Wat weten we over de zaak tegen de van corruptie verdachte douanier Gerrit G.

De zaak rond de van corruptie verdachte douanier Gerrit G. start met de onderschepping van driehonderd kilo cocaïne in de Rotterdamse haven in december 2013. Een overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen in de zaak. 

De politie krijgt in het voorjaar van 2014 informatie dat een 46-jarige man zich bezighield met de handel in verdovende middelen. Ook zou hij een corrupte douaneman aansturen. Beiden zouden betrokken zijn bij de onderschepte container met drugs.

De van corruptie verdachte douanier is Gerrit G.. Hij wordt in april 2015 aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij de smokkel. In zijn huis wordt een boodschappentas met daarin 1,17 miljoen euro aangetroffen. G. kon er als douanier voor zorgen dat bepaalde containers in de Rotterdamse haven niet gecontroleerd werden. In november vorig jaar eist het OM zestien jaar cel tegen G.. 

De andere verdachte is Dennis van den Berg (naam op verzoek verdachte voluit geschreven). Hij wordt ervan verdacht samen met André van der H. (57) en medeverdachte René F. (49) uit Schiedam te hebben geholpen met het binnensmokkelen van de drugs. Tegen hen worden celstraffen van respectievelijk twaalf, tien en acht jaar geëist. 

Liquidaties

Het Openbaar Ministerie vermoedt dat verdachte Van den Berg het eigenlijke doelwit was van een dodelijke schietpartij op Nieuwjaarsdag 2014 in Berkel en Rodenrijs. GGZ-directeur Rob Zweekorst komt daarbij om het leven. Van den Berg zou moeten boeten voor de onderschepping van de partij van driehonderd kilo cocaïne. 

Fruithandelaar Rinus M. wordt in april van hetzelfde jaar doodgeschoten. M. zou moeten opdraaien voor de kosten van de verloren lading drugs aan de leverancier, maar beschikt niet over het geld. M. is eigenaar van Fruit Forces dat fruit importeert vanuit Zuid-Amerika. De lading met cocaïne die tussen de ananassen zat, was bestemd voor Fruit Forces.

Geheime opnamen

De zaak krijgt een aantal opvallende wendingen in december. Eerst duiken er geheime opnamen op in de media waarop te horen is dat Gerrit G. tijdens het proces doorging met zijn handel met drugsleveranciers. G. was voorlopig vrij omdat zijn vrouw ernstig ziek was, waardoor hij zijn praktijken weer kon oppakken. Zijn vrouw is inmiddels overleden. 

Gerrit G. geeft toe aan de rechtbank toe dat hij bereid was in ruil voor 25.000 euro opnieuw gevoelige informatie te verstrekken aan criminelen over de werkwijze van de douane in het Rotterdamse havengebied. De rechter besluit G. vast te zetten.

G. verblijft in een extra beveiligde gevangenis op een militair complex omdat hij de afgelopen maanden bedreigd wordt door criminelen. Ook zijn dochter wordt beschermd door justitie en is overgebracht naar een safehouse. De anonieme bedreigingen zijn binnengekomen bij het Team Criminele Inlichtingen (TCI).

Politie-informant

De opnamen blijken gemaakt door een politie-informant met medeweten van het Team Criminele Inlichtingen. Dit gebeurde buiten het Openbaar Ministerie in Rotterdam om. De TCI komt in de zomer van 2016 in contact met de man die de naam Paul krijg nadat hij zichzelf heeft gemeld. De man is al vaker informant geweest, maar hij bleek volgens de politie onbetrouwbaar. Dit kwam omdat hij over zijn rol als informant naar buiten trad en zijn informatie niet bleek te kloppen. 

Toch gaat de TCI met hem in zee vanwege de informatie die hij zegt te hebben. Paul zegt gelieerd te zijn aan een Colombiaans drugskartel en informatie te hebben over een liquidatiepoging op een Nederlandse crimineel in Colombia en cocaïnetransporten van Zuid-Amerika naar Nederland.

In een later gesprek zegt Paul contact te hebben met G.. Paul krijgt daarop een nieuw Nederlands paspoort verstrekt. Hij krijgt een vrijgeleide in Nederland omdat hij wordt gezocht door de politie en in een door justitie betaald appartement gehuisvest. Na het maken van de opnamen is er geen contact meer en wordt Paul uitgeschreven als informant. 

Via de advocaat van G., Jan-Hein Kuijpers, komt naar buiten dat volgens Paul er structureel cocaïnetransporten bewust zijn doorgelaten in Nederland. Het OM ontkent in alle toonaarden. 

Meerdere malen wordt er door de verdediging verzocht Paul ter zitting te horen, maar net zo vaak afgewezen. Het argument is dat zijn geloofwaardigheid niet is vast te stellen en twijfelachtig is en of zijn verklaring relevant is voor deze zaak.

Informatie achtergehouden

Een ander heikel punt in de zaak is de bewering dat het OM voorkennis had van het cocaïnetransport van 9 december. De onderschepping is door het OM bestempelt als een toevalstreffer. Paul beweert de TCI over de drugssmokkel te hebben getipt. In Colombia zou, in samenwerking met Paul en de lokale justitie, in november 2013 een strafdossier zijn opgesteld waarin wordt gesproken over cocaïnesmokkel naar Rotterdam. Deze zou aan Nederland zijn verstrekt.

Daarnaast liep er in België al een onderzoek genaamd Touw naar verdachten die ook een rol speelde bij het cocaïne-transport waar Gerrit G. vermoedelijk ook bij betrokken was. Zij werden in 2016 veroordeeld. De advocaat van Van den Berg, Sanne Schuurman, zegt een strafdossier van het Belgische OM in handen te hebben waarin rechtshulpverzoeken aan Nederland staan. Het Nederlandse OM blijkt mee te hebben geholpen aan deze zaak. Deze informatie had volgens Schuurman niet mogen ontbreken in het dossier.

Het OM zegt dat het enige verband tussen het Belgische en Nederlandse zaken Fruit Forces was en dat het bedrijf toen nog geen onderwerp van onderzoek was. Over de voorkennis is het OM ook duidelijk: daar was geen sprake van. Zij zeggen pas in het voorjaar van 2015 informatie te hebben gekregen waarna zij het onderzoek zijn gestart. De rechtbank in Rotterdam heeft het verweer van de verdediging aangehoord, maar geen aanleiding gezien het dossier Touw aan het zaaksdossier toe te voegen.

Lees meer over:
Tip de redactie