Dit moet je weten over de spaartaks

Over vermogen zoals spaargeld en aandelen moet je belasting betalen. Die belasting moet eerlijker en, minstens zo belangrijk, uitvoerbaar blijven voor de Belastingdienst. Met die opdracht ging staatssecretaris Eric Wiebes (Financiën) op Prinsjesdag 2015 aan de slag.

Tot en met 2016 rekende de overheid over vermogen in box 3 een fictief rendement van 4 procent. Ongeacht of dit rendement daadwerkelijk is behaald, moet over die 4 procent een belasting worden betaald van 30 procent. 

Dat betekent dat vermogen effectief met 1,2 procent wordt belast. Dat geldt in 2016 niet voor de eerste 24.437 euro, dat bedrag is vrijgesteld. Voor fiscale partners is dat het dubbele.

Maar wie haalt er tegenwoordig nog een rendement van 4 procent? Spaarrentes zijn inmiddels ruim onder de 1 procent beland. Dat betekent dus dat je inteert op je spaargeld.

Dat is niet uit te leggen, vindt ook staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën. Hij noemt het tijdens Prinsjesdag 2016 een "aantasting van het draagvlak van deze belasting". 

Tussenstap in 2017

Vermogen moet belast worden op het werkelijk behaald rendement, maar daar zijn de systemen van de Belastingdienst nog niet voor ingericht. Daarom volgt er in 2017 eerst een tussenstap.

Omdat het nog niet mogelijk is om vermogen met het werkelijk behaald rendement te belasten, wordt er weer met een fictieve winst gerekend. De belasting over die winst blijft staan op 30 procent. 

Hoe hoger vermogen, hoe hoger de winst, is de gedachte van het kabinet. De belasting is daar in 2017 ook op ingesteld. De vrijstelling is iets verhoogd naar 25.000 euro. Ook hier geldt voor fiscale partners het dubbele bedrag.

Van 25.000 tot 100.000 euro is het fictieve rendement verlaagd van 4 naar 2,87 procent. Daardoor betaal je 0,86 procent belasting over dat deel van het vermogen.

Tussen 100.000 en 1.000.000 euro gaat de fiscus uit van een rendement van 4,6 procent. Effectief komt dat neer op een belasting van 1,38 procent over het vermogen. Boven de 1 miljoen euro geldt een fictieve winst van 5,39 procent waarmee het vermogen met ruim 1,6 procent wordt belast.

Werkelijk behaald rendement

Deze stap is slechts een tussenoplossing. Belasting heffen over het werkelijk behaalde rendement is het doel van het kabinet, maar er zijn wel eisen waaraan moet worden voldaan.

Ten eerste moet een nieuw systeem belastingontwijking tegengaan. Misbruik van nieuwe regelgeving moet zoveel mogelijk worden uitgesloten.

Daarbij mag het de eenvoud niet aantasten. Wiebes noemt het vooraf ingevulde belastingformulier een groot goed. "Het nieuwe systeem mag er niet voor zorgen dat we met een schoenendoos vol bonnetjes op zondagmiddag aan het werk zijn voor de belastingaangifte", aldus de bewindsman.

Het kabinet heeft geconcludeerd dat belasten op werkelijk behaald rendement mogelijk is, maar dat er altijd zal worden gerekend met fictieve winsten. Er wordt dus gewerkt aan een tussenvorm.

Gegevens over bank- en spaartegoeden en aandelen zijn aanwezig bij de banken. De werkelijk behaalde winsten zijn op te vragen.

Maar dat geldt niet voor bijvoorbeeld huuropbrengsten of onderhoudskosten van onroerend goed. Die gegevens kunnen alleen door de belastingplichtige zelf worden gegeven. Dat zorgt nu juist voor de administratieve rompslomp waar niemand op zit te wachten. Het rendement zal daarom ook hier bij benadering worden bepaald.

Er wordt ook nog rekening gehouden met een variant waarbij niet wordt uitgegaan van het werkelijk behaalde rendement, maar wel van een fictieve winst die ieder jaar wordt aangepast. Een systeem zoals we dat nu kennen, maar dan verfijnder.

Niet eerder dan najaar 2018

Het is nu aan de Tweede Kamer om te bepalen welke richting wordt gekozen. De regering wil namelijk een zo breed mogelijk draagvlak. Aangezien er in maart verkiezingen zijn, moeten oppositiepartijen die mogelijk aan de macht komen ook instemmen.

Wiebes schat dat het wetstraject, dat op zijn vroegst start in maart 2017, met de "turbomotor" aan anderhalf jaar duurt. Pas dan gaan de ruim driehonderd ketenpartners, waaronder 75 banken, aan de slag om hun systemen op elkaar af te stemmen zodat de informatie onderling en aan de Belasting kan worden uitgewisseld.

Dat is volgens Wiebes één van grootste ICT-projecten voor zowel de Belastingdienst als de banken. Het duurt daarom volgens de bewindsman nog minimaal 24 maanden voordat dit proces klaar is. Dat betekent dat we in het najaar van 2020 zitten als alle seinen op groen staan.

Gratis is het evenmin. De kosten voor de Belastingdienst worden geschat op 20 tot 30 miljoen euro. De ketenpartners zijn tussen de 75 en 100 miljoen euro kwijt. "Kortom: Een heffing die beter aansluit bij het werkelijke rendement is zeer wenselijk, maar, zoals gezegd, zeker niet 'gratis'", aldus Wiebes.

Tip de redactie