Dit moet je weten over het nieuwe pensioenstelsel

Nederland heeft één van de beste pensioenstelsels ter wereld, maar sinds de financiële crisis is pijnlijk duidelijk geworden dat er ook veel kwetsbaarheden zijn.

De arbeidsmarkt verandert met de flinke toename van het aantal zelfstandigen. Ook is het is niet meer van deze tijd om als werknemer een heel werkzaam leven bij één werkgever actief zijn.

Kortom: een aanvullend pensioen is niet meer zo vanzelfsprekend voor heel veel mensen.

Daarom moet er een nieuw stelsel komen dat bestand is tegen financiële schokken en beter is afgestemd op de veranderende wereld.

Er bestaan sinds 2015 al nieuwe spelregels voor de pensioenfondsen. Met dit zogeheten financieel toetsingskader (FTK) hoeven fondsen niet direct in te grijpen als zij te maken krijgen met schommelingen op de financiële markten en mogen zij eventuele kortingen uitspreiden.

Wanneer pensioenfondsen moeten korten en aan welke voorwaarden zij moeten voldoen, staat in onderstaand artikel.

Nieuw

Alle partijen in de Tweede Kamer zijn het erover eens dat het pensioenstelsel moet veranderen. Een stelsel dat beter bestand is tegen financiële schokken, nauwkeuriger is afgestemd op de veranderende arbeidsmarkt en met meer keuzevrijheid voor de deelnemers. 

Maar hoe dit precies moet worden ingekleurd, is een onderwerp voor de politieke onderhandelingstafel. Het kabinet Rutte II mikt erop dat het nieuwe stelsel er in 2020 staat. Echte knopen worden dus door een volgend kabinet doorgehakt.

Verantwoordelijk staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken) wil een zo breed mogelijk draagvlak. Het pensioen is namelijk te belangrijk om aan één kabinet over te laten. Laat staan aan één politieke partij. 

Transparanter

Uit gesprekken die het ministerie in de zomer van 2014 met betrokken partijen organiseerde, kwam al naar voren dat een nieuw stelsel vooral transparanter en minder complex moet worden.

Het kabinet wil daarnaast een oplossing voor het risico dat steeds minder mensen automatisch een aanvullend pensioen opbouwen, zoals zzp'ers, uitzendkrachten en flexwerkers. 

Dat zijn politieke keuzes. Zo vindt de VVD dat zelfstandigen het beste zelf kunnen bepalen of zij pensioen willen opbouwen of niet. De PvdA heeft moeite met die mate van vrijheid. De partij vreest dat gepensioneerden opeens een stuk minder inkomsten hebben als zij niets hebben gespaard.

Een grote wens van veel partijen is meer keuzevrijheid. Daarbij denkt het kabinet aan meer zeggenschap voor deelnemers zoals de mogelijkheid de premie-inleg te beperken of om een bedrag in één keer op te nemen.

Vergrijzing

Vriend en vijand zijn het in ieder geval over één ding eens: de doorsneesystematiek moet van tafel. Met dit systeem betaalt jong en oud bij hetzelfde pensioenfonds dezelfde pensioenpremie. Dit lijkt eerlijk, maar komt in feite neer op een vermogensherverdeling van jong naar oud. 

De inleg van jongeren, tot 45 jaar in dit geval, is meer waard dan die van ouderen, omdat hun geld langer kan renderen. Tegelijkertijd zijn jongeren er door de vergrijzing minder zeker van dat zij hier ook van kunnen profiteren.

Er kleeft wel een groot nadeel aan het afschaffen van de doorsneesystematiek. Het Centraal Planbureau (CPB) berekende dat deze aanpassing de huidige pensioendeelnemers ongeveer 100 miljard euro kost in de komende 25 jaar.

Het kabinet wil 40 miljard euro betalen, de overige 60 miljard moeten werkgevers en werknemers ophoesten.

Advies

De kaders waarbinnen het nieuwe pensioenstelsel vorm moet krijgen, zijn het afgelopen jaar geschetst door de Sociaal-Economische Raad (SER). De SER is het belangrijke adviesorgaan van de regering waarin werkgevers, werknemers en onafhankelijke deskundigen zijn vertegenwoordigd.

De SER noemt een persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling een interessante variant voor de toekomst.

Hierin wordt het 'risico' dat mensen lang blijven leven en dus langer een pensioenuitkering krijgen, gedeeld. Ook het arbeidsongeschiktheidsrisico wordt collectief afgewenteld.

Deelnemers krijgen te zien hoeveel zij hebben opgebouwd en op hoeveel pensioen ze ongeveer kunnen rekenen. Ook moet er een buffer komen die in financieel goede tijden wordt gevuld zodat pensioenen bij economisch slecht weer worden aangevuld.

Haast

Er haast is geboden bij een stelselwijziging, benadrukt onder meer De Nederlandsche Bank (DNB) die toezicht houdt op de Nederlandse pensioenfondsen.

De pensioenfondsen moeten door toedoen van het beleid van de Europese Centrale Bank (ECB) meer geld in kas houden om aan hun toekomstige verplichtingen te kunnen voldoen.

Omdat de ECB de rente op een historisch laag niveau houdt, is de noodzaak om het pensioenstelsel aan te passen alleen maar groter geworden, aldus DNB.

Lees meer over:
Tip de redactie