Woningcorporatie mag niet uit publieke bestel
ZWOLLE - Woningcorporatie De Veste uit Ommen mag niet uit het publieke bestel treden. Dat bleek vrijdag uit een uitspraak van de bestuursrechter in Zwolle.
De rechtbank heeft een beroep van De Veste tegen de weigering van de voormalige minister Ella Vogelaar (Wijken en Wonen) om de corporatie uit het bestel te laten treden, ongegrond verklaard.
De bestuursrechters denken dat het toezicht op de sociale huursector na uittreding niet in dezelfde mate gegarandeerd is als nu het geval is.
Directeur Jan Sinke maakte in februari 2008 bekend uit het publieke bestel te willen treden. Volgens hem is De Veste beter af als bedrijf nu woningcorporaties winstbelasting moeten betalen. Wel wilde hij het bouwen van huurwoningen als een van de kerntaken van De Veste behouden.
Solidariteitsgedachte
De minister wees in haar weigering onder meer op de solidariteitsgedachte die aan het bestel van woningcorporaties ten grondslag ligt.
Toegelaten instellingen moeten jaarlijks een bijdrage leveren aan een fonds waarmee minder vermogende instellingen financieel worden gesteund. Volgens de rechters mag de minister dit belang boven dat de van de stichting stellen.
Woensdag vroeg ook woningstichting Den Helder toestemming aan de minister om uit het bestel te treden.
Aedes
De branchevereniging van woningcorporaties Aedes liet in een reactie weten dat zij de frustraties van de twee stichtingen begrijpt. Voorzitter Marc Calon vindt dat de volledige invoering van de winstbelasting corporaties beperkt bij het zorgen voor sociale huisvesting. ''Deze belasting moet daarom van tafel.''
Toch vindt Aedes het geen goed idee dat de corporaties als privaat bedrijf verder willen. De koepel vindt dat het bestel het publieke belang van sociale huisvesting garandeert en vindt ook de onderlinge solidariteit tussen corporaties belangrijk.


Startpagina