Topbeloningen groeien sneller dan gemiddeld

DEN HAAG - Topbeloningen in het bedrijfsleven groeien sinds eind jaren negentig harder dan gemiddeld. Bestuurders van grote, niet-financiële ondernemingen zonder beursnotering verdienen steeds meer omdat de bedrijfsomvang toeneemt.

Bij beursgenoteerde ondernemingen is de groei van topbeloningen nog sterker, maar deze is slechts gedeeltelijk te verklaren door toename van de bedrijfsomvang.

Dit zijn de belangrijkste conclusies uit een donderdag gepubliceerd rapport van het Centraal Planbureau (CPB).

Tot 1998 verdiende 0,1 procent van de werkende bevolking het hoogste loon. Zij waren goed voor 1,3 procent van het totale arbeidsinkomen. Uit de rapportage blijkt dat vanaf 1998 het inkomensaandeel van deze topverdieners is toegenomen tot 2 procent in 2006.

Duitsland

De top verdiende in dat jaar dus twintig keer het gemiddelde loon. In andere landen is dit veel meer, bijvoorbeeld ruim veertig keer in Duitsland en bijna tachtig keer in de Verenigde Staten.

In de periode tussen 1999 en 2005 groeiden de topbeloningen bij grote ondernemingen in Nederland met gemiddeld 6 procent per jaar, terwijl de gemiddelde loonstijging op 3 procent lag. De groei van topbeloningen is vooral toe te schrijven aan schaalvergroting.

Beursnotering

Bestuurders van beursgenoteerde ondernemingen verdienden in dezelfde periode echter 52 procent meer dan bestuurders bij een vergelijkbare onderneming zonder beursnotering. Dit beloningsverschil neemt zelfs nog toe, signaleert het CPB. De beloningsgroei bij beursgenoteerde ondernemingen bedraagt 9 procent per jaar, hoger dan de gemiddelde groei van 6 procent bij alle grote ondernemingen.

De helft van de beloningsgroei bij beursgenoteerde ondernemingen is te verklaren door inflatie en schaalvergroting. Voor de andere helft van de groei hebben de onderzoekers geen marktconforme verklaring gevonden.

Publieke sector

In de publieke sector blijven topbeloningen achter bij het gemiddelde loon. Het beloningsgat tussen topbestuurders in het bedrijfsleven en in de publieke sector neemt daarom extra snel toe, concluderen de onderzoekers.

Zo is het salaris van een Nederlandse minister de afgelopen twee decennia relatief afgenomen: van vijf keer het gemiddelde loon in de jaren tachtig naar vier keer in 2009.

Tip de redactie