OESO wil Europees toezicht op banken

PARIJS - Het toezicht op de banken in de eurozone moet op Europees niveau plaatsvinden met de oprichting van één Europese toezichthouder op de financiële markten.

Dat stelt de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) woensdag.

''De periode van financiële instabiliteit bewijst de noodzaak van goede regelgeving. Juist in de geïntegreerde financiële markten van Europa is dit een probleem'', aldus de OESO in haar rapport over de eurozone.

''De juiste aanpak van grensoverschrijdende risico's vraagt om een meer centrale aanpak.''

Europees toezicht

Europees toezicht moet volgens de OESO de verschillen in regelgeving opheffen, zodat landen niet kunnen concurreren met een soepeler regime.

Daarnaast moet een geharmoniseerd pakket regels het leven ook makkelijker maken voor banken die in verschillende landen actief zijn.

Effectieve coördinatie

''Effectieve coördinatie is de sleutel tot het herstel van het vertrouwen in de financiële markten en tot een versnelde terugkeer naar economische groei'', aldus OESO-topman Angel Gurría in een verklaring.

De Europese Centrale Bank (ECB) liet vorige week al weten graag een grotere rol te willen spelen in het Europese toezicht op de banken.

Bij grote EU-lidstaten als Duitsland en Groot-Brittannië leeft echter veel weerstand tegen de instelling van een Europese toezichthouder.

Somber

De OESO is in haar rapport somber over de vooruitzichten voor de eurozone. De organisatie voorspelt dat de euro-economie de eerste helft van dit jaar zal blijven krimpen.

De economische groei in de zestien landen die met de euro betalen zal in ieder geval tot het midden van 2010 achterblijven.

Rente

Aangezien ook de inflatie waarschijnlijk laag zal blijven, heeft de ECB volgens de OESO ruimte om de rente verder te verlagen. De ECB beslist donderdag over een nieuwe rentestap.

Analisten verwachten dat de rente in de eurozone, die nu op 2,5 procent staat, daarbij met minstens een half procentpunt omlaag zal gaan.

Stimuleren

De OESO roept nationale overheden op ''tijdige, tijdelijke en gerichte'' stappen te ondernemen om de economie te stimuleren.

Zij moeten daarbij echter oppassen dat de maatregelen voor de korte termijn de groeikansen van de economie op lange termijn niet ondermijnen.

Tip de redactie