaat aan zichzelf ten onder.
En kranten?
Zelfde laken een pak. Ik geloof best dat mensen een aantal honderd euro per jaar blijven overhouden voor een paar kwaliteitskranten, drie tot vijf. Maar die kunstmatige onderverdeling in dag-, week- en maandbladen? Ze hebben allemaal het probleem dat ze niet voldoende interactief zijn en niet voldoende op het moment er kunnen zijn dat het nieuws het vraagt. Dat zal dus beperkt worden.


Startpagina