De belangrijkste punten van de uitspraak tegen Wilders

De rechtbank in Den Haag heeft vandaag uitspraak gedaan in de strafzaak tegen Geert Wilders. De PVV-leider werd schuldig bevonden voor groepsbeledigng en het aanzetten tot discriminatie. Hieronder de kernpunten van de uitspraak.

De rechtbank ging bij de inleiding van de uitspraak in op een aantal beweringen van Wilders.

Politiek proces

''Dit is géén politiek proces want ook een democratisch verkozen volksvertegenwoordiger zoals de verdachte staat niet boven de wet'', aldus de rechtbank. Wilders vindt dat zijn woorden over 'minder Marokkanen' in de Kamer besproken moeten worden en dat het aan de kiezer is om er over te oordelen.

Vrijheid van meningsuiting

''Het standpunt van verdachte dat hij bij een veroordeling wordt beperkt in zijn mogelijkheden om zich te uiten en problemen die hij als politicus waarneemt te benoemen, is dan ook evident onjuist. Een veroordeling betekent slechts dat hij ten aanzien van de strafbare uitlatingen niet wordt beschermd door de vrijheid van meningsuiting. Niets meer en niets minder.'' Hiermee reageert de rechter op uitspraken van Wilders dat hem de mond wordt gesnoerd. De rechtbank zegt dat de vrijheid van meningsuiting een groot goed is, maar dat er grenzen zijn.

Neprechtbank

Wilders heeft zich meerdere malen negatief uitgelaten over de rechtbank en vindt het proces een aanfluiting voor de rechtsstaat.

''Het was de rechtbank niet ontgaan dat verdachte zich meermalen over deze strafzaak en de rechtbank had uitgelaten in berichten op zijn Twitteraccount. Zo schreef verdachte over een 'neprechtbank’, dat het vonnis al klaar lag en publiceerde hij foto’s van de rechters met een verwijzing naar de politieke partij D66. Een feitelijke onderbouwing daarvan of een toelichting daarop heeft de rechtbank nergens kunnen ontwaren.''

''De rechtbank acht deze reacties een gekozen volksvertegenwoordiger en medewetgever die een te respecteren plaats in de Nederlandse democratische rechtsstaat inneemt, onwaardig.''

Geregiseerd

Enkele leden van de PVV hebben verklaard dat de  toespraak van Wilders die hij gaf op 19 maart bewust scherp was en de reactie daarop van tevoren was afgesproken.

''Uit deze (getuigen)verklaringen volgt dat geen sprake was van het alleen maar stellen van een vraag, maar van een vooraf geregisseerde interactie met het publiek. In dat samenspel is de boodschap van verdachte over het voetlicht gebracht.''

Ras

Het was een juridische discussie tussen het OM en de verdediging of Marokkanen als ras konden worden beschouwd.

''Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de door verdachte gebruikte term 'Marokkanen’ verwijst naar de in het IVUR (Internationaal verdrag inzake de uitbanning van rassendiscriminatie) opgenomen kenmerken 'afkomst’, 'nationale afstamming’ en 'etnische afstamming’. Daarmee is sprake van een 'ras’ in de zin van artikelen 137c en 137d van het Wetboek van Strafrecht.''

''De hele Marokkaanse bevolkingsgroep wordt weggezet als minderwaardig ten opzichte van andere Nederlanders. Het is verder volstrekt duidelijk dat verdachte de groep aanspreekt juist omdat ze van Marokkaanse komaf is.''

Media

Volgens de rechter heeft Wilders er bewust voor gekozen om zijn uitspraken te doen met de kennis dat hij een grote groep mensen zou bereiken. Dat mag hem volgens de rechter worden aangerekend.

''Verdachte heeft zijn uitlatingen gedaan op een moment dat hij er zeker van was dat audiovisuele media deze zouden vastleggen en zouden uitzenden op de nationale televisie.''

Vrijspraak

Wilders is vrijgesproken van het aanzetten tot haat bij zijn uitspraken van 19 maart. Hij is geheel vrijgesproken als het gaat om zijn woorden van 12 maart.

''Voor het aanzetten tot haat moet in beginsel sprake zijn van een krachtversterkend element, waarbij anderen worden opgehitst of opgeroepen om iets te doen. Van een dergelijk element is bij de uitlatingen van verdachte geen sprake.''

Lees meer over:
Tip de redactie