Dit moet u weten over de uitspraak in het Passageproces

De veelomvattende liquidatiezaak het Passageproces is het langstlopende strafproces in Nederland en draait om een reeks afrekeningen in de Amsterdamse onderwereld. Het hof heeft donderdag aan de vier hoofdverdachten levenslang opgelegd, waardoor er een einde komt aan het proces.

1. Het Passageproces gaat om zeven liquidaties.

Het liquidatieproces draait om een vijftal moorden in 1993 en twee liquidaties in 2005 en 2006. In 1993 zijn er de moorden op de twee jonge Joegoslaven Djordje Ilic en Samir Hadziselimovic. Hun stoffelijke overschotten worden aangetroffen op een parkeerplaats in Ouderkerk aan de Amstel. Hun lichamen zijn in brand gestoken.

Een andere moord in datzelfde jaar is die op de Amsterdamse sportschoolhouder Tonnie van Maurik. De 37-jarige Van Maurik wordt op 19 april 1993 in zijn auto voor het Altea Hotel in Amsterdam-Zuid doodgeschoten.

Dan is er de moord op drugs- en diamantenhandelaar Henie Shamel en zijn Belgische vriendin Anne de Witte die in 1993 worden gedood. Volgens het Openbaar Ministerie was de dood van De Witte het gevolg van dat ze op het verkeerde moment op de verkeerde plek was.

Verder zijn de liquidaties van drugshandelaar Kees Houtman in 2005 en Thomas van der Bijl (2006) in het proces opgenomen.

Daarnaast wordt een aantal van de verdachten vervolgd voor poging tot liquidatie of het voorbereiden daarvan.

2. Elf personen staan terecht in het proces.

Een van de hoofdverdachten is Dino Soerel. Soerel zou opdrachtgever zijn van de moorden op Houtman en Van der Bijl. Soerel wordt gezien als een grote speler in de onderwereld. Het Openbaar Ministerie vermoedt dat Soerel en Willem Holleeder lange tijd een vriendschappelijke band onderhielden, wat Soerel ontkent. In de ogen van het OM kreeg Holleeder te horen dat Houtman en Van der Bijl hem wilden vermoorden, waarna hij samen met Soerel de opdracht gat tot de liquidaties van de twee. 

Een andere opvallende naam is die van Jesse R.. Hij zou als schutter en in een ondersteunende rol mede-verantwoordelijk zijn geweest voor alle zeven liquidaties.

Mohammed R. wordt verdacht van betrokkenheid bij drie liquidaties; op de twee Joegoslaven, Van Maurik en Shamel en De Witte.

Een andere verdachte Ali A., werd op 24 december 2014  in Istanbul geliquideerd en ontslagen van rechtsvervolging. A. zou ook tot de opdrachtgevers van de liquidatie van Houtman en Van der Bijl horen. 

3. De inbreng van kroongetuigen

Er zijn twee kroongetuigen die een belangrijke rol spelen in het Passageproces. Een zeldzame gebeurtenis.

In 2007 sluit Peter La Serpe een overeenkomst met het OM. In ruil voor verklaringen over de liquidaties en voorbereidingen daarvan, krijgt hij een vermindering van de helft van strafeis van zestien jaar. 

La Serpe heeft verklaard betrokken te zijn bij de liquidatie van Houtman (2005) en bij de voorbereiding van twee andere liquidaties. Een daarvan was de moord op Van der Bijl, maar dit plan werd niet uitgevoerd. 

De andere kroongetuige is Fred Ros. Hij sloot een deal met het OM in het hoger beroep nadat hij eerder werd veroordeeld tot dertig jaa voor onder meer voor het organiseren van de moord op Houtman. Ook Ros krijgt een reductie van 50 procent van de strafeis; vijftien jaar.

Tijdens zijn eerste zittingsverhoor wees Ros Dino Soerel en Willem Holleeder aan als opdrachtgever van de moord op Van der Bijl. Daarnaast stelde Ros dat Ali A. hem zou hebben betaald voor de moord op Van der Bijl en dat hij onder meer tot de opdrachtgevers van de liquidatie op Houtman zou horen.

Het hof oordeelde dat de verklaringen van beide getuigen geloofwaardig en bruikbaar zijn. 

4. Straffen

In 2013 werden de verdachten veroordeeld voor hun vermeende aandeel bij de liquidaties. 

Tegen Ali A. werd levenslang geëist, maar hij kreeg anderhalf jaar cel. Zowel het OM als A. gingen in hoger beroep. A. werd echter in 2014 vermoord en daarmee ontslagen van rechtsvervolging.

Jesse R. kreeg levenslang en ging in hoger beroep. Tegen hem is opnieuw levenslang geëist en het hof heeft hem ook opnieuw levenslang opgelegd.

Mohammed R. kreeg levenslang voor zijn rol bij de liquidaties van Hadziselimovic en Ilic, Van Maurik en Shamel en De Witte. R. ging vervolgens in hoger beroep. Ook Siegfried S. kreeg levenslang voor liquidatie in Antwerpen en ging in hoger beroep. Tegen beiden is opnieuw levenslang geëist en hebben ook opnieuw levenslang opgelegd gekregen.

Freek S. ging in hoger beroep nadat hij zes jaar cel kreeg voor medeplichtigheid aan de moord op Van Maurik. De opdracht voor deze moord zou komen van Chay Pin S. Zij kreeg twaalf jaar en ging eveneens in beroep. Freek S hoorde in hoger beroep vijf jaar en zes maanden eisen, Pin S. 11 jaar en zes maanden.

Sjaak B. werd alleen veroordeeld tot 3,5 jaar cel vanwege wapenhandel. Zowel B. als het OM gingen in hoger beroep. B. werd op 24 januari neergeschoten in een restaurant in Panama, maar overleefde deze aanslag ternauwernood. B. hoorde 3 jaar en 3 maanden eisen.

Soerel is de vierde verdachte die in het hoger beroep levenslang tegen zich hoorde eisen.

5. De naam van Willem Holleeder hangt boven het proces.

De belangrijkste naam die wel boven het proces hangt, hoewel hij in dit proces niet voor de rechter staat, is die van Willem Holleeder. Kroongetuige Fred Ros noemt Holleeder onder meer als opdrachtgever voor de moorden op Houtman en Van der Bijl.

Het Openbaar Ministerie besloot naar aanleiding van die verklaring Holleeder op te pakken. Hij wordt verdacht van het medeplegen van moord en deelneming aan een criminele organisatie. 

Hij wordt door Ros ook van betrokkenheid bij andere liquidaties en pogingen of voorbereidingen daartoe beschuldigd. Zo was Holleeder volgens Ros ook een van de opdrachtgevers voor de moord op mede-Heinekenontvoerder Cor van Hout in 2003. Ook La Serpe heeft over Holleeder verklaard.

Tip de redactie