Overzicht: De treinkaping bij De Punt

De rechter buigt zich over de vraag of de daders van de treinkaping bij De Punt in 1977 opzettelijk door Nederlandse militairen werden gedood. De feiten in de zaak op een rij:

Op 23 mei 1977 kaapten negen Molukkers een trein tussen Assen en Groningen.

De trein wordt bij het dorp De Punt in Drenthe tot stilstand gebracht. In de trein zitten 94 passagiers, van wie er veertig meteen worden vrijgelaten. 54 mensen worden uiteindelijk negentien dagen lang gegijzeld. Tegelijkertijd begon in Bovensmilde de gijzeling van 105 kinderen en vijf leerkrachten van een basisschool.

De Molukse kapers zijn boos over het uitblijven van een onafhankelijke staat.

Na de inlijving van de Zuid-Molukken door Indonesië in 1950 kwamen veel bewoners naar Nederland. Ze hadden namens Nederland gevochten in het Koninklijke Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL), dat na de onafhankelijkheid van Indonesië politionele acties uitvoerde. In ruil voor hun steun beloofde Nederland de Zuid-Molukkers een onafhankelijke staat, maar die belofte werd nooit ingelost.

Uit onvrede over die situatie en de erbarmelijke omstandigheden waarin vele Molukkers in Nederland woonden, ging een kleine groep over tot radicale acties. In 1975 werd ook een trein gekaapt, waarbij drie mensen door kapers werden doodgeschoten.

Op 11 juni bestormen militairen de trein.

Na twee verlopen ultimatums van de kapers en bemiddelpogingen, besluit de regering Den Uyl de kaping te beëindigen. Zorgen om de gezondheid van de treinpassagiers spelen mee in die beslissing. Vier gegijzelden zijn inmiddels door de kapers vrijgelaten, net als de kinderen op de school in Bovensmilde. Op diezelfde dag wordt de school bevrijd. De kapers geven zich over.

Bij de bevrijdingsactie komen zes daders en twee gegijzelden om het leven.

De twee passagiers worden per ongeluk door mariniers geraakt als de trein wordt bestormd. 49 anderen kunnen ongedeerd de trein verlaten.

In het aanvalsplan staat dat de gijzelnemers niet opzettelijk zullen worden gedood als zij proberen te vluchten of zich overgeven, maar dat die mogelijkheid wel wordt geaccepteerd.

In 2013 blijkt dat de kapers met veel geweld zijn gedood.

In een geheime nota die in handen is van de Volkskrant staat dat de kapers "door een regen van kogels" omkwamen. Ook uit autopsierapporten blijkt dat jaar dat bij het doden van de kapers veel geweld was gebruikt. Meerdere Kamerleden vragen om een nieuw onderzoek naar het beëindigen van de treinkaping.

Toenmalig minister van Justitie Dries van Agt zou de avond voor de bevrijding bovendien het bevel hebben gegeven de kapers dood te schieten, zo verklaart een politieman die destijds in de buurt was in 2013 aan Eén Vandaag.

Oud-premier Den Uyl had in 1987 al gezegd dat tijdens de bevrijding sprake was geweest van een "executie". Het Nederlands Forensisch Instituut besluit de rapporten opnieuw te bestuderen en ook justitie opent een onderzoek.

De Britse en Amerikaanse geheime diensten waren op de hoogte van de actie.

Uit geheime documenten die de Volkskrant in 2014 boven tafel krijgt, blijkt dat Groot-Brittannië ervan uitging dat de kapers "vrijwel zeker" bij de bevrijdingsactie zouden worden gedood. Door de kapers tijdens de actie te doden zouden "problemen achteraf in de rechtszaal" kunnen worden voorkomen, aldus het document.

Nabestaanden van de kapers en een gegijzelde klagen de staat aan.

Hun advocaat Liesbeth Zegveld zegt in november 2014 dat de drie kapers van dichtbij zijn doodgeschoten en niet van buiten de trein, zoals in de eerste stukken wordt beweerd. Volgens haar zijn de kapers opzettelijk gedood. Bovendien zouden ze al zwaargewond zijn geweest toen ze door meerdere kogels werden geraakt.

Het nieuwe onderzoek levert geen andere inzichten op.

Eind 2014 maakte het ministerie van Defensie bekend dat het geweld dat in 1977 werd gebruikt binnen de grenzen viel "van de geweldstoepassing die door het bevoegd gezag was voorzien en aanvaard".

Toenmalige minister Ivo Opstelten (Justitie) zegt dat er geen sprake was van executie van de gijzelnemers. "Het doel was niet om de gijzelnemers te doden, maar om de gegijzelden te beschermen." Hij vindt dat de staat dan ook niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor de dood van de kapers, zoals de nabestaanden beweren.

Wel komt het ministerie terug op een uitspraak van Van Agt, die beweerde dat alleen was geschoten op kapers die zelf ook een wapen hadden. De vrouwelijke kaper Hansina Uktolseja bleek echter ongewapend toen ze werd gedood.

Nabestaanden van de kapers eisen enkele duizenden euro's van de staat.

De moeder van een van de hoofdkapers Max Papilaja eist 20.000 euro. De broers van Hansina Uktolseja willen 17.500 euro. Beiden droegen volgens Moluks gebruik een deel van hun salaris af aan het gezin, dat een deel inkomen misliep nadat ze waren omgekomen.

In de rechtszaal in Den Haag blijkt dat beide kapers met veel geweld om het leven kwamen. Volgens de landsadvocaat is echter nooit sprake geweest van een executie. De rechter moet oordelen of de zaak inmiddels is verjaard.

Lees meer over:
Tip de redactie