De zaak-Laura Hansen: Ongelukkige misstap of 'zwartste scenario'?

De rechtszaak rond Syriëganger Laura Hansen gaat donderdag verder. Wat wordt haar ten laste gelegd? En waarom is het zo’n ingewikkelde zaak?

Laura Hansen verbleef een jaar lang in het kalifaat.

De nu 21-jarige vrouw uit Leidschendam reisde in 2015 met haar toen 27-jarige man en twee jonge kinderen naar het IS-bolwerk Raqqa in Syrië. Pas toen ze daar verbleef besefte ze naar eigen zeggen "wat een monster Islamitische Staat is", vooral toen ze zag hoe vrouwen werden behandeld. Ook stond ze onder druk van haar gewelddadige man, zegt ze.

Hansen kwam uiteindelijk terecht in de Iraakse stad Mosul, waar ze naar eigen zeggen vandaan wist te ontsnappen.

Hansen verscheen in juli 2016 op de Koerdische televisie.

Ze vertelde dat ze was gevlucht uit de handen van Islamitische Staat (IS). Zowel de Koerden als de Nederlandse ambassade probeerden meteen haar verhaal te verifiëren.

Hansen meldde zich eind juli 2016 bij het Nederlandse consulaat in Iraaks-Koerdistan. Begin augustus vloog zij terug naar Nederland. Op Schiphol werd de twintiger aangehouden door de marechaussee.

Het Openbaar Ministerie verdenkt haar van deelnemen aan een terroristische organisatie.

Het OM houdt naar eigen zeggen rekening met "het zwartste scenario" waarin Hansen is teruggestuurd naar Nederland met de opdracht een aanslag te plegen.

Justitie baseert zich mede op een verklaring van de AIVD uit januari 2016. Hierin staat dat het niet aannemelijk is dat buitenlandse vrouwen in Syrië verblijven zonder betrokken te raken bij de gewapende strijd of andere ondersteunende handelingen voor Islamitische Staat te verrichten.

De Raad voor de Kinderbescherming heeft de twee kinderen die in haar gezelschap reisden na aankomst in Nederland laten onderbrengen in een pleeggezin.

Een belangrijke vraag is of Hansen in volle overtuiging heeft besloten naar het kalifaat te vertrekken.

Justitie stelt dat uit het dossier en haar eigen verklaringen blijkt dat zij in volle overtuiging naar IS-gebied is vertrokken. Dit valt op te maken uit het feit dat zij onder meer veel geld had opgenomen, abonnementen opzegde en nieuwe telefoons had gekocht.

Ook zou zij in diverse chatgesprekken, na aankomst in IS-gebied, hebben beklemtoond dat haar vertrek een bewuste keuze was. Zij stelde tegenover vrienden en familie onder de wetten van de islam te willen leven. Ook verdedigde zij volgens de officier van justitie onthoofdingen van westerlingen door IS.

Haar vader stelde in een interview in NRC Handelsblad dat hij geld heeft betaald om Laura vrij te kopen.

Tijdens haar verblijf in IS-gebied kwam haar vader in contact met een particuliere Duitse stichting, die tegen betaling van 10.000 euro Hansens bevrijding wist te regelen.

De Nederlandse overheid werkt niet mee aan het terughalen van jihadgangers.

De rechter wil dat Hansen een persoonlijkheidsonderzoek in het Pieter Baan Centrum doet.

Hiermee wil de rechter onder meer vaststellen hoe beïnvloedbaar Hansen is. In eerste instantie weigerde zij dit en tekende haar advocaat protest aan. Maar in januari 2017 stemde ze toch in met dit verzoek van de rechter.

De verdachte zit momenteel nog vast in de zwaarbeveiligde gevangenis in Vught. Zij heeft hier protest tegen aangetekend. "Er wordt gedaan alsof ik een crimineel ben en dat ben ik niet", stelde ze voor de rechter. "Ik ga hier kapot."

Hansen zegt zich zeer ongemakkelijk te voelen tussen de andere terreurverdachten, onder meer omdat zij afstand heeft gedaan van het islamitisch geloof.

De verdachte weigerde lange tijd een verklaring af te leggen.

Dit tot grote frustratie van Justitie, omdat het hierdoor onmogelijk was om haar beweegredenen om naar het kalifaat te reizen te toetsen. Pas half maart wilde Hansen praten. Maar de officier van justitie noemde haar beweringen op sommige punten "volstrekt onaannemelijk". Dat zegt volgens de officier iets over haar rol en over haar betrouwbaarheid. "Ze verzint makkelijk een verhaal".

Een verzoek van de advocaat om Hansen vrij te laten werd dan ook afgewezen. Haar raadsman stelde dat er geen risico is voor herhaling en dat veel afvallige jihadisten vrij rondlopen in Nederland. Maar de rechtbank deelde de mening van het Openbaar Ministerie dat de "ernstige bezwaren en gronden nog aanwezig zijn".

Lees meer over:
Tip de redactie