Ahold schikt met ex-bestuurders

AMSTERDAM - Ahold heeft een schikking getroffen met zijn voormalige bestuursvoorzitter Cees van der Hoeven en zijn gewezen financieel directeur Michiel Meurs. Dat heeft het supermarktconcern vrijdag bekendgemaakt.

De schikking heeft te maken met de rol die beide ex-bestuurders speelden in de boekhoudfraude waarin het concern verstrikt raakte.

Van der Hoeven doet afstand van alle vorderingen die hij tegen zijn vroegere werkgever had ingediend en betaalt Ahold 5 miljoen euro. De vorderingen van de ex-topman kwamen neer op een bedrag van meer dan 4,5 miljoen euro. Meurs betaalt Ahold 600.000 euro en doet eveneens afstand van zijn vorderingen.

Aansprakelijkheid

De arbitrageprocedures die beiden hadden lopen tegen Ahold zijn daarmee beëindigd. De schikking met Van der Hoeven en Meurs zijn tot stand gekomen zonder erkenning van aansprakelijkheid door beide ex-bestuurders, aldus Ahold.

Verwijten

Van der Hoeven zei vrijdag dat van alle verwijten die hem zijn gemaakt er een is "waar ik mij achteraf gezien, in herken. Ik had de raad van commissarissen en de accountant van Ahold vanaf november 2002 moeten inlichten over, op zich achterhaalde, informatie betreffende de consolidatie van deelnemingen."

Tevreden

Een woordvoerder van Ahold benadrukte dat deze spijtbetuiging van Van der Hoeven "de grond is geweest op basis waarvan is geschikt". Het concern zei "tevreden" te zijn over de uitkomst. "Deze schikking geeft kracht en helderheid. We kunnen dit zo langzamerhand achter ons laten."

Kortingen

Eind november dient in de Verenigde Staten nog een strafzaak tegen de voormalige bestuursvoorzitter van US Foodservice. Bij deze - inmiddels verkochte - dochteronderneming van Ahold bleek op grote schaal te zijn gefraudeerd met de verwerking van inkoopkortingen in de boekhouding.

In 2003 bleek daarnaast dat Ahold ten onrechte de volledige omzet van de Scandinavische supermarktketen ICA in de resultaten had verwerkt. De zaak ontpopte als de grootste boekhoudfraude in de Nederlandse geschiedenis.

Celstraf

De rechtbank in Amsterdam veroordeelde Van der Hoeven en Meurs in mei 2006 voor hun rol in de fraude tot een voorwaardelijke celstraf van negen maanden. Ze moesten daarnaast een boete betalen van 225.000 euro.

Zowel het Openbaar Ministerie als Van der Hoeven ging in hoger beroep. Op 29 november is er een zogenoemde regiezitting.

Tip de redactie