Dit moet je weten over de besmettelijke vogelgriepvariant H5N8

Een besmettelijke variant van de vogelgriep is terug in Nederland. In Zeewolde en Monnickendam zijn dode vogels aangetroffen die het virus H5N8 droegen. Vier punten over de vogelgriep. 

H5N8 is zeer besmettelijk voor vogels.

H5N8 is een zeer besmettelijke vorm van vogelgriep, die wordt verspreid door wilde watervogels. Besmette dieren worden erg ziek of sterven.

In Nederland is het virus tot dusver bij dode vogels in Monnickendam en Zeewolde aangetroffen. Ook in een vleeseendenbedrijf in Biddinghuizen is de variant aangetroffen.

De vogelgriep wordt over Europa verspreid.

In het najaar trekken wilde watervogels van het noordoosten van Europa richting het zuidwesten van het continent om de winter door te brengen. Onderweg verspreiden ze H5N8 over de landen die op de route liggen. Naast Nederland zijn er besmette dode vogels aangetroffen in Duitsland, Hongarije, Kroatië, Oostenrijk, Polen en Zwitserland.

Via transport komt verspreiding ook voor. Besmet pluimvee kan bijvoorbeeld via vrachtwagens een land binnenkomen.

Dit moet je weten over de vogelgriepvariant H5N8

Het ministerie heeft voorzorgsmaatregelen getroffen.

Sinds de eerste gevallen van H5N8 in Nederland heeft het ministerie van Economische Zaken maatregelen getroffen. Op 9 november stelde staatssecretaris Martijn van Dam voor het hele land een ophok- en afschermplicht in voor pluimveebedrijven.

Op 14 november werden aanvullende maatregelen getroffen. Zo is de bezoekersregeling voor pluimveebedrijven aangescherpt. Dat houdt in dat mensen buiten het bedrijf de stallen niet meer mogen bezoeken. Daarnaast mogen bezoekers van dierentuinen en boerderijen niet in direct contact komen met de gehouden vogels. Sierpluimvee en watervogels mogen volgens het ministerie ook niet tentoongesteld worden.

Tot slot mogen jagers zich niet meer richten op watervogels. Ook moeten zij er rekening mee houden dat ze watervogels niet storen bij hun jacht op andere dieren.

Inspecteurs van de NVWA (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit) controleren pluimveebedrijven. Als het virus bij een bedrijf wordt ontdekt, wordt een vervoersverbod opgelegd voor het gebied rond het bedrijf. Vervoer van vee, eieren en mest kan dan verboden worden. Houders moeten hun pluimvee afschermen, zodat ze niet in contact kunnen komen met wilde vogels of uitwerpselen van andere vogels.

In 2003 werd de Nederlandse pluimveesector hard getroffen door de variant H7N7.

Op 1.349 pluimveehouderijen werden kippen, kalkoenen en eenden gedood. In totaal werden 30,7 miljoen landbouw- en hobbydieren geruimd.

Negentien mensen die bij het doden van de zieke dieren waren betrokken, raakten besmet met het virus. Een dierenarts uit Rosmalen overleed aan de gevolgen van de besmetting.

Ook in de jaren daarna dook het virus met enige regelmaat op, maar kon de besmetting telkens beperkt worden tot hooguit enkele bedrijven.

Lees meer over:
Tip de redactie