Achtergrond: Wat u moet weten over de stresstest van Europese banken

De Europese Bankenautoriteit (EBA) heeft vrijdagavond de resultaten van een stresstest van Europese banken gepresenteerd. Wat houdt de test precies in?

Voor de stresstest zijn 51 banken uit vijftien lidstaten van de Europese Unie onderzocht. De banken zijn samen goed voor zo'n 70 procent van de Europese financiële sector. Het gaat om grotere banken die minstens 30 miljard euro aan bezittingen hebben.

De test is uitgevoerd door de EBA, een onafhankelijk toezichtsorgaan voor de bankensector in Europa. 

De organisatie heeft een mandaat om het beleid van banken te harmoniseren, ziet toe op gelijke toepassing van die regels en houdt toezicht op "zwakke plekken" in het systeem. Dat gebeurt onder meer met stresstesten. In 2011 en 2014 werden al soortgelijke testen gedaan.

De EBA doet dat in samenwerking met de nationale toezichthouders van de EU-lidstaten, waaronder De Nederlandsche Bank (DNB) en in samenspraak met de Europese Centrale Bank (ECB). De ECB houdt direct toezicht op de banken binnen de eurozone.

De banken in de eurozone die te klein zijn voor de EBA-test, worden door de ECB zelf onderworpen aan een gelijkwaardige stresstest. Dat geldt bijvoorbeeld voor banken in Portugal, op Cyprus en in Griekenland.

De kredietcrisis was aanleiding om een Europese bankenunie op te richten en banken onder toezicht van de ECB te plaatsen.

Na het uitbreken van de crisis in 2008 kwamen veel banken in financiële problemen. Banken die dreigden om te vallen, zoals ABN Amro, werden door overheden overeind gehouden met behulp van belastinggeld en gegarandeerde leningen. Daardoor groeiden ook de staatsschulden van veel landen, waardoor weer nieuwe problemen ontstonden.

Aan deze verstrengeling van de financiële en publieke sector moest een einde komen, was de heersende gedachte in Europa. Daarom werd de zogenoemde bankenunie in het leven geroepen. Een toezichtsysteem met drie pijlers: Europees toezicht op banken, een afwikkelingsmechanisme voor omvallende banken en een Europees depositogarantiestelsel voor spaargeld tot 100.000 euro.

De grote banken in de eurozone staan zodoende sinds 2014 onder toezicht van de ECB die de banken, deels in samenwerking met de EBA, uitvoerig test op hun financiële weerbaarheid. De ECB werkt hiervoor ook samen met nationale toezichthouders zoals DNB. De Nederlandse waakhond houdt zelf toezicht op de minder grote banken in Nederland.

De stresstest van 2016 ziet er heel anders uit dan die van voorgaande jaren. 

Het belangrijkste verschil is dat er dit jaar geen minimale kapitaaleis gehanteerd wordt. In tegenstelling tot eerder, kunnen de banken daarom bij deze stresstest niet slagen of zakken. Ze worden ook niet verplicht om extra kapitaal op te halen.

Volgens de EBA is een kapitaaleis nu niet langer nodig, omdat de Europese banken inmiddels een stuk steviger in hun schoenen staan. De stresstest van 2016 is vooral bedoeld om toezichthouders, banken en andere marktpartijen van informatie te voorzien. Daarmee kunnen ze op consistente wijze vergelijkingen maken en resterende "kwetsbaarheden" herkennen.

Bij deze test is verder voor het eerst gekeken naar het risico op hoge boetes en compensaties. Het gaat dan bijvoorbeeld om de gevolgen van het niet nakomen van de zorgplicht of een schandaal zoals het gesjoemel met de Libor-rente.

Bij de test van 2016 zijn de banken beoordeeld op hun incasseringsvermogen om eventuele nieuwe financiële klappen op te vangen. De positie van de banken op 31 december 2015 is daarbij als uitgangspunt genomen. De EBA heeft gekeken naar de effecten van een eventuele nieuwe economische crisis ("een drie jaar durende financiële schok", ook wel slechtweerscenario genoemd) om de sterke en zwakke punten van banken te kunnen identificeren.

Het zogenoemde slechtweerscenario voor Nederlandse banken is dit keer strenger dan dat van 2014.

Zo wordt deze keer bij het slechtste scenario uitgegaan van een toename van de werkloosheid van bijna 4 procent in plaats van bijna 2 procent.

Bovendien krimpt de Nederlandse economie in dit scenario een stuk harder (-3 procent) dan bij de test van twee jaar eerder (-1,5 procent). Overigens is de veronderstelde daling van de huizenprijzen met -7 procent bij deze test een stuk kleiner dan de vorige keer (-17 procent).

Bij deze test zijn flink minder banken onderzocht dan bij de eerdere edities. 

51 banken doen mee, in 2014 waren dat er nog 123 en in 2011 negentig. In 2011 zakten acht van de negentig onderzochte banken voor de stresstest. Het ging om vijf Spaanse banken, twee Griekse en één Oostenrijkse bank.

In 2014 haalden vijfentwintig banken de test niet. Samen moesten zij bijna 25 miljard euro extra kapitaal ophalen om de gaten te kunnen dichten.

Een deel van deze banken had voor de publicatie van de resultaten al extra kapitaal opgehaald. Dertien financiële instellingen moesten dat op een later moment nog doen, door onderdelen te verkopen of geld op te halen op de kapitaalmarkt. Uit de test van 2014 bleek dat met name Italiaanse en Griekse banken er niet goed voor stonden.

Dit jaar zijn vier Nederlandse banken aan de stresstest onderworpen.

In november vorig jaar publiceerde de ECB een lijst van 39 banken in de eurozone die dit jaar zijn onderzocht door de EBA. Voor Nederland zijn dat ING, Rabobank, ABN Amro en de Bank Nederlandse Gemeenten. De laatstgenoemde bank verstrekt onder meer kredieten aan Nederlandse overheden.

In 2014 werden zeven Nederlandse banken getest. Die slaagden toen moeiteloos. Onder meer SNS, Rabobank, ABN Amro en ING toonden daarmee aan dat ze over voldoende kapitaal beschikten bij tegenvallende economische omstandigheden.

Lees meer over:
Tip de redactie