In het kort: Slag in de Javazee van 1942

Een geallieerd eskader moest in 1942 voorkomen dat de Japanse strijdkrachten hun opmars voortzetten richting het Indonesische eiland Java. De veertien schepen waren echter niet opgewassen tegen de Japanse overmacht.

Japan veroverde Nederlands-Indië.

De opmars van Japan in Azië tijdens de Tweede Wereldoorlog liep al gestaag toen Japan op 10 januari 1942 Nederlands-Indië binnenviel.

Een geallieerd eskader met Nederlandse, Amerikaanse, Britse en Australische schepen vertrok op 26 februari vanuit Soerabaja om de Japanse invasie van Oost-Java te voorkomen. Een dag later kwam de vloot de Japanners tegen op de Javazee.

Karel Doorman had de leiding over het eskader.

De Nederlandse bijdrage bestond naast de kruisers Hr. Ms. De Ruyter en Hr. Ms. Java, uit de torpedobootjagers Hr. Ms. Kortenaer en de Hr. Ms. Witte de With. De geallieerde schepen stonden onder leiding van schout-bij-nacht Karel Doorman.

Bij de eerste confrontatie met Japan leden de geallieerden al zware verliezen. Daarbij gingen twee torpedobootjagers ten onder, waaronder de Kortenaer. De Nederlandse jager brak in tweeën en zonk aan het einde van de middag.

Even voor middernacht zette Doorman de aanval opnieuw in. Twee Japanse zware kruisers troffen het schip De Ruyter en Doorman ging met zijn kruiser ten onder.

Japan bleek veel te sterk.

Lang werd gedacht dat Japan een numeriek overwicht had op de geallieerden, maar na de oorlog bleek dat beide partijen ongeveer gelijk waren in grootte. Andere factoren hadden echter een grote invloed op de strijd in Japans voordeel. Daarbij was de langeafstandtorpedo cruciaal.

De geallieerden waren niet goed op de hoogte van deze Japanse innovatie, waardoor de schepen één voor één van grote afstand werden getroffen. De Japanse schepen bleven zelf buiten bereik van de wapens op de geallieerde schepen.

Daarnaast waren de geallieerde manschappen uitgeput na wekenlange patrouilles en verliep de communicatie tussen de schepen problematisch. Ook ontbrak luchtsteun, waardoor de koers niet duidelijk was.

Nederland leed zware verliezen.

Door de ondergang van de Hr. Ms. De Ruyter, Hr. Ms. Java en de Hr. Ms. Kortenaer kwamen meer dan negenhonderd Nederlandse bemanningsleden om het leven. De torpedobootjager Witte de With leed ernstige schade en werd even later buiten dienst gesteld.

Toen de overgebleven geallieerde schepen op 1 maart probeerden te ontkomen, troffen zij een deel van de Japanse vloot. In de zware Slag in de Straat van Soenda gingen een Australische en Amerikaanse kruiser ten onder, net als drie Japanse schepen.

In totaal kwamen er aan geallieerde zijde ruim 2.200 mensen om het leven. De Japanners leden minimale verliezen.

Duikers ontdekten de wrakken in 2002.

Tijdens een expeditie ontdekten amateurduikers in 2002 de wrakken van de kruisers De Ruyter en Java en van de torpedobootjager Kortenaer. Bij een nieuwe expeditie met het oog op de 75ste herdenking van de Slag in de Javazee bleek dat de wrakken van de twee kruisers zijn verdwenen, evenals een deel van de torpedobootjager. De duikers troffen op de bodem wel sporen aan.

Het schenden van de wrakken is in strijd met het internationaal recht. De Nederlandse regering is een onderzoek gestart.

Nabestaanden bedroefd over verdwenen oorlogsgraven Javazee

Lees meer achtergrondverhalen in NUweekend

Tip de redactie