Koenders stopt ontwikkelingshulp voor zeven landen
DEN HAAG - Minister Bert Koenders voor Ontwikkelingssamenwerking is van plan de ontwikkelingsrelatie met zeven landen te beëindigen.
Foto: Novum
Het gaat om Bosnië-Herzegovina, Eritrea, Sri Lanka, Albanië, Armenië, Kaapverdië en Macedonië.
De stopzetting wordt afgerond nog voor het einde van de geplande kabinetsperiode, in 2011.
De minister schrijft dat vrijdag in een brief aan de Tweede Kamer. Hij had dat voor een aantal landen al aangekondigd maar geeft nu de verschillende redenen aan om de relatie te stoppen.
Bosnië, Albanië, Armenië en Macedonië kunnen steeds meer rekenen op bijdragen uit andere fondsen en instrumenten bij hun economische ontwikkeling.
Humanitaire hulp
Kaapverdië heeft zich ontwikkeld tot een zogeheten middeninkomenland en heeft het niet meer nodig. In Sri Lanka en Eritrea is de binnenlandse politieke situatie de reden.
Koenders blijft daar nog wel humanitaire hulp aan geven. Volgens de minister wil hij zich alleen richten op de landen die hulp het meest nodig hebben.
''Andere landen kunnen bredere relaties aangaan'', aldus Koenders, die daarvoor nauw wil samenwerken met Economische Zaken.
Onderzoek
Koenders heeft samen met Denemarken, Noorwegen en Zweden een evaluatie laten maken over de manier waarop zij hun hulprelaties beëindigden in Botswana, Eritrea, India, Malawi en Zuid-Afrika.
Ook de overgang naar niet-hulprelaties op basis van wederzijds belang is in dat onderzoek meegenomen.
Nederland kwam hier niet slecht uit naar voren, aldus Koenders. Maar het kan volgens hem altijd beter, onder meer door maatwerk te leveren in het land waarmee de hulp wordt gestopt.
Ook wil Koenders dat Nederlandse ministeries beter gaan samenwerken als de vaak vele jaren durende hulprelatie naar een samenwerkingsrelatie wordt omgevormd.


Startpagina