Dit betekent de Chinese beurscrash voor Nederland

Sinds eerste handelsdag van 2016 zijn aandelenbeurzen wereldwijd weer in de ban van China. Tegenvallende cijfers over de toch al afkoelende economie maken beleggers onrustig. Wat voor een effect heeft dit op Nederland?

De paniek sloeg aan het begin van dit jaar direct toe toen op maandag 4 januari de handel in China vroegtijdig werd stilgelegd omdat de koersen te hard daalden. Later die week greep de overheid meerdere malen in, in de hoop de schade te beperken.  

Handelaren in andere delen van Azië en later in Europa en de Verenigde Staten (VS) reageerden eveneens paniekerig op wat er in China gebeurde. 

De AEX beleefde zijn slechtste eerste beursweek ooit sinds de oprichting in 1983. In de VS presteerden de S&P 500 en technologiebeurs Nasdaq niet eerder zo beroerd op de eerste handelsdag van het jaar sinds 2001.

Wat is het probleem?

De aanleiding voor de onrust zijn tegenvallende cijfers over de toch al afkoelende Chinese economie. De regering hield altijd het streven aan van 7 procent groei, maar dat percentage werd in november door de president naar beneden bijgesteld

Aan het begin van 2016 wakkerde cijfers over een tegenvallende inkoopmanagersindex, zwakke inflatiecijfers en een stevige daling van de producentenprijzen de onrust verder aan.

De schrik zat er vooral goed in omdat er al veel onzekerheid over de afkoelende Chinese economie bestond. Afgelopen jaar schoten de koersen op de Shanghai Stock Exchange Composite Index in recordtempo omhoog en omlaag.  

Ook zijn er zorgen over de hoge schulden bij het bedrijfsleven en heeft het land te maken met overcapaciteit in de industrie en het onroerend goed. Er zijn voorbeelden van spooksteden, compleet met een leegstaand winkelcentrum waar dagenlang geen enkele bezoeker is te zien. 

China is de één na grootste economie ter wereld. Als Chinezen hun spaargeld zien verdampen doordat zij met geleend geld het schip zijn ingegaan op de aandelenbeurs en de economische groei vertraagt, dan zullen andere landen dat ook gaan merken.

Daarbij is door de afkoelende economie de vraag naar grondstoffen flink gedaald. De Chinezen bouwen nu minder fabrieken en investeren minder in hun infrastructuur. Dat is onder andere terug te zien in de staalproductie, er werd in december voor de negende maand op rij wereldwijd minder staal gefabriceerd dan in dezelfde maand een jaar eerder. 

Wat betekent het voor Nederland?

Voor Nederland geldt dat de economie zwaar leunt op de export: bijna 40 procent van de economie is afhankelijk van vraag uit het buitenland. De handel met China is in de afgelopen jaren steeds belangrijker geworden. 

ING maakte een berekening: in 1995 was de bijdrage van China aan de Nederlandse economie 0,4 procent. Dat is inmiddels verzesvoudigd naar 2,4 procent. Dat komt neer op 15,5 miljard euro.

Er wordt ook over en weer in elkaars economie geïnvesteerd. Kijk naar de recente overname van Vivat, het vroegere Reaal, door de Chinese verzekeraar Anbang. Ook Kruidvat is in Chinese handen gekomen. ICBC, een van de grote Chinese staatsbanken, heeft zich in Amsterdam gevestigd.

Hoe sterk het besmettingsgevaar voor de rest van de wereld precies is, is lastig in te schatten, zegt Jos Versteeg, analist bij vermogensbeheerder Theodoor Gilissen. 

"Bedrijven hebben er natuurlijk last van. Kijk bijvoorbeeld naar Duitsland, zij willen auto's verkopen in China. Ook Nederlandse multinationals verdienen daar geld. Denk aan Philips, Unilever en DSM. Maar ook de Rotterdamse haven merkt het wanneer er minder wordt gehandeld."

Volgens ABN Amro is de Nederlandse economie sterk genoeg om de klappen op de Chinese beurzen op te vangen. "We merken die negatieve ontwikkelingen wel, maar ik denk niet dat het onze economie heel erg zal schaden", zegt hoofdeconoom van ABN Amro Han de Jong. 

Maatregelen

De Chinese overheid heeft meerdere keren ingegrepen. De centrale bank verlaagde de rente, grootaandeelhouders van bedrijven mochten tijdelijk geen aandelen verkopen en staatsfondsen kochten aandelen in om de koersen te stuwen. Daarnaast kan de handel worden gestaakt of zelfs een hele dag worden stilgelegd als de CSI 300, een belangrijke Chinese bedrijvenindex, te veel zakt. 

Een ander middel om de economie weer op stoom te krijgen, is het devalueren van de munt. Dat deed de overheid al in augustus en begin januari zelfs meerdere malen.

Versteeg vreest dat China dit middel te snel inzet. "Door de munt te devalueren, worden Chinese producten voor het buitenland goedkoper waardoor andere landen in de regio zich gedwongen voelen hun munt ook te verlagen om concurrerend te blijven", zegt de analist.

Een ander groot risico gaat schuil in het feit dat mensen en bedrijven schulden in Amerikaanse dollars hebben. Die schulden worden steeds duurder om af te lossen als de eigen munt in waarde daalt.

Overdreven

Maar er zijn ook geluiden dat de paniek op de beurzen om China lichtelijk overdreven is. Zo spreekt ABN Amro van een geleidelijke groeivertraging en niet van een harde landing.

De bank voorspelt dat de groei afkoelt van circa 7 procent in het afgelopen jaar naar 6,5 procent in 2016 en 6 procent volgend jaar. De paniek op de beurzen vindt ABN-econoom Arjen van Dijkhuizen een tikkeltje overdreven: "Laat ik het zo zeggen: afgelopen zomer veranderde de marktperceptie over China sterker dan China zelf."

Midden-Oosten

Beleggers hebben niet enkel vrees voor een neergang van de Chinese economie, ook de situatie in het Midden-Oosten zorgt voor onrust op de handelsvloer. 

Spanningen tussen Iran en Saudi-Arabië vanwege de recente massa-executie in Saudi-Arabië leidde tot hevige  demonstraties. Door de onrust tussen beide landen werden de diplomatieke en commerciële banden verbroken.

Onrust in het Midden-Oosten heeft een groot effect op de olieprijs en ook dat heeft weer zijn weerslag op de wereldeconomie.

Toekomst

China moet zijn groeimodel verleggen van minder export en investeringen naar meer consumptie en diensten. Dat is de grootste valkuil, zegt Versteeg. "Het is voor een land heel erg moeilijk om goede, technisch vaardige exportproducten te maken. Dat is Japan als één van de weinige landen wel gelukt. In Afrika en in Latijns-Amerika zijn landen daar niet in geslaagd."

Tot nu toe lukt het China redelijk om die omslag te maken, vindt de analist. Er is vooral politieke wijsheid voor nodig. "De middelen zijn er wel, China is een dictatuur waardoor het makkelijker is om beslissingen door te voeren. Maar ik begrijp dat de wereld zich zorgen maakt. Zo'n overgang naar een consumptie gedreven maatschappij is nu eenmaal ontzettend moeilijk."

Lees meer over:
Tip de redactie